Woord van de dag: “embeddedness”

Begin de ochtend met een paar interessante video’s over “embeddedness” in economische sociologie, over hoe en in hoeverre het netwerk van sociale relaties bepalend kan zijn (zal zijn) in de verspreiding van informatie en de overweging van opties; dus, met andere woorden, ook hoe de rationele beslissingskracht en -richting van de berekende burger (lees: het ideaaltype van de VVD-er) zal worden gewijzigd door sociale druk (d.w.z. de druk die resulteert uit de werking van de normen en waarden, oordelen en vooroordelen, voorkeuren en eisen van de personen waaraan het individu is gerelateerd).

De economisch rationele mens van de klassieke economie (de “homo economicus”) zou op grond van zijn of haar inschatting van het eigen voordeel een heldere keuze moeten maken, als de meest “logische” keuze, tussen het bestellen van een hamburger of een veggieburger (de theorie van de rationele keuze). Maar de invulling van dat eigen voordeel introduceert overwegingen die geheel niet “economisch rationeel” hoeven te zijn. En misschien wel helemaal niet zo logisch. Misschien is deze consument namelijk bezorgd over de boze blikken die hij zou kunnen krijgen van zijn veganistische vrienden. Dan zou hij voor de veggieburger kiezen – tenzij het stiekem anders kan –  hoewel die misschien duurder zou kunnen zijn, minder naar zijn eigen smaak en misschien ook minder energie-gevend zou kunnen zijn  omdat er minder suikers in zouden kunnen zitten. Misschien loopt hij in een winkelstraat samen met zijn echtgenote die liever pizza lust, in welk geval ze daar dan maar voor kiezen. Het zou zelfs kunnen dat deze mens uiteindelijk helemaal niets blijkt te bestellen omdat zijn moeder vindt dat hij wat vaker thuis voor zichzelf zou moeten koken. Met verse ingrediënten het liefst. Misschien wel uit een duurdere Marqt? Of uit een potje? Was daar niet ook wat mis mee?

Kortom, het leven kan moeilijk zijn. Keuzes, keuzes. De figuur van de eendimensionale economische mens (denk Herbert Marcuse) die in het neo-liberale Nederland zo graag wordt gevierd als “de calculerende burger” is dan ook een fictioneel personage. Veel van de basisbegrippen van de klassieke economie zijn hoe dan ook volslagen zinloze vereenvoudigingen. Neem het begrip van “het afnemende grensnut”. Volgens de zogenaamde Eerste wet van Gossen – bekend van Heertje’s lessen Economie op de HAVO – levert de eerste eenheid consumptie van een goed of dienst meer nut op dan de tweede en volgende eenheden. Dit begrip is kennelijk cruciaal geweest in de ontwikkeling van de economische wetenschap (zie Wikipedia, s.v. “Grensnutschool” en “Marginale Revolutie”), maar hij lijkt me toch vrij zinloos voor praktisch gebruik ter verklaring van menselijk gedrag. Ja, het eerste ijsje op de warme dag bestel ik graag. Het tweede misschien ook nog. Maar na drie ijsjes hoef ik niet meer. Het grensnut is afgenomen. Dat klinkt mooi in de reageerbuis. Maar als het gaat om de keuze tussen een weekje vacantie in Barcelona, een nieuwe iPhone of een extra aflossing van de hypotheek, dan hebben we helemaal niks meer aan dat begrip. Zodra het te gecompliceerd wordt, neemt als het ware het grensnut van de theorie zelf af. De werkelijkheid is nu eenmaal gecompliceerd en soms is de theorie gewoon te simpel om ooit nuttig te kunnen zijn. Zo is het ook met de figuur van de rationele economische mens.

Hoe dan ook, de video’s die me vanmorgen weer energie en zin hebben gegeven zijn: “The Concept of Embeddedness, by Mark Granovetter”; een educatieve videoinfographic gepubliceerd door een zekere Dave Biesinger over “Network Embeddedness Theory” (al dan niet terecht toegeschreven aan Granovetter – een en ander gaat terug op Karl Polanyi en daarmee zit ik weer in de collegebanken van de later 1980er jaren!); en “Social Networks and Getting a Job”, een zeer recent videointerview met weer diezelfde Granovetter, mooi voorzien van ondersteunende teksten in beeld, over zijn onderzoek naar de werking van sociale netwerken in de praktijk van het vinden van een nieuwe baan. Dat laatste is een mooie ondersteuning van de theorie die Granovetter in een artikel in 1973 betoogde, te weten dat het juist de zwakkere verbanden zijn in een sociaal netwerk die kunnen zorgen voor de grootste verspreiding van informatie, door overbrugging, terwijl de nauwere banden eerder leiden tot introverse (“The Strength of Weak Ties” in: The American Journal of Sociology 78 (6), 1973, 1360–1380; online hier beschikbaar). Let wel, dit is geschreven lang voor er sprake was van Facebook en LinkedIn! Heel interessant.

Eindnoot (interne memo). Waarom kwam ik hierop? Ik ben net begonnen te lezen in het boek Bas van Bavel, The Invisible Hand? How Market Economies have Emerged and Declined since AD 500 (Oxford University Press: Oxford 12016) en daarin kwam Granovetter ter sprake, net als overigens Douglas North’s New Institutionalist Economics. Een feest van herkenning.

Herinneringen aan de pijnbomen van Castel Fusano (Ostia)

Slecht nieuws. De pijnbomen van Castel Fusano en Ostia staan in brand. Het zou goed kunnen dat ook de camping die we goed hebben leren kennen ook verloren gaat of reeds is gegaan. We waren er in 2015. Het is een familiebedrijf. De camping is schoon en schaduwrijk. De mensen gastvrij, vrolijk en vriendelijk. Het bier is koud en niet duur. Bovendien maken ze daar geweldige pizza’s. We hopen nu dan ook het beste voor deze mensen.

Collage van beelden van de camping in Castel Fusano (kampementje en de bar) met de monumentale strand-uitspanning “Plinius” op korte afstand in het naburige Ostia (©2015 Huib J. Lirb)

Collage van beelden van de camping in Castel Fusano (kampementje en de bar) met de monumentale strand-uitspanning “Plinius” op korte afstand in het naburige Ostia (©2015 Huib J. Lirb)

Populistische roeptoeters en lawaaipapegaaien

Gareth Stedman Jones, Karl Marx: Greatness and Illusion (Penguin [2016] 2017).

Misschien wordt er tegenwoordig wel gewoon teveel gewauweld, geschreeuwd, gescholden en gespot. Waarden zijn belangrijk, vanzelfsprekend, zoals democratisch engagement, rechtvaardigheid, waardige opvang van vluchtelingen, burgerlijke vrijheden en gelijke behandeling, etc. Maar het sociaal contract kan toch altijd nog ernstig worden ondermijnd door de grote verschillen in de mate waarin mensen blijken te kunnen delen in de welvaart. Ouderwetse praat, misschien, maar zeker niet irrelevant: zowel eigentijds rechts als links als zwevend in een parallel politiek universum  zal toch iets kunnen vinden in dit oude motto: “De werkelijke beschaving van landen zit niet in hun meningen en gebruiken, maar veeleer in hun welvarendheid.” (“La civiltà reale delle nazioni non consiste nelle opinioni e nelle maniere, ma sì bene nella loro prosperità.” Motto op het titelblad van Carlo Afan de Rivera’s Considerazioni su i mezzi da restituire il valore proprio a’ doni che ha la natura largamente conceduto al Regno delle Due Sicilie, 2e editie, Napoli 1833.) Het is een variante voorloper van een beroemde uitspraak van Berthold Brecht, die ik evenwel jarenlang ten onrechte blijk te hebben toegeschreven aan Karl Marx: “Eerst komt het vreten, en dan de moraal” (“Erst kommt das Fressen, und dann kommt die Moral.” (Kurt Weill en Bertolt Brecht, Die Dreigroschenoper, 1928). Ja, maar dan komen we toch terug bij Marx. Vandaar zet ik vandaag op mijn verlanglijst (Feliz: “Wait for it!”): Gareth Stedman Jones’ Karl Marx: Greatness and Illusion (Penguin: London 2017).

Een eigentijdse portretgalerij

Met onverdeelde aandacht zijn alle ogen en oren gericht op de spreker. We spelen op “safe”. En wanneer al je goede spullen staan opgesteld om het echte werk te doen, kun je alleen nog maar een onscherp kiekje maken met je oude telefoon. Deze opstelling was (weer) erg geslaagd en daarom wilde ik het beeld toch even bewaren: dual redundancy met vier audiobronnen (twee lavaliers, een shotgun 416 en een cardioide microfoon) en drie camera’s op kleine statieven strak op elkaar gezet (DVX200, GH5, GH3) met goede monitoring (Marshall en Zacuto) en belichting (lampen ook hier buiten beeld)

iPhone4 kiekje van de apparatuuropstelling tijdens de opnames van een academisch interview op de Radboud Universiteit op 14 juni 2017

Een charmant kiekje van een digitale portretgalerij in de LCD schermpjes op de voorgrond en een stoffelijke portretgalerij op de achtergrond. Gebrekkig  iPhone4 kiekje van de apparatuuropstelling tijdens de opnames van een academisch interview op de Radboud Universiteit op 14 juni 2017

 

Bovenstaand kiekje is groezelig.  Met mijn iPhone heb ik eigenlijk nog nooit een goede foto kunnen maken.  Ik denk dat er van meer af aan toch iets mis mee is geweest. Maar  je kunt ermee bellen als de beste en daar is ‘ie natuurlijk ook voor. De foto’s en videobeelden van het sensationele Grotius gebouw van de Radboud Universiteit te Nijmegen zijn daarentegen wel met een deugdelijk toestel gemaakt (GH5 met X lens).

Grotius Gebouw van de Radboud Universiteit te Nijmegen ©2017 Huib J. Lirb

Het prachtige Grotius Gebouw van de Radboud Universiteit te Nijmegen ©2017 Huib J. Lirb

Ganzenleed. Een Facebook stukje

Gossa raakte vandaag zeer gespannen (overspannen zelfs) van het herhaaldelijke geknal in de verte. Eerst ’s ochtends, later in de middag en nu net ook in de vroege avond. Er wordt geschoten en dat lijkt op vuurwerk. Daar heeft ze slechte herinneringen aan. PTS.

Wonderlijk toch hoe op de ene plek op een afstand van 6km van het centrum van de luchthaven Schiphol, in Hoofddorp, de brandweer wordt ingezet om een paar ganzen te proberen te redden van de ondervoeding, terwijl er in een straal van 10 km rond de luchthaven in deze periode extra jagers zijn opgeroepen om vanwege de luchtverkeersveiligheid de ganzen af te schieten – het is een zachte winter geweest.

Voor het eerste bericht:
http://hcnieuws.nl/lok…/ganzen-laten-zich-niet-vangen-240433

Voor het tweede bericht:
https://www.jagersvereniging.nl/spin-column-voorzitter-jag…/

PS. Het is een grappig toeval, in verband met dit stukje, dat de spellingsdemon van Facebook de naam Gossa steeds vanzelf wil veranderen in “Goose”.

Vacantietip! Vergeet uw Nederlandsche Eau de Cologne niet in te pakken.

Tijd voor een onbenulligheid. Tijdens de pauzes genieten we al van de komende vacantie.  Feliz zegt het vaak genoeg: “vacantie” schrijf je met een “c”. Dat doen we immers overal waar er nog ruimte is: zoals het geval is bij een vacature. Of in een vacuum. “Vacancies”. Of moeten we zeggen: “Zimmer Frei”? Want de “k” in het woord “vakantie” hebben we te danken aan de Kultur Politik van de Duitse bezetters. Dat de afwijcende spelling na de bevrijding is gehandhaafd, met overigens ook de tijdzone, is eigenlijk mercwaardig. Hardneccig ooc: de spellingskorrektie van mijn blog wil er ook steeds een “k” van macen. Océ, genoeg, gehen wir wieder an die Arbeit! Back to the Grind.

En vergeet dus straks de Eau de Cologne niet in te pakken als u op vacantie gaat, het Keulse reukwatertje uit Amsterdam. Deze “odeklonje” werd geproduceerd door een oud familiebedrijf dat reeds in 1789 door J.C Boldoot aan de Nieuwezijds Voorburgwal was begonnen (vanaf hier volg ik de informatie van Wikipedia, s.v. “Boldoot”). In 1874 werd het Keulse 4711 in de Amsterdamse firma ingebracht. Het bedrijf was zijn tijd vooruit, met een vroege gasmotor en een van de eerste telefoonaansluitingen. Het merk is herhaaldelijk verhandeld en “verhuisd” (Organon, AKZO, Britsh American Cosmetics, Douwe Egberts-Sara Lee) maar is uiteindelijk toch weer terug gekomen bij een nazaat van de oorspronkelijke familie. Het merk bestaat nog. Het Amsterdamse reukwatertje “odeklonje” was lange tijd zozeer een begrip dat de Amsterdammers hun beerwagen of strontkar kennelijk ook wel de Boldootkar noemden. Zoals de advertentie uit 1934 het wil: “Ge frischt er heelemaal van op” en “de heerlijke geur is ’n weldaad voor Uzelf en Uw omgeving.”

 

Advertentie in De Telegraaf van 12 juli 1934 (KB Delpher). Vacantie schrijf je met een "c"

Advertentie in De Telegraaf van 12 juli 1934 (KB Delpher). Feliz zegt het vaak genoeg: “vacantie” schrijf je met een “c”.

De Amsterdamse rondvaartbootvergunningenloterij – Een Facebook tekstje

Zonder echt rekening te hebben willen houden met de duurzame waarde verzonken in een bestaande vloot en, daarmee, de gevestigde commerciële belangen van veterane ondernemers, heeft de gemeente Amsterdam de markt voor toervaart in de Amsterdamse grachten gisteren willen open gooien met een “loting”. Jawel, goed bestuur leer je bij de Postcode loterij!

Nu heb ik zojuist het woord “duurzaam” gebruikt in de oorspronkelijke betekenis (“van lange duur”) en dat kan verwarring wekken; want ik begrijp dat men de vloot wil “verduurzamen” in de zin van “vergroenen” door onder andere de boten te (laten) elektrificeren. Maar moest die doelstelling nu persé worden gekoppeld aan dat andere oogmerk, te weten, de bevordering van de eerlijke concurrentie op deze markt? De Europese Unie (of althans het een of andere orgaan daarvan) bepaalde kennelijk dat nieuwe rederijen (of althans rederijen die nieuw zijn voor dit vaargebied) ook tot de Amsterdamse grachtengordel moesten worden toegelaten. Dit viel uiteraard goed bij de neoliberalen in de stad, maar zouden ze nu echt blij moeten zijn met de resulterende slachting onder de Amsterdamse rederijen?

Verwarring lijkt me het passende trefwoord voor de hele procedure van gisteren. Een loting met een voorselectie vol dubbelzinnigheden geplaagd gecombineerde en deels tegenstrevende doelstellingen.

Want als verduurzaming van de vloot tegen 2020 nu echt de bedoeling was, hoe kan het dan worden verantwoord dat een rederij als ’t Smidtje buiten de boot is gevallen nadat die nu juist een boel “vergroende” schepen in de vaart heeft gebracht? De weging per categorie die bij de loting is toegepast is klaarblijkelijk vertroebeld door tegenstrijdigheden; in milieutechnisch opzicht duurzame scheepjes (van toch nog bijna een miljoen euro per stuk) konden niettemin worden afgewezen op grond van de “beeldbepalende” eigenschappen.

“Zo hoorde Tomas de Smidt van de middelgrote rederij [‘t] Smidtje met tranen in zijn ogen dat al zijn acht schepen boven de 14 meter niet meer welkom zijn in de binnenstad. Zelfs de schepen die hij recent met subsidie van de gemeente had omgebouwd tot elektrisch aangedreven zijn niet beeldbepalend genoeg.” (http://www.volkskrant.nl/…/-slachting-in-amsterdamse-grach…/). Andere kleine rederijen – en laten we wel wezen, dat is de kostwinning van een boel mensen – zijn eveneens afgewezen en uitgeloot. Dus terwijl de iconische rondvaartboten uit de 1960er jaren zijn gered op grond van hun beeldbepalend belang, is een gerenoveerde salonboot uit 1927 geweerd. (En zou men erin geslaagd zijn het ijkpunt voor dat beeldbepalende belang te koppelen aan het feit dat de grachtengordel UNESCO Werelderfgoed is? De boten van Kooij en Lovers waren er evenmin in de 17e eeuw. Maar dit terzijde.)

De ramp is groot. Het Parool meldt dat de oude trekschuit van 1880 het ook niet heeft gered: “Ook de oudste boot van de stad, trekschuit de Hildebrand uit 1880 van Rederij de Nederlanden, moet de grachten uit”. (http://www.parool.nl/…/rederijen-moeten-boten-naar-schroot…/)

En zo is een notaris die deel uitmaakt van een kantoor dat het Griekse woord voor “schipper” (“nauta”) in zijn naam draagt instrumenteel geworden in het zinken van de “notarisboten” van weleer. Waarom werden sommige salonboten zo genoemd? Dat weet Feliz te vertellen!

De waterrotor (een Facebook poststuk)

Vanmorgen (Goede Vrijdag 14 april 2017) heb ik aandacht voor de geweldige “waterrotor” van Waterotor Energy Technologies inc. (met inderdaad een enkele “r”). Zie, in althans het Facebook poststuk,  het videootje in de verwijzing (ik heb deze link van Anet Steenkamp-Witteveen – bedankt!). De “nieuwe” waterrotor onderstreept maar weer eens, volgens mijn mening, dat het bij de grote uitdaging om oplossingen te vinden voor het allesoverheersende probleem van de energie-opwekking en benutting niet schort aan technische oplossingen. De opwekking van elektriciteit met getijdemolens is allang geen nieuw concept meer (zie eindnoot). Dat geldt ook voor de benutting van de bewegings-energie in de golfslag boven de waterlijn en de stroming onder de waterlijn. Bij dit verhaal zouden we net zo goed ook nog het voorbeeld kunnen betrekken van de opwekking van elektriciteit met het drukverschil tussen zoet en zout water (osmose). Hoe dan ook, de ideeënbus zit vol genoeg. Het gaat, zoals altijd, veeleer om de organisatie en de financiering van dergelijke oplossingen en daarmee, uiteindelijk, om de stimulering van maatschappelijk draagvlak. Voor de neoliberalen onder ons is daartoe geen bijzondere inspanning van de overheid nodig: zodra een in dit verband constructief idee economisch rendabel wordt, zal de markt er vanzelf voor zorgen dat het ook werkelijkheid wordt. Problematisch is echter dat er in de impliciet veronderstelde kosten-baten-analyse nooit voldoende, of in het geheel niet, rekening wordt gehouden met de maatschappelijke en de millieubelastingskosten. Zo blijven dit soort oplossingen altijd voorbij de horizon liggen, dus, om flauw te doen (en dat mag natuurlijk altijd op een persoonlijk Facebook poststukkie), voorbij de windturbineparken in de Noordzee. Bovendien veroorzaakt de voortdurende aftapping van de gasbel onder Groningen een soort Oost-Indische doofheid bij de neoliberale aanhangers van de VOC-mentaliteit. (En ja, laten we vooral niet denken dat de VOC zaken deed zonder “staatssteun” – maar dat is echt een ander verhaal.) De vraag of een oplossing haalbaar, betaalbaar en rendabel is, wordt dus in de eerste instantie al niet eerlijk beantwoord. Daar had Marianne Thieme volkomen gelijk in tijdens haar optredens in de verkiezingscampagne. Ik verwijs dan op feestjes altijd graag naar de uitwerking van deze gedachte door aanhangers van de New Institutionalist Economics (inz. Douglas North). Of, zoals Paul Ormerod het in 1994 wilde: “there is no intellectual reason why the national accounts currently constructed could not be amended to incorporate environmental costs and benefits” (The Death of Economics, London/Boston 1994, p. 30). Toch hebben we dit niet zien gebeuren op de vele Prinsjesdagen sindsdien. Maatschappelijk draagvlak zal daarom moeten worden bevorderd zonder (al te veel) hulp van de overheid. Het is voor dit onderwerp, net als voor zoveel andere problemen die ons aangaan, dus belangrijk om bij het publiek zoveel mogelijk de belangstelling aan te wakkeren, ouderwets genoeg opdat men de blik verruimt in plaats van verengt. Tegen de stroming in. De obstakels zijn niet (louter) technisch maar sociologisch (in bredere zin: vergeet overigens niet dat economie ook een sociale wetenschap is die zich echter met grafieken en statistieken heeft vermomd als exacte wetenschap). Ik zeg het maar weer: de bevordering van algemene kennis (inzonderlijk van het denken en handelen van groepen mensen) is altijd veel belangrijker dan de verdieping van de wiskundige vaardigheden. Kies exact? Exactly. “O my goodness! Is that the time?” Weer aan het werk!

Eindnoot. Getijdemolens die werden ingezet voor de aandrijving van assen met maalstenen zijn vrij algemeen geattesteerd voor verschillende streken in Europa vanaf kennelijk reeds de zevende eeuw. Voor zover het er nu uitziet dateert de oudste getijdemolen uit de eerste eeuw na Christus; die werkte met de getij in de monding van de River Fleet nabij het Romeinse Londinium (http://www.kentarchaeology.ac/authors/005.pdf). Ik heb overigens zelf een nog werkende getijdemolen gefilmd in Eling bij Southampton (en daarvan kan ik nog een montage misschien eens maken). Vanaf de latere middeleeuwen en de nieuwe tijd bestonden ze zeker ook in de Nederlanden, zoals in het Vlaamse Rupelmonde (nu nog museaal in bedrijf) en het Brabantse Bergen op Zoom (onttakeld). Relevant voor dit verhaal van de benutting de van energie van waterstromen zijn natuurlijk vooral ook de talloze drijvende molens die op veel Europese rivieren hebben gelegen.

Cogito ergo sum machinatus – een Facebook poststuk

Elon Musk is zo onderhand de guru geworden van een hele schare bewonderaars die het verlies van Steve Jobs nooit te boven zijn gekomen. De man zou met zijn zelfrijdende Tesla’s de weg wijzen naar de oplossing voor de problemen die verband houden met de opwarming van de aarde. Het campagneteam van de VVD geloofde er in ieder geval heilig in – de agenda van Groenlinks zal worden achterhaald door de technische ontwikkelingen op het asfalt. Omarm de visie van Musk en laat de details even zitten. Vraag dus niet hoe alle bestaande auto’s met verbrandingsmotoren versneld kunnen worden afgeschreven en vervangen. Dat zal wel moeten want zolang nog niet iedereen in dezelfde geëlektrificeerde file is gaan staan, kunnen er nog altijd ongelukken gebeuren met de zelfrijdende auto’s. “Jongens, wél allemaal tegelijk!” Vraag ook niet hoe de elektriciteit voor de wagens zal moeten worden opgewekt en voor alle auto’s beschikbaar worden gemaakt. Wat een flauwe kanttekening. Daar gaan anderen toch over? En vraag vooral niet hoe je oud-Windows-gebruikers zo ver krijgt om hun leven op de snelweg toe te vertrouwen aan een computerbesturingsprogramma. Binnenkort is het allemaal bug-free. Intussen is Sint Elon een rijzende ster. En dankzij de alomtegenwoordige heiligenverering van deze redder zou het bedrijf Tesla inmiddels meer waard zijn dan Ford, niet zozeer op grond van bedrijfsresultaten, als wel op, inderdaad, “goed geloof”. Marketing is alles. De wereldverbeteraar Musk wil nu ook particuliere reizen naar de rafelrandjes van de ruimte organiseren, met eigen raketten die waarschijnlijk een slordige slag minder milieuvriendelijk zullen zijn dan de Tesla-taxi’s. Leuk voor natuurkundigen en miljonairs die geen spanning meer kunnen vinden in het reisaanbod van Floortje Dessing, maar niet bepaald goed voor de reductie van broeikasgassen. Wie op dit soort tegenstrijdigheden let zal wel een kniesoor zijn. De mooiste grap van Elon Musk las ik onlangs in The Economist van 1 april 2017 (p.9). De “seriële ondernemer” kondigde de lancering aan van een bedrijf dat computers direct wil laten aansluiten op het menselijke brein. Met deze zelfdenkende computers van het bedrijf Neurolink, zal Lee Majors herrijzen als bionische man 2.0, als de man van zes miljoen met inflatiecorrectie, en het is dan net als met de zelfrijdende auto’s de bedoeling dat iedereen wél tegelijk mee moet doen: “Mr. Musk has long argued that humans must embrace brain implants in order to stay relevant as artificial intelligence advances” (The Economist, 1-7 april 2017, p. 9). Ja, laat dát maar eventjes op uw verouderde analoge brein inzinken: als je niet snel een zelfdenkende machine wordt, raak je je relevantie kwijt. En ú dacht het centrum van het universum te zijn? Het beeld van de strijd van de mens tegen de machine heeft al veel gekke films opgeleverd, maar nu ook de grootste gek. Cogito ergo sum machinatus.