Catalaanse openbare universiteiten mogen geen eigen mening verkondigen over mensenrechten

Catalaanse openbare universiteiten mogen geen eigen mening verkondigen over mensenrechten

De topbestuurders (rectors) van de Catalaanse openbare universiteiten hebben herhaaldelijk bezwaar gemaakt tegen de inzet van het strafrecht in het politieke conflict over de zelfbeschikking van Catalonië. Op 24 maart 2018 verklaarden de bestuurders van de openbare Universiteiten van Catalonië gezamelijk diep ongerust te zijn over de hechtenis van meerdere bestuurders en politici met de stelling dat een politiek conflict via dialoog moet worden opgelost en niet door strafrechtelijke vervolging. Dit was een directe reactie op de indertijd nog preventieve hechtenis van de leiders van de twee grote burgerbewegingen Omnium Cultural en Assemblea Nacional Catalana, de voorzitter van het Catalaanse Parlement en de Catalaanse ministers en partijvoorzitters voor zover die niet waren uitgeweken naar België, Schotland en Zwitserland. 

     Na de daadwerkelijke veroordeling van de gevangenen tot draconische straffen, tot in vele gevallen 13 jaar cel, voor “seditie” (middeleeuwse opruïng), “rebellie” (in dit geval zonder aantoonbaar geweld of oproep daartoe), misbruik van publieke middelen (verondersteld) en bestuurlijke ongehoorzaamheid hebben de rectores van de Catalaanse openbare universiteiten hetzelfde pleit voor dialoog in plaats van strafrechtelijke vervolging nog eens met klem herhaald. 

     Ik geef hier mijn vertaling van die verklaring weer (zie de eindnoot voor de verwijzing naar het origineel.) 

Verklaring van de hoogste bestuurders van de Catalaanse Vereniging van Openbare Universiteiten [Asociación Catalana de Universidades Públicas] inzake de veroordeling van de leiders van de onafhankelijkheidsbeweging

(Comunicat de les rectores i els rectors de l’ACUP davant la sentència als líders independentistes”) d.d. 14 october 2019

“Wij zijn de [bestuurders van de] Catalaanse openbare universiteiten, instellingen die de vaste overtuiging delen dat het recht op vrijheid van meningsuiting en het recht van de confrontatie van ideeën moet worden verdedigd. Vanuit dit uitgangspunt, en gelet op de uitzonderlijke politieke situatie die we in Catalonië doormaken, willen we het publiek duidelijk maken wat ons standpunt is.

     Op 24 maart 2018 gaven wij, de topfunctionarissen van Catalaanse openbare universiteiten, reeds een verklaring af waarin we onze diepe ongerustheid uitten over de gevangenneming van verschillende Catalaanse politieke leiders en bestuurders en verklaarden we dat het een vergissing was [“un error”] om deze mensen de vrijheid te ontnemen en dat er andere manieren waren om met de situatie in Catalonië om te gaan. [zie noot.]

     Vandaag, 14 oktober 2019, hebben we kennis genomen van de uitspraak van het [Spaanse] Hooggerechtshof en willen we onze verontwaardiging over de situatie in Catalonië opnieuw uiten, zoals we dat op voornoemde dag ook reeds hadden gedaan, evenals onze bezorgdheid over de persoonlijke omstandigheden waarin de mensen, die door de gerechtelijke uitspraak zijn getroffen, thans verkeren.

      Zoals we bij andere gelegenheden hebben gezegd, zetten de [betrokken] universiteiten zich te allen tijde in voor dialoog als de geijkte manier om conflicten op te lossen; een dialoog die gekenmerkt wordt door de cultuur van vrede en die gekant is tegen het gebruik van elke vorm van geweld. Het bevorderen van de dialoog is een kenmerkende eigenschap van een universiteit, en de geschiedenis leert ons dat dit de beste manier is om politieke en sociale conflicten op te lossen.

      Onze universiteiten zijn gemeenschappen van mensen met een grote ideologische diversiteit, waar alle ideeën en uitingen een plaats hebben, hetgeen betekent dat er ook verschillende beoordelingen van de huidige situatie worden gegenereerd. We merken echter nogmaals op dat politieke problemen uit het verleden, het heden en de toekomst politiek moeten worden opgelost en niet systematisch in de rechtbank moeten eindigen. [“Constatem, però, novament, la necessitat que els problemes polítics passats, presents i futurs es resolguin per la via política i no acabin de manera sistemàtica en la via judicial.”]

       Vanuit die opvatting, roepen we alle politieke actoren op met hernieuwde inspanning zo snel mogelijk een oplossing te vinden voor het politieke conflict waarin we terecht zijn gekomen, en wel een oplossing die door een grote meerderheid van de Catalaanse burgers kan worden aangenomen. Slechts door te luisteren naar de ander, uit respect voor ieders recht om de eigen ideeën te verdedigen, op steeds een democratische en vreedzame manier, kunnen we een uitweg vinden uit een conflict dat we op geen enkele manier dusdanig chronisch mogen laten worden dat daardoor onomkeerbare sociale breuken zouden ontstaan.

     Ten slotte willen we de mensen die door de veroordeling tot straf zijn getroffen, van wie sommigen aan onze universiteiten verbonden zijn of zijn geweest, onze solidariteit laten voelen in deze moeilijke tijden voor henzelf en voor hun families en vrienden.

     Barcelona, ​​Girona, Lleida, Tarragona, 14 oktober 2019″

Klaarblijkelijk rieken deze woorden zelf al naar seditie zoniet rebellie in de neuzen van de Spaanse nationalisten. Talloze stafleden en (oud-)studenten van de Catalaanse openbare universiteiten die, zoals de instellingen zeggen dat zo goed te kunnen waarderen, een overtuiging hebben die niet strookt met die van de eigen bestuurders hebben bezwaar gemaakt tegen de verklaring. Ze hebben zich in october 2018 georganiseerd in een collectief dat zich “Universitaris per la Convivència” noemt, “universitair personeel voor de samenleving”, waarbij onmiddellijk zij opgemerkt dat “convivència” nadrukkelijk géén neutraal concept is.  Het duidt op de centraal geleide samenleving volgens de gemeenschappelijke stijl van het eenvormige, eenduidige en ondeelbare Spanje, waarbij de maatstaf wordt bepaald, als vanouds, door het dominante machtscentrum in Madrid. (Voor de beladen term van “Convivència”, zie nu vooral het meersterlijke boek van Christiane Stallaert, Het verdriet van Spanje. Een natie op zoek naar zichzelf. Uitgeverij Vrijdag: Antwerpen 2020.)

“Convivència” betekent voor Catalonië het voegen naar de beschikking van het Castilliaanse centrum: Madrid. Dat druist daarmee direct in tegen het recht op zelfbeschikking van Catalonia. Dat recht is erkend door internationaal recht met verdragen die integraal deel uitmaken van de Spaanse grondwettelijke orde. Het beginsel van de autonomie is voor de verschillende autonome gebieden verder expliciet door de Spaanse grondwet van 1978 gegarandeerd. Maar in de uitwerking van dit beginsel slaagt de Spaanse staat erin juist een algemene geldigheid van de eigen norm door te drukken: wat in de ene regio wordt beschikt, moet, terwille van de rechtsgelijkheid in heel Spanje,  ook voor alle andere regio’s gaan gelden. Door deze harmonisatie is het Statuut van autonomie van Catalonië tot Spaanse normen teruggeboetseerd met de talloze ingrijpende wijzigingen die zijn opgelegd door het grondwettelijk hof van Spanje. Dat hof keurt ook voortdurend de wetten van de autonome regio af met een dusdanig resultaat dat er van interne zelfbeschikking geen sprake (meer of nog) is. De enige aanvaardbare stijl van “convivència” wordt aldus door de Spaanse staat gedicteerd. 

      Het collectief dat zich heeft verenigd als “Universitaris per la Convivència” heeft de topbestuurders van de Catalaanse openbare universiteiten vrijwel onmiddellijk na de publicatie van het manifest van 14 october 2019 aangeklaagd onder het motto “Laten we de neutraliteit van onze universiteiten in Catalonië verdedigen” [“Defendemos la neutralidad de las instituciones universitarias en Cataluña”]. Vanzelfsprekend hadden ze de Spaanse publieke opinie mee: “Catalaanse universiteiten hebben zich laten meeslepen door de druk van pro-onafhankelijke studenten”, stelde Jessica Mouzo Quintáns in de nationalistische krant El País in 31 october 2019, “en ze hebben partij gekozen voor het procés“, waarbij het woord procés verwijst naar de ontwikkelingen van de afgelopen jaren die verband houden met het streven naar Catalaanse onafhankelijkheid (https://elpais.com/ccaa/2019/10/30/catalunya/1572467060_860129.html). 

     Terwijl de “rectores” van de Catalaanse openbare universiteiten menen juist in lijn met de universele rechten van de mens op te komen voor de vrijheid van de meningsuiting van de Catalaanse opinieleiders en politici die strafrechtelijk zijn vervolgd, beweren de “convivència” aanhangers (dus de Spaanse nationalisten) dat de universiteiten gepolitiseerd zijn geraakt door deze oproep tot dialoog in plaats van “wetstrijd”–– al zouden ze zelf wellicht liever de term “rule of law” prefereren boven die van “lawfare”. De vier docenten plus één student die door het collectief van 800 als klagers ten tonele zijn gekomen maakten bij het Spaanse Hooggerechtshof bezwaar tegen het feit dat zij gedwongen werden te sorteren onder een bestuur dat een eigen politieke standpunt innam. Daarmee zou, volgens een merkwaardige kronkelgedachte, hun eigen recht op de vrije meningsuiting door het universiteitsbestuur zijn beknot. “We hebben te doen met een ernstig probleem van de ongeoorloofde toeëigening van de universitaire gemeenschap”, stelde een prominente klager (Isabel Fernández). “Een universiteitsbestuur heeft geen recht op vrije meningsuiting. Dat is een persoonsgebonden recht.” (https://elpais.com/ccaa/2019/10/30/catalunya/1572424750_923460.html).

   Het hooggerechtshof heeft nu op 5 october 2020 geoordeeld dat –– verrassing, verrassing –– de klagers gelijk hadden en dat het universiteitsbestuur niet neutraal was gebleven. “De plicht tot neutraliteit houdt in dat de universiteit niet als haar eigen een bepaalde politieke positie kan innemen,” oordeelde het hof, “en al helemaal niet wanneer die positie duidelijk in strijd is met de waarden en principes van het huidige rechtssysteem”. De rechter lichtte verder toe dat een openbare instelling, vooral eentje waarvan de functie niet precies die van politieke vertegenwoordiging is, zich niet kan beroepen op de vrijheid van meningsuiting omdat dat recht een individueel recht is dat openbare instellingen missen. Tenslotte wijst de rechter op het probleem dat de verdediging van politieke handelingen die door het Spaanse strafrecht reeds zijn vervolgd en ongrondwettelijk zijn verklaard (“declarados en su mayoría inconstitucionales y perseguidos por la jurisdicción penal”) niet slechts straffeloos is (“impugnables”) maar dat die verdediging ook de aan de universiteit toevertrouwde ontwikkeling van de studenten en de stafleden verstoort (https://elpais.com/espana/catalunya/2020-10-05/condenada-la-universidad-de-barcelona-por-su-manifiesto-de-rechazo-al-fallo-del-1-o.html). Zodra dus het universiteitsbestuur opkomt voor mensenrechten, gaat de kwaliteit van het onderwijs en onderzoek kennelijk hard achteruit. 

     De bestuurders van de openbare universiteiten van Catalonië zijn nu gesommeerd hun verklaringen in te trekken, ze van de websites weg te halen en rectificaties te plaatsen. En ze moeten de kosten van de rechtzaak vergoeden.  

De bestuurders van de openbare universiteiten meenden op te komen voor universele waarden. Volgens het ene kamp heeft Spanje “politieke gevangenen” gemaakt door het strafrecht in te zetten als instrument tegen de onafhankelijkheidsbeweging. Volgens het andere kamp zou de Spaanse staat slechts de grondwettelijke orde hebben beschermd tegen de politieke krachten die de eenheid van Spanje bedreigen. Ieders oordeel over deze zaak hangt dus af van de vraag of Spanje terecht de Catalanisten strafrechtelijk heeft vervolgd. De aanklacht, tegen de Spaanse Staat, dat juridische middelen worden ingezet om politieke doelen te bereiken was volgens mij volkomen terecht (zie noot). Het internationaal recht overtroeft het nationaal recht in die landen waar de internationale verdragen terzake zijn verankerd in de geigen grondwettelijke orde. En dat is in Spanje gewoon het geval. 

     De veroordeling van personen vanwege hun deelname aan de promotie en organisatie van een referendum over zelfbeschikking en afscheiding is ongrondwettelijk. Professor Alfred De Zayas, expert op het gebied van internationaal recht en in het bijzonder inzake het recht op zelfbeschikking, heeft herhaaldelijk betoogd dat Spanje krachtens zijn eigen grondwet immers gebonden is aan het Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (voor zijn uitspraken, zie de verwijzingen in de eindnoten, bij de video’s). Artikel 1 van dat verdrag stelt heel duidelijk dat álle volkeren het recht hebben op zelfbeschikking. Dezelfde bepaling is ook opgenomen in het eerste artikel van Het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten. Alle staten die het VN Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten hebben ondertekend, hebben de verplichting, niet slechts om zelfbeschikking niet te belemmeren, maar een pro-actieve verplichting om het te faciliteren. Het gaat hier volgens De Zayas  dus om afdwingbaar recht dat vervolgens is geïncorporeerd in het Spaanse rechtssysteem, krachtens artikel 10 paragraaf 2 en artikel 96 van de Spaanse Constitutie. Opkomen voor de schending van het recht van de politici, de bestuurders en de voorzitter van het parlement lijkt me dus hetzelfde als opkomen voor de bescherming van fundamentele mensenrechten.  

Geeft het opkomen voor universele mensenrechten dan blijk van “een politieke kleur”? Wél als je de geldigheid van die mensenrechten als overkoepelend recht niet onderschrijft. En dan glijdt je af naar donkere tijden. Want hadden wij in Nederland niet zelf óók eens een vertegenwoordiger van het universiteitsbestuur dat ten behoeve van de gehele universitaire gemeenschap drastische uitspraken deed ter verdediging van de mensenrechten in strijd met het toentertijd geldende rechtssysteem? Op 26 november 1940 sprak professor R.P. Cleveringa, Decaan van de Juridische Faculteit van de Rijksuniversiteit Leiden zich uit, met beroep op de grondwet, de rechtvaardigheid en het internationaal recht, tegen het ontslag, op last van de Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied, van zijn joodse collega, de hoogleraar Prof. mr. E.M. Meijers. Was dat ook te politiek? De toespraak van Cleveringa zou leiden tot de staking van alle universitaire activiteiten en, als indirect gevolg, tot de vorming van het studentenverzet. 

Maar goed, ik denk dat Madrid wel spoedig zal aandringen op personeelswisseling in de Catalaanse universiteitsbesturen.

 

Naschrift d.d. 9 october 2020: Vicent Partal.

Zojuist heb ik ook het redactioneel commentaar dienaangaande van Vicent Partal  op Vilaweb gelezen (en eerder gevonden dankzij een Tweet van Gerber van der Graaf – bedankt). Partal, een vooraanstaand journalist en auteur van het onder andere het boek Nou homenatge a Catalunya (Barcelona 2018), betoogt dat de huidige Spaanse rechter verder is gegaan in de beknotting van de Catalaanse universiteiten dan zelfs de Franquistische rechters ooit hadden gedaan (“això que ha fet aquest jutge no ho havien fet els jutges ni en l’època franquista”). Door een”pseudo-beroep” te doen op de neutraliteit van de openbare ruimte, stelt Partal, heeft de rechter een aanslag gepleegd op de democratie (“Aquest pseudo-concepte de neutralitat de l’espai públic és un atemptat contra la democràcia”). Want, zo vat Partal het probleem prachtig samen:

“Als immers onder “neutraliteit” wordt verstaan dat alleen die symbolen kunnen worden getoond die de autoriteiten gepast achten of goed uitkomen,  dan is dit een ‘democratie’  die alleen de publieke uiting van politieke manifestaties mogelijk maakt die afkomstig zijn van de macht. En een systeem waarin de ideologische stellingen van de macht de gehele openbare ruimte mogen innemen, maar waarin de posities die níet door de macht worden gepromoot thuis in het verborgene moeten worden gehouden en niet in het openbaar mogen worden uitgedrukt, is, zoals iedereen eenvoudigweg weet en begrijpt, géén democratie maar een dictatuur. Punt uit en einde van de discussie.”

(“Perquè si per neutralitat s’entén que només es poden mostrar els símbols que els poders públics consideren propis o convenients, això és una ‘democràcia’ que tan sols permet l’expressió pública de les manifestacions polítiques provinents del poder. I un sistema en què les posicions ideològiques del poder poden ocupar tot l’espai públic però les que no són promogudes pel poder s’han d’amagar a casa i no es poden expressar en públic, com tothom sap i entén fàcilment, no és una democràcia sinó una dictadura. Punt, i final de la discussió.”)

Vicent Partal, “Els jutges ultrafranquistes i l’aberrant esguerro de la ‘neutralitat de l’espai públic’. Un sistema en què les posicions ideològiques que el poder decideix poden ocupar tot l’espai públic però les que no són promogudes pel poder s’han d’amagar a casa i no poden expressar-se en públic no és una democràcia sinó una dictadura”, Vilaweb Editorial, d.d. 5 october 2020.

https://www.vilaweb.cat/noticies/els-jutges-ultrafranquistes-i-laberrant-engendre-de-la-neutralitat-de-lespai-public/

 


Noten met de verwijzing naar bronnen voor zover niet direct in de tekst gegeven.  

Verklaring van de hoogste bestuurders van de openbare Universiteiten van Catalonië d.d. 24 Maart 2018 in het Catalaans, “Comunicat dels rectors i la rectora de les universitats públiques catalanes”, https://www.ub.edu/web/ub/ca/menu_eines/noticies/2018/03/053.html?; in het Spaans: https://www.ub.edu/web/ub/es/menu_eines/noticies/2018/03/053.html?; in het Engels: https://www.ub.edu/web/ub/en/menu_eines/noticies/2018/03/053.html?]

Verklaring van de hoogste bestuurders van de Catalaanse Vereniging van Openbare Universiteiten [Asociación Catalana de Universidades Públicas] inzake de veroordeling van deleiders van de onafhankelijkheidsbeweging

(Comunicat de les rectores i els rectors de l’ACUP davant la sentència als líders independentistes”), d.d. 14 october 2019. Catalaans: https://www.ub.edu/web/ub/ca/menu_eines/noticies/2019/10/029.html; Spaans: https://www.ub.edu/web/ub/es/menu_eines/noticies/2019/10/029.html?

De Cleveringa-rede: https://www.dbnl.org/tekst/clev00326no01_01/clev00326no01_01_0002.php

Voor een verzameling informatieve en opiniërende video’s over de juridische problemen in de Catalaanse kwestie, zie mijn groeiende verzameling op www.catalanen.nl. Speciaal relevant zijn de video’s met de diverse experts in internationaal recht: 

Ben Emmerson, Alfred De Zayas, Alessandro Gamberini

  1. Ben Emmerson. “Catalanisten vervolgd door de Deep State van Spanje. Ben Emmerson over de Catalaanse kwestie” (https://vimeo.com/302676976). Voordracht van Ben Emmerson QC, vooraanstaand specialist in internationaal strafrecht, internationaal en Europees publiek recht en mensenrechten, voormalig VN Speciaal Rapporteur over Terrorismebestrijding en mensenrechten over de schending van de mensenrechten door de Spaanse staat, gehouden op het symposium De Catalaanse kwestie in juridisch perspectief, georganiseerd door de Catalaanse Nationale Assemblée (Assemblea Nacional Catalana) op 9 november 2018 te Den Haag.
  2. “Alfred de Zayas. Interview on The Catalan Question and International Law. An interview with professor Alfred de Zayas.” (https://vimeo.com/303280365). Alfred-Maurice De Zayas, vooraanstaand deskundige op het gebied van mensenrechten en internationaal recht, voormalig onafhankelijk rapporteur aan de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten en de Rechtvaardige Internationale Orde van de Verenigde Naties (OHCHR), voorafgaand aan zijn lezing op het symposium over het zelfbeschikkingsrecht van Catalanen georganiseerd door ANC Nederland te Den Haag op 9 november 2018. (Nederlanddse vertaling van de tekst: http://www.lirb.nl/historia-the-historyliner/alfred-de-zayas-te-beweren-dat-een-referendum-illegaal-zou-zijn-is-absolute-onzin/) 
  3. “Alfred De Zayas. The Catalan Question and International Law. Part Two.” (https://vimeo.com/307304691). Registratie van (a) zijn lezing en (b) zijn antwoord op de vragen uit het publiek. Dat laatste is ook apart uitgemonteerd en van ondertitels voorzien in de volgende video.
  4. “Alfred de Zayas – De oorverdovende stilte rond de Catalaanse kwestie” (https://vimeo.com/307611344). De Catalaanse Kwestie in Juridisch Perspectief. De vertaling is in uitgeschreven vorm te vinden via mijn weblog: http://www.lirb.nl/historia-the-historyliner/de-oorverdovende-stilte-rond-de-catalaanse-kwestie-drie-vragen-aan-alfred-de-zayas/
  5. “Lawfare and the Politicization of the Judiciary. Professor Alfred De Zayas on International Law à la carte.” (https://vimeo.com/426553497). Wet-strijd en de politisering van de rechtspraak /  Lawfare and the Politicization of the Judiciary (Nederlands ondertiteld).
  6. “Alessandro Gamberini. Juridische ontsporing. Van daadstrafrecht tot intentiestrafrecht.” (https://vimeo.com/432498775). Alessandro Gamberini, Italiaans strafrechtadvocaat, over de juridische ontsporing in het Spaanse strafproces tegen het streven naar de Catalaanse zelfbeschikking, over de noodzaak om burgerlijke ongehoorzaamheid te beschermen, met ook referentie naar zijn verdediging van Carola Rackete, de kapitein van Sea Watch 3 die in juni 2019, die Afrikaanse drenkelingen op Lampedusa liet ontschepen in weerwil van het verbod van Minister Salvini. Registratie van zijn bijdrage tot een paneldiscussie, geleid door een prominente Catalaanse journalist, Antoni Bassas (ARA), in de Foreign Friends of Catalonia “Conferència Catalunya al món” gehouden in de Paranimf de la Facultat de Medicina de la Universitat de Barcelona op 10 september 2019..
    .
    Video’s met betrokken Catalanisten (belanghebbend, betrokken maar daardoor niet noodzakelijkerwijs partijdig)
  7. “Een onafhankelijk Catalonië?” Carles Puigdemont in gesprek met Tim Huiskes en studenten in de grote zaal van het Academiegebouw van de Rijksuniversiteit Groningen (vimeo.com/327423737). College Tour georganiseerd door de Studium Generale Groningen aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) op 13 februari 2019. De Nederlandse ondertitels zijn uitgeschreven: http://www.lirb.nl/historia-the-historyliner/een-onafhankelijk-catalonie-college-tour-met-carles-puigdemont-studium-generale-groningen-nederlandse-ondertitels/
  8. “Elisenda Paluzie. Interview on the Catalan Question and International Law.” (https://vimeo.com/303891099) An interview with professor Elisenda Paluzie, Expert in International Economics (Yale University, University of Barcelona) and President of the Assemblea Nacional Catalana (ANC).
  9. “Clara Ponsatí – Brief Introduction to the Catalan Question” (https://vimeo.com/329405907). Professor Clara Ponsatí delivering a lecture on the Catalan Question at the John Stuart Mill College to PPE students of the Free University in Amsterdam (Vrije Universiteit) on March 6th, 2019. This is her introduction to the Q&A session with PPE students (see below).
  10. “Clara Ponsatí – Q&A with PPE students on the Catalan Question” (https://vimeo.com/331461044). Second video of the PPE Encounter with Professor Clara Ponsatí  at the John Stuart Mill College at the Free University in Amsterdam (Vrije Universiteit) on March 6th, 2019. This second video is the Q&A session with the Philosophy, Politics and Economics students.
  11. “Lluís Puig i Gordi: ‘Dit is geen rechtszaak, dit is een klucht!'” (https://vimeo.com/333121818). Interview met Lluís Puig i Gordi, uitgeweken regiominister voor cultuur in de regering van Carles Puigdemont, vlak voor aanvang van het strafproces in het Spaanse Hooggerechtshof te Madrid tegen de leiders van de onafhankelijkheidsbeweging en de voormalige bewindslieden van de Catalaanse regering onder leiding van president Carles Puigdemont. Ter gelegenheid van een manifestatie voor het gebouw van de Europese Commissie op 12 februari 2019. 
  12. “Jordi Pesarrodona: Demòcrata acusat falsament de delicte d’odi” (https://vimeo.com/459859889). Entrevista amb Jordi Pesarrodona, Comediant / Pallasso i també, en 2017, regidor d’ERC de Sant a Joan de Vilatorrada, el 18 de setembre de 2019; i al Simposi “Human Rights à la Carte”, La Haia, Països Baixos, el 19 de octubre de 2019. Amb una  contribució de Albert Pié Lacueva, Degà del Il·lustre Col·legi d’Advocats de Manresa, el 17 de setembre de 2019.
    .
    .
    Voor de verdere verdieping in de achtergronden van de Catalaanse kwestie: 
  1. “Les fosses comunes de la Guerra Civil i la dictadura Franquista.” (https://vimeo.com/368795769). Reflexions de Joan Sebarroja, defensor dels dret humans, al costat de la Fossa del Camí de Les Torres, Sant Joan de Vilatorrada, prop de Lledoners, el 17 de setembre de 2019. Encara sense subtítols en Neerlandès. 
  2. “The MEP speeches on the exclusion of 3 MEPs from taking their seats in the European Parliament.” (https://vimeo.com/347285888). Four Members of the European Parliament delivered a speech on the exclusion of 3 MEPs from taking their seats in the European Parliament. Marisa Matias (Portugal), Matt Carthy (Ireland), Ivo Vajgl (Slovenia) and Gérard Onesta (France). Strasbourg, July 2nd, 2019. Languages spoken in this video: Catalan, Castilian, English and French.The video also serves as a souvenir from that remarkable event of some 10.000 peaceful protesters next to the European Parliament Buildings.  For which you might also want to watch: 
  3. “Omplim Estrasburg” –– “Let’s fill the City of Strasbourg” (English subtitles)(https://vimeo.com/346392958). “European Parliament: Whatever happened to my vote?”Over 10.000 EU citizens gathered outside the European Parliament on the 2nd of July, protesting that three Catalan MEPs, who were elected in May, have been prevented from taking their seats by the Spanish authorities in collusion with Antonio Tajani. 
  4. “Omplim Den Haag I (Preview to the “Human rights à la carte” Symposium)” (https://vimeo.com/364651443). Algemene introductie tot het probleem, gebruikt als opening van een symposium in Den Haag over de Catalaanse kwestie in het perspectief van “internationaal recht à la carte”. 
  5. “Omplim Den Haag II. Entrega Petició (Aanbieding petitie)” (https://vimeo.com/365847549). Aanbieding petitie catalaansegevangenen.petities door initiatiefneemster Laura Prat Bertrams, Den Haag, 8 october 2019.
  6. “Het Catalaans. Een middelgrote Europese taal. Interview van Eva Daussà met Professor F. Xavier Vila i Moreno” (https://vimeo.com/431749631). Interview van Eva J. Daussà (Universiteit van Groningen) met Francesc Xavier Vila i Moreno (Hoogleraar Catalaanse Sociolinguistiek en Catalaanse Taalkunde, Directeur van de afdeling Catalaanse Taal en Literatuur en Algemene Taalwetenschap van de Universiteit van Barcelona). Barcelona 13 September 2019.
     
    Voor de sfeer tenslotte: 
  7. “Diada 2019 – Record videogràfic de la Diada Nacional de Catalunya del 2019” (https://vimeo.com/456590137). Record videogràfic de la Diada Nacional de Catalunya del 2019 (que s’ofereix per amics holandesos de la República Catalana com a consol en temps de quarantena).

Zwijgen is toestemmen –– “de autoritaire verleiding”

De PvdA nodigt ons allemaal uit voor een symposium over de actuele bedreigingen van de democratie (“Democratie tussen hoop en vrees: de autoritaire verleiding” op 31 januari 2020). Ik ben benieuwd of de deelnemers verder zullen kijken dan de lengte van de Pinocchio-neus van menigeen. Kleine kans. Want noch in het filmpje van de online uitnodiging noch in de maar liefst 480 (!) commentaren van Facebook bezoekers (tot nu toe) komt enige verwijzing naar de afbraak van de democratie (of liever gezegd de “democratische etalage) in Spanje voor. Daar zitten politici in de gevangenis vanwege voornemens en uitspraken die gebaseerd waren op een democratisch mandaat; leiders van burgerorganisaties zitten in de cel omdat ze groot gevolg hebben weten te winnen voor hun idealen; de voorzitter van het parlement zit in de lik omdat ze het bestaan heeft in het regio-parlement de onafhankelijkheid van Catalonië bespreekbaar te maken; talloze burgers die zich op de sociale media hebben uitgelaten over de Catalaanse kwestie zijn maandenlang vastgezet geweest zonder bewijs van strafbaar handelen; eenmaal is de hele regio-regering van Puigdemont afgezet en nu deze week is de president Torra hetzelfde lot beschoren; hij is op last van de Spaanse kiesraad van zijn functie beroofd,  want van zijn politieke rechten voor een termijn van 18 maanden (ongeacht het feit dat er nog een beroepsprocedure loopt), omdat hij het spandoek “vrijheid voor de politieke gevangenen” in verkiezingstijd weigerde weg te halen van het eigen regeringsgebouw. In die kiesraad zitten voornamelijk dezelfde leden van de rechtbank die de politici juist in de gevangenis hebben laten zitten.
De rechtspraak in Spanje is  volkomen gepolitiseerd en andersom wordt politiek bedreven via de rechters. De diepe Staat van Spanje is dan ook nooit volledig van het Franquisme gezuiverd geraakt in de gebrekkige “Transitie” die geleid heeft tot een evenzo gebrekkige grondwet. Enige belofte tot verdere uitwerking is gebroken (zoals met de afbraak van het Catalaanse Statuut van Autonomie vanaf circa 2010). “Something’s rotten in the state of Spain”. Historisch gezien vormt een totalitaire staat zich sluipenderwijs in de diepe staat, bij de bureaucratie en bij de elite van de onzichtbare poppenspelers, en ze blijft verborgen –– afgeschermd –– tot de gemanipuleerde “vox populi” ondubbelzinnig genoeg om actie vraagt, meestal in de vorm van een “Sterke Man”.  De geschiedenis herhaalt zich niet. Maar patronen vormen zich wel. Indien gekend zouden die ons moeten kunnen wapenen voor soortgelijk verval. Maar de meeste mensen blijven liever op de oppervlakte, tot groot genoegen van de politieke elite die het verborgene graag verborgen willen laten. Dat kan in Nederland ook gebeuren juist ook door het onvoorstelbaar falen van de pers. 
En dus maakt men zich in Nederland druk over de gemakkelijke pispaaltjes Orban, Erdogan, Trump, Duda of wie ook maar de regering van Polen aanvoert. Geen echte muziek maar de Top40. En daarom kan het gebeuren dat er in zo’n oeverloze discussie op Facebook over het thema “Democratie tussen hoop en vrees” geen enkele melding is van de Spaanse troebelen van onze tijd. Zó belabberd is het gesteld met de kennis van de politieke en maatschappelijke werkelijkheden waar de burgers van de natiestaat Spanje mee te kampen hebben.

Geen wonder dat de uitspraken van de rechters van diverse colleges van de VN en de EU zonder gevolg blijven. Spanje krijgt keer op keer een tik op de vingers. De ene keer is een uitspraak adviserend, zoals die van de VN Werkgroep Willekeurige Opsluiting, en de andere keer is het bindend recht (ius cogens), zoals in het geval van het Europees Hof van Justitie. En er waren sowieso al internationale verdragen die zulke elementaire mensenrechten moeten garanderen zoals dat op Zelfbeschikking. Maar al dat juridisch geneuzel boeit Spanje niet –– tenzij ze het recht zelf kunnen aanwenden voor politieke doeleinden –– omdat er geen mechanisme bestaat om het internationaal recht af te dwingen anders dan die van de politieke wil. Feitelijk is er geen sanctie totdat er politiek besloten wordt, door de EU lidstaten bijvoorbeeld, die uiteraard de natuurlijke bondgenoten zijn van de collega-natiestaat, tot het instellen van een artikel 7 procedure, bijvoorbeeld, of een boete of zelfs maar een vermanende uitspraak van den een of andere politieke topfiguur. Een knap lid van het Europees parlement die het aandurft om zich –– zeker nu de Scottish National Party ook ongewild is uitgetreden –– te isoleren door een klacht te berde te brengen over Spanje, ter bevordering van mensenrechten zoals dat op zelfbeschikking, waar de Realpolitik echt niet op zit te wachten. Dat was niet afgesproken! Einde carriere.

Tussendoor wijs ik iedereen op de mogelijkheid om (nog steeds) de petitie van Laura Prat Bertrams te ondertekenen: “Catalaanse politieke gevangenen vrij

Het wordt tijd dat de Catalanen stoppen alleen maar te klagen in de veronderstelling dat ze anderen deelgenoot kunnen maken van hun verontwaardiging. Want die boodschap komt niet over. Oók niet na een stortvloed van onthullingen van de afgelopen twee jaar. De Catalaanse Troebelen laten de “geëngageerde” Nederlanders immers zo goed als koud. Het is alsof Spanje te ver van hun bed ligt; dat wil zeggen, van hun bedje thuis –– want velen slapen regelmatig ook in een vacantiebedje aan “de costa”. En de PvdA zal zelf natuurlijk niet snel willen beginnen over de gevaren van het Spaanse nationalisme omdat de collega socialisten van de PSOE daar nu aan het roer staan. Vergeet niet: zwijgen is toestemmen.
 
Uit de opvallende stilte over de misstanden die in Spanje de idealen én realiteiten van de democratische rechtstaat bedreigen, blijkt dat in Nederland vooral onwetendheid en onverschilligheid regeren. En de resulterende onbenulligheid zal men juist moeten vrezen. Want daaraan gaat de democratie uiteindelijk ten onder. Niet alleen in Spanje maar ook in Nederland en in de EU (als daar ooit überhaupt sprake is geweest van een democratisch gehalte).
Video’s
Voor mijn overzichtsvideo met enkele centrale thema’s van de Catalaanse kwestie, zie de video over “Human Rights à la carte“. Of bekijk de introductie gegeven door één van de vervolgde politici zelf in de video met Clara Ponsatí. Voor een andere betrokken politicus die zich beklaagde over de gepolitiseerde rechtspraak voor het gebouw van de Europese Commissie in Brussel, zie de video met Lluis Puig. We hebben ook een video met Carles Puigdemont gemaakt.  Voor het probleem vanuit het perspectief van een van de twee grote burgerbewegingen, zie het interview met Elisenda Paluzie. Voor de waarschuwende woorden van enkele leden van het Europees Parlement aan hun onverschillige of nog ongeïnformeerde collega’s, zie de video met toespraken gedaan buiten het Europees Parlementsgebouw in Straatsburg. Voor het recht op zelfbeschikking, zie een van onze video’s met Alfred de Zayas (en ook deze). De Zayas gaat ook nog apart in op de factoren van de Realpolitik in deze video over de samenzwering van stilte. Voor een gezaghebbende mening over het voortbestaan van het Franquisme in de Diepe Staat van Spanje, zie de video met Ben Emmerson. Alle video’s zijn, indien apart bekeken via Vimeo, voorzien van dateringen, toeschrijvingen en toelichtingen. Alle video’s over de “Catalaanse Kwestie” staan bijeen in op mijn website catalanen.nl.

Salvini’s woningoverval

Een paar dagen geleden deelde ik deze foto van een Italiaans balkonnetje “Citofono Rotto!” zonder de directe toelichting erbij te geven. Het balkonnetje draagt echter meer betekenis dan mijn bijschriftje deed vermoeden. Het gaat hier niet om zomaar een praktische mededeling, zoals mijn grapje wilde, maar het is een smalend antwoord op een bij veel kiezers verkeerd gevallen verkiezingsstunt. De “citofono” (intercom) is de sleutel.

Ter gelegenheid van de regionale verkiezingen in twee Italiaanse regio’s (Emilia Romagna en Calabria) heeft de extreem-rechtse politicus Matteo Salvini (van de Lega) campagne gevoerd in de stad Bologna. Hij wilde duidelijk het signaal geven dat hij de ware “crime fighter” zou zijn, de man-van-lik-op-stuk, de soliede beschermheer van “het eigen volk” van Noord-Italië (zie noot over de statuten van de Lega van december 2019). Het is 21 januari 2020. De gewezen minister van binnenlandse zaken belde op camera aan bij een Italiaans gezin met Tunesische achtergrond om de bewoners te vragen of daar inderdaad de drugsdealer woonde die in de buurt overlast berokkent. Er staat een drom aan mensen voor de deur. “Dus dit is de bel van de drugsdealer?”, vraagt hij aan zijn tipgever. [Schnitt.] Dan zegt hij ten behoeve van het publiek: “De omwonenden zeggen dus dat deze gast die op de eerste verdieping woont een drugsdealer is”. En dan, tussen twee schnitts in, “Goedenavond!” met als antwoord “Ja?”. Salvini praat in de intercom: “Ze hebben ons verteld dat een gedeelte van de drugs in deze buurt van u vandaan komen” [Schnitt] Klik. “Ze hebben opgehangen, hahaha”. En dan weer tegen de tipgever: “Dit is ‘em toch? Hij is Tunesiër?” [Schnitt] Salvini weer in de intercom: “Goeiedag, goedemiddag, ik zou graag bij u binnen willen komen”. Een vrouwenstem antwoordt: “Om wat te doen? Wie bent u?” Salvini: “Nou, ik wil graag de goede naam van uw familie rehabiliteren want er zijn mensen die zeggen dat u en uw zoon drugs verhandelen!” [Schnitt] Antwoord [in tweede video, zie verwijzing]: “Hier is helemaal niemand.” Salvini: “En sorry maar wie bent u dan?”Antwoord: “Er is hier niemand.” Salvini: “Hoezo er is niemand, sta ik hier met een spook te praten of zo, sorry hoor”. Antwoord: “Ja.” Salvini: “Oké dan. En wie bent u. Bent u de vader of de zoon?” Antwoord: “papa is aan het werk.” Salvini: Juist, de vader is aan het werk dus u bent de zoon?” – “Nee.” Salvini: “Maar wie bent u dan? Wie bent u?” –– “Ik woon op de vijfde verdieping”. Lachend, tegen de tipgever: “ze heeft opnieuw opgehangen, haha!”
(https://www.youtube.com/watch?v=_cMYatNZF1U;
voor de andere montage waarvan ik een ontbrekende stuk vanaf “a fare che cosa? Chi sei?” heb weergegeven, zie https://www.youtube.com/watch?v=3Zo_EM6b4gg)

Het is een scene die in verschillende brokkelige montages op het internet nu circuleert maar hoe de reconstructie ook uitpakt, de strekking én de stemming van Salvini’s woningoverval is duidelijk genoeg.

Deze “name-and-shame” campagnestunt heeft begrijpelijkerwijs veel losgemaakt. De 17 jarige jongen die publiekelijk aan de schandpaal is genageld stelt dat de hele buurt hem nu als drugsdealer beschouwt terwijl hij tot dusver bekend stond als toffe peer. Zijn vader zou hevig ontdaan zijn geweest. De 17-jarige stelt onschuldig te zijn en heeft gezegd van plan te zijn de tipgever aan te klagen. Inmiddels heeft ook de ambassadeur van Tunesië, Moez Sinaoui, met klem bezwaar gemaakt tegen deze opzichtige “profilering” van “de Tunesiër” (met, let op, Italiaans burgerschap). Een hele gemeenschap is volgens hem door deze actie gestigmatiseerd. (https://www.politico.eu/…/matteo-salvini-to-tunisian-teen-…/). Er zijn ook juristen die stellen dat de opname en uitzending, ongevraagd, van een stem aan de intercom een schending zou zijn, van privacy, huisvrede en “portretrecht” (bijv. Angelo Greco – https://www.youtube.com/watch?v=cjD14lF9nIs).

Salvini zelf heeft verklaard er geen moeite mee te hebben. Drugshandel is gewoon superslecht en als de jongen onschuldig is –– verklaarde hij – dan heeft hij Salvini’s verontschuldigingen. Verder vertrouwt hij gewoon op het oordeel van de politie. Bovendien heeft hij hij niet alleen op aanwijzing van die ene mevrouw aangebeld. Ook andere omwonenden wisten het zeker. De tipgever (een buurvrouw) was tot dusver het enige slachtoffer volgens Salvini want onbekenden hebben sindsdien haar auto beschadigd. Toch heeft de affaire vast ook negatief uitgepakt voor Salvini: zijn partij(coalitie) heeft de regionale verkiezingen in Emilia Romagna in ieder geval verloren. (https://www.fanpage.it/…/salvini-al-citofono-laccusa-del-…/_).

Voor Roberto Saviano, gezaghebbend kenner van de georganiseerde misdaad en de schrijver van “Gomorra”, betoont Salvini zich hier als de geweldenaar die het voorbeeld geeft dat iedereen best voor eigen rechter mag spelen zodra er verdachtmakingen of geruchten zijn. Zeker wanneer het immigranten betreft. Daarbij volgt hij het voorbeeld van Fini, indertijd de leider van de neofascistische partij Movimento Sociale Italiano, die in 2008, uiteraard ook op camera, zomaar aan mensen. uiteraard ook immigranten, vroeg om hun verblijfsvergunning aan hem te tonen. Salvini doet stoer, draagt graag een politiejasje, maar heeft volgens Saviano als minister helemaal niks ondernomen tegen de kapitalistische drugscriminaliteit. Maar Salvini’s optreden aan de intercom is volgens Saviano een onherroepelijk kantelpunt voor de Italiaanse democratie, de aftrap van een eindeloos theater van verwerpelijke propaganda waarin de democratie haar garanties verliest. (“questo è un punto di non ritorno per la nostra democrazia. Su quella citofonata si faranno molti ragionamenti in futuro, molte analisi partiranno da quel momento, il momento in cui la democrazia italiana inizia a perdere le sue garanzie. E tutto è un infinito e squallido teatro di propaganda” / “La citofonata di Salvini è un attacco alla democrazia, niente sarà più come prima” : https://www.youtube.com/watch?v=Qw48d0c3pVk).

Noot. Volgens de meest recente statuten is Salvini’s Lega nog steeds de Lega Nord die streeft naar de onafhankelijkheid van Noord Italië (in ieder geval de Po vlakte en de Veneto) (https://www.leganord.org/phocadownload/ilmovimento/statuto/LN_Statuto_2019.pdf). Wat toch de verkiezingsuitslag van de regio Calabrië in het zuiden gisteren toch breemd doet overkomen: de Lega maakt deel uit van de coalitie (met o.a. Forza Italia) die met 55% van de stemmen heeft gewonnen (https://www.open.online/2020/01/27/risultati-regionali-2020-in-calabria-in-diretta-live/ –– de uitslag daar op die website leest ook “Lega” om dat opmerkelijke punt duidelijk te maken).

De monorail was de toekomst van gisteren

“De adempauze, die de overgang van Oud naar Nieuw biedt, kan in onze tijd weinig meer zijn dan een voorbereiding om weer snel voorwaarts te ijlen op de weg naar méér produktie, méér dit, méér dat, sneller zus, sneller zo. Klaagde Macauley al meer dan een eeuw geleden niet, dat de mensheid het reizen niet meer verstond, alleen maar snel wilde aankomen op de plaats van bestemming?” (“De Monorail– ons vervoermiddel van de toekomst?,  Algemeen Handelsblad, 2 januari 1960). Pioniers in de VS en in Duitsland hadden de belofte van de monorail in 1960 reeds waargemaakt en omdat de toekomst indertijd voor de deur leek te staan kon men in voornoemd krantenartikel ongeduldig verzuchten: “waarom niet eens de mogelijkheden van de monorail onderzocht?” Maar het stadsbestuur van Amsterdam gaf al snel te kennen geen heil te zien in een hangende trein aan een monorail door de stad. De geringe straatbreedte in het centrum zou ertoe leiden dat de razende treinen in teveel woningen overlast zouden veroorzaken. Evenmin zou er in de breedte voldoende ruimte zijn voor de haltes terwijl het hoogteverschil van 5 tot 6 meter tussen de straat en het perron “inconveniënt” werd geacht. Alleen voor de langere verbindingen met de tuinsteden zou de monorail zinvol kunnen zijn maar dan nog resteerden esthetische bezwaren (Het Parool 5 februari 1960).

Toch zou de “monorail” een grote ster blijven in de technische toekomstvoorstellingen van ontwerpers.  Dit “vervoermiddel van de toekomst” kwam dan ook vaak voor op de futurologische tekeningen van de gebroeders Das. De monorail was ook een integraal onderdeel van de visie van vliegveldontwerper L.C. de Villeneuve van The Netherlands Airport Consultants (NACO) in 1971. “Ons tweede Schiphol moet maar in zee worden aangelegd. Een 8-baans verkeersweg over een dam, een monorail en eventueel helicopters moeten voor de verbinding met het vaste land zorgen. Afgezien van het feit dat je op het land gauw uitgepraat bent voor wat betreft de’ uitbreiding van het aantal platforms, gebouwen en (niet te vergeten) de parkeergelegenheid, is daar ’t bezwaar van de geluidshinder.” (Het Vrije Volk 28 januari 1971: https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010957431:mpeg21:a0302). De betrokken futurologen en bestuurders meenden dat het vliegveld in zee tegen het jaar 2000 wel gerealiseerd zou moeten zijn (ibidem). De NACO, opgericht door Albert Plesman in 1949, bestaat nog steeds, als deel van Royal Haskoning (https://naco.nl/history/). Ook de mogelijkheid van een vliegveld in zee maakt nog altijd deel uit van de discussie over de toekomstige inrichting van ons land (“Een vlucht naar voren. Een lange termijn planning voor de luchtvaart in Nederland. “Schiphol wordt te groot voor Nederland. Maak Nederland groter met een eiland!”, rapport van omwonenden van Schiphol aangeboden aan de Tweede Kamer, 23 januari 2018: https://www.bewonersomgevingschiphol.nl/wp-content/uploads/2018/01/Vlucht-naar-Voren.pdf).

In de recente plannen is de monorail-optie natuurlijk vervangen door “gewone” metrotreinen en TGV’s. Maar toch heeft de monorail opnieuw een geprojecteerde toekomst gekregen met de hyperloop. Dat is een vacuüm getrokken buis waardoor voertuigen elektromagnetisch kunnen worden aangedreven tot snelheden van zo’n 1000 kilometer per uur. Het gaat hierbij als het ware om grootschalig transport per buizenpost (https://pneumatic.tube) waarmee je vanuit Amsterdam naar Eindhoven zou kunnen reizen in een kwartier. Of naar Frankfurt in 50 minuten (https://www.ad.nl/auto/groningen-krijgt-drie-kilometer-lange-hyperloop-als-testbaan~ae5b9c48/?referrer=https://www.google.com/). De hyperloop zou daarmee een energiezuiniger alternatief bieden voor korte vliegreizen en zelfs treinreizen, voor goederen en passagiers. Vorige week is besloten dat er een testbuis van drie kilometer lengte zal worden aangelegd in Groningen (https://www.ad.nl/auto/groningen-krijgt-drie-kilometer-lange-hyperloop-als-testbaan~ae5b9c48/?referrer=https://www.google.com/).

De toekomst stond in Groningen ook al voor de deur van een tentoonstelling in 1994, getiteld “’De provincie Groningen in 2020’” (Nieuwsblad van het Noorden, 10 mei 1994: https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:011005082:mpeg21:a0398). Volgens één van de vergezichten zou de Eemshaven een voorname wereldhaven zijn geworden en zou de hele provincie een opmerkelijke opbloei hebben gekregen in tuinbouw, milieu-vriendelijke industrie, duurzame electriciteitsopwekking en hoogwaardige recreatie. “De stad Groningen heeft Amsterdam als culturele hoofdstad van de eerste plaats verdrongen. De werkloosheid is uitgebannen. Krasse knarren en jonge blommen bevolken de gemeentebesturen.”  (ibidem.) Met de TGV zou men van Groningen naar Parijs kunnen reizen in vier uur. In een van de revolutionaire idee komt de monorail weer voor. Volgens andere visioenen zou Groningen een heuse waterwereld zijn geworden met evenzo mooie perspectieven. De ontwerpen van die tentoonstelling waren niet allemaal even realistisch, maar zo gaat dat met de visualisaties van de futurologen.

Lange tijd is het jaar 2000 het punt aan de horizon geweest. “Het jaar 2000 is het meest besproken jaartal van de laatste tijd”, lezen we in de Leeuwarder Courant van 5 maart 1966. “Sociologen, planologen, politici, strategen, biologen, medici en zelfs theologen houden zich ermee bezig. Op de pas gehouden conferenties van de Wiardi Beekman Stichting „De volgende 20 jaar” in Amsterdam en over de toekomst van het Noorden in Groningen was het jaar 2000 troef. In Nederland hebben de vormingscentra „De Horst” te Driebergen en „De Horstink” te Amersfoort verleden jaar een „Werkgroep 2000″ gesticht, die zich speciaal met toekomst-studies bezig houdt. Deze „Werkgroep 2000″ heeft al contacten met overeenkomstige instellingen in de V.S., Engeland en Frankrijk. Dit „schouwen” naar het jaar 2000 en dit maken van prognoses is geen ijdele bezigheid. Voor we het weten is het 2000.” (“Om de toekomst”, Leeuwarder Courant van 5 maart 1966, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010617387:mpeg21:a0012).

En voor we het in 2000 wisten zou het 2020 zijn. Dat is het dan vanaf vandaag. Weer staat de toekomst dus voor de deur. En weer lopen we hopeloos achter. We lopen meer achter dan we zouden denken op grond van de recente geschiedenis van de futurologie. Want daarin concentreert men zich gerust op de mogelijkheden van de technische vooruitgang. In het domein van de technologie is “the sky” nog lang niet “the limit”. Maar de mogelijkheden worden sterk beperkt door belemmeringen van institutionele aard, door financiële bezwaren, juridische moeilijkheden, esthetische bezwaren of, niet het minst belangrijk, milieu-overwegingen.  Je kunt wel vliegende auto’s uitvinden voor algemeen directeuren die de files voorbij willen vliegen, maar die vlieger zal nooit opgaan, alleen al omdat ze op hun weg van A naar Beter de kabels, de borden en de mede-luchtweggebruikers moeten weten te vermijden. Het zal moeilijk zijn een schadeformulier voor hun ongelukken te ontwerpen. Iedereen die ooit een drone heeft gekocht in Amsterdam weet inmiddels wel dat het onmogelijk is om meer dan 2 meter hoog te komen in de grote “no-fly-zones”  als die van de hoofdstad en de luchthaven. Niettemin zien we iedere, pakweg, twee jaar weer zo’n futurologisch nieuwsbericht over een vliegende auto (https://nos.nl/artikel/2265670-vliegende-auto-komt-eraan-maar-nog-geen-oplossing-voor-files.html).

De technische blik verblindt menigeen. Het is makkelijker voor Elon Musk om een zelfvoorzienende basis op de maan te bouwen dan het is voor de achterblijvers op aarde om de afgesproken klimaatdoelstellingen te halen. Het zou mooi zijn om in het nieuwe jaar niet alleen de blik te vestigen op 2030, 2040, of 2050, maar ook op, en vooral op, de dag van vandaag. Regeren is niet alleen vooruitzien –– wat nooit goed lukt –– maar ook goed om je heen kijken –– wat politici eigenlijk al helemaal niet lukt. “Elk geslacht beschouwt het ongetwijfeld als haar taak, de wereld opnieuw te bouwen”, stelde Albert Camus in 1957 bij het ontvangen van de Nobelprijs. “Mijn geslacht echter weet, dat ze haar niet opnieuw zal bouwen. Maar wellicht valt haar een grotere taak toe. Deze taak bestaat hierin, te verhinderen, dat de wereld uiteen valt.” (Geciteerd in de Leeuwarder Courant van 20 maart 1967: https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010617703:mpeg21:a0011). De impliciete verwijzing is natuurlijk naar de gevaren die volgen uit de vele belemmeringen die bestaan op alle andere vlakken dan het technische. Techniek en wetenschap gaan ons niet redden van de ondergang –– “begging your pardon, Mr Musk” – zolang de politiek, gelijk de samenleving die daarin is weerspiegeld, weerbarstig of onverschillig blijft.

“Nog nooit hebben we zoveel over de toekomst geweten, nog nooit hebben we zoveel aan de toekomst kunnen doen, maar zelden zijn we zo door het heden verlamd geweest”, stelde een Nederlandse futuroloog, een zekere professor Polak, in 1967. “Het is niet zoals Camus in 1957 zei, dat er geen nieuwe wereld gebouwd wordt. We bouwen als razenden aan een nieuwe wereld. Nieuwe steden en nieuwe wijken verrijzen. We produceren steeds meer in steeds sneller tempo. Maar bouwen we bewust aan de toekomst — aan welke toekomst dan? — of bouwt de toekomst zichzelf? Welke wereld bouwen we met elkaar? Een wereld, waarin water en lucht vervuild wordt, waarin de natuur verpest wordt, met wegen, waarop de chaos steeds groter wordt en jaarlijks honderdduizenden doden vallen? Een maatschappij, waarin we met onze sociale voorzieningen achter de bevolkingsexplosie blijven aanhollen? Een industriële maatschappij met boeren als gesubsidieerde slaven en bejaarden als bedeelde verschoppelingen?” (“Verraad aan toekomst?”, Leeuwarder Courant,  20 maart 1967: https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010617703:mpeg21:a0011).

Nog steeds zijn de boeren “slaven” (hoewel niet juridisch), zoals we afgelopen jaar hebben gezien, van de supermarkten. Of liever gezegd: ze zijn gehouden aan het koopgedrag van consumenten die “geen cent teveel” willen betalen voor hun voedsel, al knallen die consumenten collectief gemakkelijk voor 77 miljoen euro weg aan legaal vuurwerk. Of zijn de boeren niet eerder slaven van de lastendruk van hun eigen verzonken kapitaal? De kwalen hangen samen en hun oplossingen hebben met techniek alleen weinig te doen. Het liedje is oud. Ik herinner me de stress van de waarschuwingen van de Club van Rome in mijn jeugd. Er is zowat geen spat terecht gekomen van de aanbevolen verbeteringen en beteugelingen, ondanks de explosie van innovatieve techniek.  Vervuilen en verkwisten –– ironisch genoeg door te bezuinigen –– is nu eenmaal een traditie waar je van de gewone Nederlander niet aan mag komen.

Politieke vervolging in Spanje vastgesteld door International Trial Watch

International Trial Watch heeft afgelopen week hun definitieve rapport gepubliceerd over het maxistrafproces dat de Spaanse Justitie heeft gevoerd tegen negen vooraanstaande personen die betrokken zijn geweest bij het referendum over Catalaanse onafhankelijkheid in October 2017 die resulteerde in het uitroepen van de Catalaanse Republiek. Ze hebben waarnemers naar het proces gestuurd en een nauwgezet onderzoek verricht naar de aanklachten, de behandeling en de vonnissing.

The organizations that sign this factual and legal assessment have carried out a monitoring process of the trial before the Spanish Supreme Court with renowned jurists acting as national and international observers during the months of February to June 2019. We have also analysed in depth the legal proceedings and the judgement and we have reached the conclusion that the proceedings and the judgement violate the following principles and rights: principle of legality in criminal law, right to liberty, freedom of expression, freedom of ideology, right to peaceful assembly and the free exercise of representative public office, as well as the right to due process and with all guarantees.”

In de conclusie stellen ze vast dat er inderdaad sprake is van een politieke vervolging. Het woord “politieke gevangenen” mag van de Spaanse overheid weliswaar niet worden gebruikt, maar het feit ervan is ontegenzeggelijk. Ik citeer de conclusie van het rapport: “The great violation of the abovementioned rights and principles caused by the judge- ment and the reasoning within it make it impossible to analyse this judgement from a strictly legal point of view. Any earnest attempt at interpreting the judgement based on technical and legal concepts, such as sedition, uprising, violence or fundamental right becomes unsuccessful. The reason is surely because it is a clearly ideological resolution aimed at replacing the political solution that is needed in the conflict in Catalonia.”

Klare taal. Als de rechtsgang in deze zaken deel uitmaakt van “het echte Spanje”, zoals de politieke leiders van de grote Spaanse regeringspartijen van de laatste jaren het willen (PP, PSOE), dan moeten we volgens mij in EU verband concluderen dat de rechtstatelijkheid van Spanje ernstig tekort schiet. Het lijkt me tijd om een artikel 7 procedure tegen Spanje in te stellen.

Het rapport is hier af te laden.

 

Eindnoot. Het is goed om te weten, in dit verband, dat de Spaanse Staat deze week ook een negatief signaal heeft gekregen met de opinie van de advocaat generaal van het Hof van Justitie van de Europese Unie in Luxemburg, Maciej Szpunar, vanwege de ad hoc maatregelen die genomen zijn om Oriol Junqueras te belemmeren zijn zetel in het Europees Parlement in te nemen. De opinie stelt dat het mandaat van een Europees Parlementslid voortvloeit uit de wil van het electoraat en niet voorwaardelijk kan worden gesteld aan de voltooing van formaliteiten in de afzonderlijke lidstaat –– in dit geval de verplichting om in het Spaanse Parlement eerst nog even trouw te zweren op de Spaanse Grondwet, terwijl de gekozen persoon daar fysiek niet aanwezig kan zijn; het is volgens de advocaat generaal aan het Europees Parlement om te beslissen of een gekozen lid wel of niet immuniteit geniet. Deze opinie (Zaak C-502/19, d.d. 12 November 2019) is inzet voor de zaak waarover het hof later nog zal beslissen. Het zal ook implicaties hebben voor de andere gekozen leden, Carles Puigdemont en Toni Comín.

Voor verdere toelichting en duiding, zie bijvoorbeeld David M. Herszenhorn, “Spain was wrong to impede Catalan candidate from taking MEP seat, says top lawyer. Legal opinion favors Oriol Junqueras seeking immunity from prosecution”, in: Politico, 12 november 2019.

 

Oproep aan de mede-Europeanen in een enorm spandoek prominent op de toegangsbrug van Besalú, een iconisch stadsgezicht dat door veel toeristen zal worden gezien (©2018 Huib J. Lirb).

Oproep aan de mede-Europeanen in een enorm spandoek prominent op de toegangsbrug van Besalú, een iconisch stadsgezicht dat door veel toeristen zal zijn gezien maar dat dan toch slechts weinig mensen kennelijk aan het denken heeft gezet (©2018 Huib J. Lirb).

De opstand van de Messeniërs (464-460 v.C.) en de hardnekkige culturele identiteit van een onderdrukt volk

Ik ben de dag begonnen met een archeologisch feestje. Jay Shah attendeerde me (bedankt!) op een mooie video in de serie BBC Reel over de opgravingen in het terrein van de antieke stad Thouria op de Peloponnesos. Dat riep goede herinneringen op aan mijn tijd in de oudheidkunde toen ik onder meer geïnteresseerd was in de geschiedenis van de Spartanen. Ik had reeds vóór mijn studie, toen ik plaatsvervangend foerier was in de Oranje Nassaukazerne in Amsterdam, en uiteraard ook na aanvang ervan lekker veel tijd doorgebracht met de bestudering van de antieke bronnen (voornamelijk Herodotus, Thucydides, Xenophon, pseudo-Xenophon of “De Oude Oligarch”, Plato, Aristoteles, Plutarchus, Pausanias etc., allemaal in vertaling op de rechterpagina’s met een incidenteel oogje op de linkerpagina in het Grieks op maat) en met de secundaire literatuur van, behalve uiteraard Moses I. Finley, de werken van W.G. Forrest, Koen Stibbe, Paul Cartledge, Anton Powell e.a. Het doet me plezier om al die namen weer op een rijtje te zien en de boeken er even bij te zoeken. Dus nogmaals, Jay, bedankt voor de attentie!

Aanleiding van dit stuk is dus een video van de BBC waar de archeologe Xeni Arapogianni, die de leiding heeft van de opgravingen in Thouria, iets vertelt over de bevindingen van haar team. Mijn uitwerkingen en aanvullingen zijn geboren uit enthousiasme en louter informatief bedoeld, dus niet als een serieuze bijdrage tot de academia. Daarvoor zou ik veel meer tijd moeten nemen en ook een betere toegang moeten krijgen tot de relevante literatuur, gedrukt en online. Die toegang is voor mensen zonder aanstelling helaas niet te betalen. Dat gezegd hebbende, steek ik van wal.

Hoge pas door het Taygetos gebergte. Foto genomen vanuit de bus op een rit van Messenië naar Sparta tijdens een vakantie in 1990 (©1990/2019 Huib J. Lirb)

Hoge Langada pas door het Taygetos gebergte, op de weg Ethniki Odos 82 van Kalamata naar Sparti (37°04’58.3″N 22°09’23.5″E) in de haarspeldbochten vlak voorbij een kerkje (Ναός Άγιος Σώζων). Foto genomen vanuit de bus tijdens een rit van Messenië naar Sparta in 1990 (©1990/2019 Huib J. Lirb)

Thouria lag in Messenië. Deze regio was reeds vroeg veroverd door de buren aan de overzijde van de bergketen Taygetos, de Lakedaimoniërs (ook: Lakoniërs, lees: de Spartanen), in de 8e eeuw v. Chr., en de meeste inwoners zijn sindsdien door hun overweldigende buren gereduceerd tot een absolute onderhorigheid. Deze zogenaamde “heloten” die aldus systematisch waren onderworpen aan alomvattende exploitatie en willekeur waren als het ware “staatsslaven” (Pausanias 3.20.6 “Lakedaimonioon douloi”; Strabo 8.5.4, “tropon tina demosioi douloi”, “staatsslaven, in zekere zin”, of  liever “slaven van de burgerij”). Zij waren de gevangenen van de Spartanen die, op hun beurt en door eigen toedoen, ironisch genoeg daardoor zélf in gijzeling werden gehouden vanwege de dreiging die uitging van deze massa van onderdrukte buren (vanwaar ook het contrast met de latere Romeinen in Polybius Hist. 6.49.1). Het vermaarde militarisme van de Spartanen was, even door een korte bocht, daarvan het resultaat.

Kaart van de Peloponnesos met een paar van de plaatsen die genoemd zijn in de tekst. Componenten zijn rechtenvrij via Wikimedia Commons

De realiteit van die dreiging werd duidelijk in 464 voor Chr. toen de heloten inderdaad massaal in opstand kwamen in de plotselinge ontreddering na een zware aardbeving in Lakonië. Veel jonge mannen zouden zijn verpletterd door de ineenstorting van hun sportcentrum, een lot waaraan de allerjongsten zouden zijn ontsnapt omdat zij nu juist nét naar buiten waren gerend om achter een haas aan te gaan. Waar of niet, er zouden nog maar vijf huizen in Sparta overeind zijn gebleven. De slagkracht van de Spartanen was hoe dan ook in één klap verzwakt aangezien er mogelijk wel tussen de 10.000 en 20.000 mensen kunnen zijn gestorven in de aardbeving met een onmiddellijk reductie van de militaire macht van naar schatting zo’n 12% en met grotere gevolgen op de langere termijn (Stephen Hodkinson, “Inheritance , Marriage and Demography: Perspectives upon the Success and Decline of Classical Sparta” in: Anton Powell, ed., Classical Sparta: Techniques Behind her Success, London 1989, 79-121, op p. 102-104). De Spartanen die de ramp hadden overleefd vielen niettemin onmiddellijk in het gelid dankzij de tegenwoordigheid van geest van een van hun twee koningen, Archidamos, die, toen hij zag dat iedereen probeerde uit het puin te redden wat er te redden viel, luid alarm liet slaan met een trompetgeschal precies om een gelegenheidsaanval af te kunnen slaan. De opstandige heloten trokken daarop terug naar een verdedigbare positie. (En het is denkbaar dat de Lakonische heloten die acuut gevaar vormden dan ook vrijwel meteen zijn teruggedeinsd.) Hoewel de Messenische rebellen geen partij waren voor de Spartaanse phalanx in het open veld, zouden ze met zijn allen toch een heel contingent van 300 man onder leiding van een zekere Arimnestos, tot de laatste man hebben gedood in de slag bij Stenyklaros aan het noordeinde van de Pamisos vallei (Herodotus, Hist. 9.35 en 64; volgens Herodotus vochten de mannen van Arimnestos tegen alle rebellen, dus wellicht ook tegen de perioiken van Thouria en Aithaia; Pausanias 3.11.8 wijst er eeuwen naderhand op dat alleen de  heloten van Messenië in opstand waren gekomen en niet de “oude” dus Lakonische heloten).

Het theater van de stad Messene (die na bevrijding van de heloten door Epaminondas in 369 v. Chr. is gesticht over de ruïnes van de oorspronkelijke nederzetting) met de berg Ithomi en het moderne dorp Mavrommati in het verschiet (Foto 2010 Stefan Artinger, (Wikimedia Commons Public Domain)

Het theater van de stad Messene (die na bevrijding van de heloten door Epaminondas in 369 v. Chr. is gesticht over de ruïnes van de oorspronkelijke nederzetting) met de berg Ithomi en het moderne dorp Mavrommati in het verschiet. Foto 2010 Stefan Artinger (Wikimedia Commons Public Domain)

Daarna hebben de rebellen zich teruggetrokken in de heuvels. Ze hebben tien (of meer waarschijnlijk vier) jaar stand gehouden op de berg Ithomi (die ik in de vorige eeuw overigens heb mogen bezoeken samen met onder meer Jaap Jan Flinterman). De Spartanen waren niet bij machte de versterkte hoogte te bestormen –of wilden het verlies van manschappen niet riskeren – en nodigden daartoe Atheners uit die daarmee meer ervaring hadden. Op de valreep bedachten de Spartanen zich echter, omdat ze misschien toch liever geen Atheense pottekijkers ter plaatse wilden hebben die zich ook wel eens aan de zijde van de Messeniërs zouden kunnen scharen, en ze stuurden het Atheense contingent van generaal Kimon alras weer terug naar huis. Uiteindelijk mochten de Messenische “independentistes” (vergeef me dit geintje) de onneembare posities op de berg na onderhandeling onder vrije aftocht verlaten waarna ze met hun gezinnen op uitnodiging van de verongelijkte Atheners zijn gevestigd in Naupaktos (voor de opstand Herodotus IX.35, 64; Thucydides, I. 101-103; Diodorus Siculus XI.63-64; Plutarchus Kimon 16; Pausanias IV.24.5-7; discussie met bronnenkritiek Paul Cartledge, Sparta and Lakonia. A Regional History 1300-362 BC, London 1979, 215-223; en Nino Luraghi, “Becoming Messenian”, The Journal of Hellenic Studies, Vol. 122 (2002), pp. 45-69, JSTOR). Nu hadden aan de opstand ook de burgers van Thouria en Aithaia (Aethaea) deelgenomen. Deze politieke gemeenschappen waren nimmer gereduceerd geworden tot de stand (status, klasse, wat ieder maar wil) van de heloten. Zij waren de zogenaamde “omwonenden” (perioikoi) van de Spartanen die niet in de onderdrukking van de heloten deelden maar toch ook ondergeschikt ware, met zulke verplichtingen als militaire bijstand en economische afdracht. Het waren autonome gemeenschappen die geen eigen buitenlands beleid mochten voeren, zo zouden we in moderne termen zeggen, maar die voor de Spartaanse samenleving, die in theorie zo notoir gesloten was, wél functioneerden als de “interface” met de buitenwereld in de economische c.q. financiële betrekkingen en natuurlijk ook de circulatie van informatie voor zover die niet verliep via persoonlijke contacten in de diplomatieke “vriendenkringen”. Uit de autonome gemeenschappen van de omwonenden kwamen ook veel zelfgemaakte producten en artikelen voort, zoals het wapentuig van de Spartaanse burgers (Spartiaten, de “Homoioi” ofwel de “Gelijken”) die natuurlijk niet zelf aan de slag gingen, tenzij het een veldslag betrof.

Gezicht op de locatie van Sparta in Eurotas vallei vanafhet klooster Mystras (Foto ©1993/2019 Huib J. Lirb)

Gezicht op de locatie van Sparta in Eurotas vallei vanaf het klooster Mystras (Foto ©1993/2019 Huib J. Lirb)

 

De meeste gemeenschappen van “perioiken” lagen in dezelfde vallei als de dorpen van Sparta, in de Eurotas vallei in de regio Lakonië, maar zoals gezegd hadden sommige centra in Messenië aan de andere kant van het Taygetos gebergte ook diezelfde status gekregen. Uit hun deelname aan de opstand blijkt volgens sommigen dat de Thouriatai (Pausanias  IV.31.1 “Thouriatoon polis”) een verbondenheid met de heloten had behouden, hun naaste buren met wie zij natuurlijk (ooit) een culturele identiteit deelden (zie de discussie in Nino Luraghi, “Becoming Messenian”, The Journal of Hellenic Studies, Vol. 122 (2002), pp. 45-69, JSTOR –– Luraghi betoogt zelf tégen het voortbestaan van een oude Messenische culturele identiteit, zie onder). Dat is ook volgens de Ste. Croix de reden geweest waarom de Spartanen de Atheners die ze eerst hadden uitgenodigd plotseling toch weer terugstuurden: “the ordinary Athenian hoplite … may well have been shocked when he arrived in Messenia and found that the revolting ‘slaves’ of the Spartans were Greeks, the majority of them Messenians, who had never lost consciousness of the fact that their ancestors had been citizens of the polis of Messene, and were now fighting for their freedom and the right to be ‘the Messenians’ once more” (G.E.M. de Ste. Croix, The Origins of the Peloponnesian War, London 1972, 179f, cited by Paul Cartledge, Sparta and Lakonia. A Regional History 1300-362 BC, London 1979, 220-221).

De hoge muren van Messene, de hoofdstad van de herrezen polis der Messeniërs (Foto ©1993/2019 Huib J. Lirb)

De hoge muren van Messene, de hoofdstad van de herrezen polis der Messeniërs (Foto ©1993/2019 Huib J. Lirb)

Na de overwinning van Epaminondas van Thebe op de Spartanen in de slag bij Leuktra in 371 werd Messenië eindelijk bevrijd van het Spartaanse juk. In 369 herrees dit volk en ze vestigden hun nieuwe hoofdstad, Messene,  aan de voet van de berg Ithome. Die berg was hun akropolis en ze zouden het geheel ommuren met de machtigste muren van hun tijd – de geschiedenis mocht zich immers niet herhalen – waarvan de imposante resten nog steeds te zien zijn (voor de bewering dat de Messenische muren de sterkste waren van hun tijd, zie Pausanias III. 31.4-5).  In de beschrijvingen van het herrezen Messenië door Pausanias, veel later in de eerste eeuw na Christus, vinden we een paar aanwijzingen dat de nazaten van de ballingen later weer zijn teruggekeerd  (Pausanias IV.31.7: de Messeniërs van Naupaktos hadden de cultus van Artemis Laphria mee teruggenomen; Pausanias IV. 33.2: standbeeld van Zeus op Ithome, oorspronkelijk gemaakt voor de Messeniërs van Naupaktos).  Het interessante is dus de mogelijkheid dat zich een collectieve identiteit heeft gehandhaafd over een lange periode van zo’n 400 jaar harde onderdrukking (maar let op, dit wordt ook bestreden, waarvoor zie Luraghi 2002 en hieronder in de laatste paar alineas). Ik citeer daartoe graag nog een andere conclusie van de Ste. Croix dienaangaande, eentje die aansluit op zijn observatie dat het niet zozeer de Lakonische heloten waren die rebelleerden als wel de Messenische –– zoals Pausanias ook aangaf (3.11.8) en zoals af te leiden valt uit de prompte reddingsactie van koning Archidamos: “The Messenians were not only a single people: until the late eighth century they had been hoi Messenioi, an autonomous political unit which had recently become, or was in process of becoming, an independent Greek polis, in the very area where they subsequently laboured for their Spartan masters. They had, therefore, a natural feeling of kingship and unity. After Messenia was liberated and became an independent polis again, in 369 B.C., the only Helots left were the Laconian ones, many of whom were liberated subsequently, especially by Nabis in the early second century B.C.” (G.E.M. de Ste. Croix, The Class Struggle in the Ancient Greek World from the Archaic Age to the Arab Conquests, Duckworth: London 1981, 149-150). De Messeniërs op Ithome zijn zoals we hebben gezien met vrije aftocht vertrokken naar Naupaktos en volgens sommigen zou uit de beschrijvingen van Pausanias blijken dat ze hun culturele identiteit ook daar weten te behouden, te verrijken en weer terug te brengen naar het herrezen thuisland (alweer wijs ik erop dat deze conclusie omstreden is, waarvoor zie Luraghi 2002).

Sparta. Olijfboomgaard in de Eurotas vallei met de Taygetos in het verschiet (Foto ©1990/2019 Huib J. Lirb)

Sparta. Olijfboomgaard in de Eurotas vallei met de Taygetos in het verschiet (Foto ©1990/2019 Huib J. Lirb)

 

 Volgens Paul Cartledge zullen er niet heel veel opstandelingen nog in leven zijn geweest na een beleg van zeker vier jaar, maar de berg heeft een waterput vlak bij de top en de militaire dreiging was klaarblijkelijk groot genoeg om de Spartanen met hun bondgenoten jarenlang bezig te houden (Cartledge 1979, 221). De mensen die verantwoordelijk werden geacht voor de opstand en die anderen lijken te hebben gedwongen eraan mee te doen zijn wél gestraft, en geheid met de dood (Diodorus Siculus, 11.84; voor het vermoeden van de doodsstraf: Cartledge 1979, 218). Wat voor straf de twee autonome gemeenschappen van de Spartanen hebben gekregen voor hun betrokkenheid is me niet bekend maar het zou me niet verbazen als de politieke leiders van die gemeenschappen bij de afwikkeling de klos waren. Mogelijk waren deze perioiken degenen die hoopten te profiteren van de plotselinge gelegenheid door zich ook op te werpen als aanvoerders van de heloten. De heloten zullen arme lieden zijn geweest die, afgaande op hetgeen we weten van de structurele repressie, waarschijnlijk scheel keken van de honger en zich permanent geïntimideerd wisten. Het zal moeilijk voor ze zijn geweest om de 300 man van Arimnestos bij Stenykleros in de pan te hakken met louter landbouwwerktuigen, stokken en stenen. We weten van de slag bij Thermopylae wat zo’n contingent van 300 Spartiaten zoal vermocht.  Bij de slag van Stenykleros  waren ongetwijfeld de hoplieten van de Messenische perioiken betrokken geweest.  Als dat zo was dan zullen ook zij en hun familieleden het naderhand zwaar te verduren hebben gekregen. Dit is allemaal speculatie, al meen ik de lijn van de grootste waarschijnlijkheid nog steeds te volgen. Het is echter twijfelachtig of we hier meer over zullen komen te weten door de opgravingen.

 

Hoplieten afgebeeld op votiefreliefs van aardewerk, gevonden in Antheia (op zo'n vier kilometer van Thouria), gedateerd op de 4e eeuw v.Chr. en derhalve beslist relevant voor het huidige verhaal. Archaeological Museum of Messenia, Kalamata. Photo: Dan Diffendale (CC license with attribution)

Hoplieten afgebeeld op votiefreliefs van aardewerk, gevonden in Antheia (op zo’n vier kilometer van Thouria), gedateerd op de 4e eeuw v.Chr. en derhalve beslist relevant voor het huidige verhaal. Archaeological Museum of Messenia, Kalamata. Photo: Dan Diffendale (CC license with attribution). Ze stellen misschien de Dioscouriden voor die door de Spartanen en de perioiken in Lakonië en Messenië op gelijke wijze lijken te zijn geëerd (Luraghi 2002, 56-57).  

Want ik bedenk me wel wat Moses Finley heeft  aangetoond door de combinatie van de archeologie van de berg Hissarlik met de literaire geschiedenis van Troje kritisch te beoordelen: archeologie zal, volgens hem, nooit de veranderingen en ontwikkelingen kunnen documenteren die essentieel zijn voor het narratief van de geschiedenis (Moses I. Finley, The World of Odysseus [1954] 1979), dat wil zeggen, uit materiële objecten alleen zul je geen politieke of institutionele geschiedenis kunnen destilleren (Moses I. Finley, “Archaeology and History” [1971] in: id., The Use and Abuse of History, London 1986, 87-101).  Maar goed, hoezeer de waarschuwing ook nog steeds relevant is, de ontwikkeling van de archeologie heeft in tussenliggende tijd toch ook wel weer bewezen dat dit wellicht veel te minimalistisch gedacht was. Dus ook Finley verjaart?

 

Installatie voor de schapenhouderij op de heuvels om de berg Ithomi. (Foto ©1993/2019 Huib J. Lirb)

Installatie voor de schapenhouderij op de heuvels om de berg Ithomi. (Foto ©1993/2019 Huib J. Lirb)

 Want de archeologie van Lakonië en Messenië geeft ons wel het beeld van voornamelijk overeenkomstigheid en dat is natuurlijk betekenisvol: vondsten uit de cultusplaatsen aan de ene zijde van de Taygetos zijn stilistisch, iconografisch (beschrijving van representaties) en iconologisch (duiding van representaties) nauw verwant aan die van de andere zijde. Datzelfde geldt voor epigrafische vondsten en voor de verspreide vermeldingen in literaire bronnen. Met andere woorden: de Lakoniërs en Messeniërs lijken op grond van linguïstische aanwijzingen, iconografie en iconologie, archeologie in het algemeen, eigenlijk nauwelijks van elkaar te verschillen. Nu ben ik in deze tekst uitgegaan van de mogelijkheid dat zich in Messenië een collectieve identiteit heeft gehandhaafd over een lange periode van zo’n 400 jaar harde onderdrukking, een identiteit die ter plaatse en in den vreemde (Naupaktos) bewaard zou zijn gebleven, zij het met de nodige ontwikkelingen en veranderingen.  Ik heb echter ook al aangestipt dat er discussie is ontstaan over precies de vraag of de Messenische identiteit die na de vestiging van de polis in 369 begon te manifesteren nu een wederopleving was van een bestaande mentaliteit, als een nooit geheel verloren gegaan besef van een “ingebeelde gemeenschap” (denk aan Benedict Anderson), of dat die geëtaleerde “oudheid” eerder vergelijkbaar was met een “verzonnen traditie”  (denk aan Hobsbawm en Ranger) van een pas na de slag bij Leuktra verzonnen ingebeelde gemeenschap. De strijd tussen de “continuists” en de “discontinuist” (van dus de Messenische identiteit) heeft een boel discussie opgeleverd waarvan de historiografie is besproken door Luraghi in voornoemde publicatie. Luraghi betoogt in ieder geval dat er vóór de Spartaanse overheersing van de streek ten westen van de Taygetos geen spoor is van culturele samenhang, dat de aanduidingen van een Messenische voorverleden vaag en voornamelijk laat zijn, en dat de materiële cultuur, de mentaliteiten en de culturele identiteit van de perioiken in Messenië  voor zover wij die kunnen nagaan vergelijkbaar zo niet gelijk waren aan die van hun tegenvoeters in Lakonië aan de oostzijde van de bergketen. Dát er zich na de vestiging van een nieuwe politieke gemeenschap in 369 v. Chr. een Messenische identiteit zou hebben gevormd, met een duidelijke weerslag in latere bronnen zoals Pausanias, zou dan, volgens deze visie, in feite het resultaat zijn geweest van een op dat moment pas geconstrueerde “ingebeelde gemeenschap”, op maat en in een zo sterk mogelijk contrast met die van de buren. Geboren uit de wens tot onafhankelijkheid van de Spartanen, stelt Luraghi. “Messenian identity probably emerged out of the aspirations to autonomy and independence of some perioikoi who lived quite far from the centre of the Spartan State, across the mountains, in a fertile region with well-marked natural borders” (Luraghi 2002, 68).

“Messenian identity probably emerged out of the aspirations to autonomy and independence of some perioikoi who lived quite far from the centre of the Spartan State, across the mountains, in a fertile region with well-marked natural borders” (Luraghi 2002, 68). Bergtop langs de Langada kloof  dichterbij Sparta (de Megali Lagada-kloof) op de weg OE 82 door het Taygetos gebergte tussen Αναρριχητικό Πεδίο Λαγκάδας (in het oosten richting Sparti) en de Ag. Vasilios met het restaurant Silimpobes (in het westen richting Kalamata)
(vermoedelijke coordinaten 37.075428, 22.295221). Foto genomen vanuit de bus op een rit van Messenië naar Sparta tijdens een vakantie in 1990 (©1990/2019 Huib J. Lirb)

Is die wens om vrij te komen van de Spartaanse overheersing, gedeeld door de heloten van Ithome én de perioiken van Thouria en Athaia, dan niet op zich al blijk van een gezamenlijke identiteit die, ondanks de overeenkomsten in de materiële cultuur en de cultische voorstellingen, anders is dan die van de Spartanen? Ligt daarin dan niet de essentie van een verbinding die de basis kan hebben gevormd van een “ingebeelde gemeenschap”. Zoals Nino Luraghi het zelf zegt: ter legitimatie van hun opstand en aansporing tot volharding gebruikten de rebellen de, wat hij beschouwt, fictie van een Messenische verleden en werden ze daardoor als het ware Messeniërs.  “The existence of a Messenian land, and of a political community called the Messenians in olden times, was a necessary presupposition for the claim of the rebels to freedom and independence from Sparta. Whoever they were, only by linking themselves to those Messenians –– by becoming Messenians, as it were –– could they justify their uprising. One could say that it is not so much that they revolted because they were Messenians, as vice versa: Messenian identity and revolt from Spartacan be seen as two sides of the same coin. The paramount importance of the Messenian identity for the rebels explains why they conspicuously and stubbornly clung to it even after the revolt was over.” (Luraghi 2002, 60). Maar hebben we het dan niet toch weer over hetzelfde? De Messenische identiteit wordt nu voorgesteld als een werkelijkheid voor de rebellen die heeft voortgeduurd tot in de eeuwen erna. Maar Luraghi veronderstelt dat die pas ontstond op het moment van rebellie. Is het dan niet waarschijnlijker dat die aspiraties voor onafhankelijkheid en bevrijding, die de kern zouden vormen van de Messenische identiteit, niet al langer bestond, vóór de gelegenheid zich plotseling voordeed na de zware aardbeving van 464 (of 469 zoals Luraghi het wil)? Het streven naar onafhankelijkheid zal niet op stel en sprong zijn ontstaan al zal het misschien inderdaad niet zo oud geweest als de 8e eeuw voor Christus. Om rekening te houden met deze visie van de “discontinuists” zal ik mijn eerdere opmerking over de mogelijkheid dat zich in Messenië een collectieve identiteit heeft gehandhaafd over een lange periode van harde onderdrukking moeten aanpassen door geschatte duur van 400 jaar te schrappen. Maar de essentie van die mogelijkheid blijft gehandhaafd. En als er inderdaad een identiteit was die gericht was op de onafhankelijkheid van het Spartaanse juk en om die reden “Messenische” was, dan kan ik me niet zo gauw indenken welke weerslag die zou kunnen hebben in de archeologie van Messenië. Dat brengt me toch weer terug bij Moses Finley.

Slotwoord

Het is wel erg frappant om te constateren hoezeer deze hele discussie, en de historische werkelijkheid die ermee wordt geobjectiveerd, toch doet denken aan de actuele problematiek van de Catalaanse identiteit die immers ook in sterke mate wordt gevormd en gevoed door het streven naar onafhankelijkheid van een overheersende buur.

Mogelijk wordt mijn verhaal naderhand nog bijgewerkt na raadpleging van meer literatuur over deze kwestie. Dit zet ik toch publiek omdat, laten we eerlijk wezen, dit slechts een persoonlijk weblog is met stukken waarvan sommige vrienden en mogelijk passanten plezier aan beleven en naar eigen inzicht voordeel mee kunnen doen.

Eindnoten
Video BBC Reel: https://www.bbc.com/reel/playlist/hidden-histories?vpid=p07rzrm0
Informatie over de opgravingen van Thouria van de Hellenic Education & Research Center: https://www.herc.gr/thouria-bibliography/ (met beknopte bibliografie)
USA Aanmelding voor veldwerk bij het Archaeological Institute of America: https://www.archaeological.org/fieldwork/excavating-in-ancient-thouria-in-messenia-peloponnese-greece/
Voor de antieke beschrijving van de stad Thouria, met vermelding van de lager gelegen nieuwe stad en de hoger gelegen oude stad met, in de Romeinse tijd, nog de resten van de muur en de tempel gewijd aan de godin van de Syriërs, zie Pausanias, Beschrijving van Griekenland, IV.31.1-2; IV.32.6 voor een tempel gewijd aan Sarapis en Isis in “Romeins” Messenië.
De locatie van Aitaia zou onzeker zijn (Luraghi 2002, 58-59) maar, voor wat het waard is, tegenwoordig ligt een gehucht met precies die naam zo’n twee kilometer ten noorden van het moderne Thouria. Nog eens twee kilometer naar het noorden op dezelfde weg ligt een plaats die Antheia heet. Zie voor dit alles Google Maps.
(Foto ©1993/2019 Huib J. Lirb)

Gemotoriseerde pakezel met nummerplaat van Messenia (Foto ©1993/2019 Huib J. Lirb)

“Alsof de aarde plat was.”

Dit is de tekst van mijn toespraak gehouden op 18 mei 2019 in Amsterdam ter gelegenheid van de Jocs Florals op de Dam, een evenement georganiseerd door Assemblea Nacional Catalana Nederland met onder andere Laura Prat Bertrams en Meritxell Serret, gevolgd door poëzie, muziek (van Cobla Amsterdam) en dans.

De korte versie zoals uitgesproken

“Verontrustend genoeg moet vandaag opnieuw door Catalaanse ballingen een oproep worden gedaan aan de Nederlanders om zich in te spannen voor het herstel van de democratie en rechtsorde in Spanje. Net als in 1974 zijn er Catalaanse ballingen verspreid over Europa. Deze ballingen, zoals mevrouw Meritxell Serret, spannen zich onvermoeibaar in voor de gelding van de politieke rechten van henzelf én van die van hun electorale achterban.

        Zij zijn vrije burgers van de Europese Unie want er staat geen Europees aanhoudingsbevel meer tegen ze uit. De Spaanse Justitie haalde meerdere keren bakzeil bij buitenlandse rechters omdat het delict van rebellie niet werd erkend. Het is voor iedereen, behalve de Spanjaard, immers zonneklaar dat de beklaagden geen gewapende opstand hebben georganiseerd maar gewoon een referendum. 

In het referendum van 1 October 2017 stemde een meerderheid voor de onafhankelijkheid. Dat referendum werd door de Spaanse Staat verboden en zoveel mogelijk gefrustreerd. Daarbij is grof geweld gebruikt. Meer dan duizend mensen hebben medische verzorging gezocht ten gevolge van de verwondingen die de Spaanse politiemensen op die dag hadden toegebracht. De organisatoren van het referendum worden nu strafrechtelijk vervolgd, net als de politici die uitvoering hebben gegeven aan de uitslag door de Catalaanse Republiek uit te roepen. Hetzelfde gebeurt met alle mensen die het referendum hebben gefaciliteerd, zoals de honderden burgemeesters en schooldirecteuren die hebben meegewerkt aan de inrichting van de stembureau’s. En nu wordt ook de directie van de Catalaanse publieke omroep vervolgd wegens lidmaatschap van een criminele organisatie, met een strafeis tot acht jaar, omdat men partijdig verslag zou hebben gedaan van de gebeurtenissen in 2017. 

     Het Spaanse Hooggerechtshof is inmiddels bezig met het eerste strafproces tegen de Catalaanse onafhankelijkheidsbeweging. Draconische straffen tot wel 30 jaar worden geëist tegen mensen die slechts hun democratische en politieke rechten hebben uitgeoefend. En intussen hebben deze beklaagde democraten dan al een jaar tot anderhalf in voorlopige hechtenis gezeten. 

      Internationale waarnemers hebben herhaaldelijk hun twijfels geuit over de rechtvaardigheid, onpartijdigheid en billijkheid van het maxi-strafproces. Zo hebben Spaanse politiemensen verklaringen gegeven die volstrekt ongeloofwaardig zijn in het licht van de talloze documentaire video’s die op die dag zijn gemaakt. De rechter neemt ze niet in beschouwing. En dat levert een ridicule situatie op waarvan het lachen ons snel vergaat. De zaak is onder de rechter? Jawel, onder een rechter die vooral de kunst van het weglaten goed verstaat. Veel vragen van de verdediging worden bruusk gediskwalificeerd. Talloze getuigendeskundigen die door de verdediging zijn voorgesteld, zijn sowieso niet welkom geheten in de poppenkast van het Spaanse Hooggerechtshof. De onontkoombare conclusie is dat het hier gaat om een politieke vervolging.

Dit kan niet worden afgedaan als een interne aangelegenheid van Spanje: de schending van mensenrechten gaat de gehele Europese Unie aan aangezien die een waardengemeenschap zegt te willen zijn. De grote kwestie die hier achter steekt is die van het recht op zelfbeschikking van de Catalanen. Dat recht is door de Verenigde Naties en de Europese Unie bij verdrag gegarandeerd. En via die verdragen is het recht ook geïncorporeerd in de Spaanse grondwettelijke orde. Het is dan ook een misverstand dat het referendum illegaal zou zijn. Niettemin stélt de Spaanse Staat het toch gewoon zo, alsof de aarde plat was, nét als de Spaanse conservatieve media en, met hen, het gros van de buitenlandse journalisten die de zogenaamde kwaliteitskranten volgen. Alsof de aarde plat was.”

De langere versie zoals die was toegesneden op het eerder toegewezen tijdsbudget

“Deze manifestatie is, zoals gezegd, een herhaling van eenzelfde bijeenkomst die Catalaanse ballingen uit alle landen hebben gehouden in october 1974. Toen werd een politieke oproep gedaan aan de Nederlanders om zich in te spannen voor het herstel van de democratie en rechtsorde in Spanje. 

      Verontrustend genoeg hebben we vandaag te maken met een variatie op datzelfde pleit. Want opnieuw zijn er Catalaanse ballingen verspreid over de landen België, Schotland en Zwitserland. Deze ballingen, zoals inderdaad mevrouw Meritxell Serret, de voormalig minister in de regering van de 130e president van de Catalaanse Generalitat, spannen zich onvermoeibaar in voor de gelding van de politieke rechten van henzelf én van die van hun electorale achterban.

        De ballingen zijn gewoon vrije burgers van de Europese Unie want er staat geen Europees aanhoudingsbevel meer tegen ze uit. Die zijn ingetrokken nadat rechters in België en Duitsland het Spaanse verzoek tot uitlevering hadden verworpen. Rechters in Zwitserland en Schotland zouden datzelfde doen. Alleen Spanje gelooft nog in de geldigheid van de aanklacht van rebellie, een delict dat het gebruik van geweld veronderstelt of de gerichte aanstichting daartoe. De Spaanse justitie is inmiddels bezig met de berechting van een groep sleutelfiguren van de Catalaanse onafhankelijkheidsbeweging. Draconische straffen worden geëist tegen mensen die slechts hun democratische en politieke rechten hebben uitgeoefend. Internationale waarnemers hebben herhaaldelijk hun twijfels geuit over de rechtvaardigheid, onpartijdigheid en billijkheid van het maxi-strafproces. De onontkoombare conclusie is dat het hier gaat om een politieke vervolging.

Ik zou hier omstandig uitdrukking willen geven aan mijn verontwaardiging over de schandelijke schending van mensenrechten in het hele proces. Maar het is wellicht nuttiger om te proberen aan de belangstellende toehoorder een paar misverstanden aan te kaarten die aan de basis liggen van de zaak.  

De grote kwestie die hier achter steekt is natuurlijk die van het recht op zelfbeschikking van de Catalanen. Dat recht is door de Verenigde Naties en de Europese Unie bij verdrag gegarandeerd voor ieder volk dat daartoe een democratisch besluit wenst te nemen. Op 1 October 2017 nám het Catalaanse electoraat dat besluit, in een referendum dat door de Spaanse Staat werd verboden en dat zoveel mogelijk werd gefrustreerd. Met grof geweld. Meer dan duizend mensen hebben medische verzorging gezocht ten gevolge van de verwondingen die de Spaanse politiemensen op die dag hadden toegebracht. Ondanks de repressie was de opkomst groot. De uitslag was een overduidelijke overwinning voor de voorstanders van de onafhankelijkheid van Catalonië als republiek. Zoals bekend worden de organisatoren van het referendum nu strafrechtelijk vervolgd, net als de politici die uitvoering hebben gegeven aan de uitslag door de Catalaanse Republiek uit te roepen. Hetzelfde gebeurt met alle mensen die het referendum hebben gefaciliteerd, zoals de honderden burgemeesters en schooldirecteuren die hebben meegewerkt aan de inrichting van de stembureau’s. En afgelopen week is bekend gemaakt dat ook de directie van de Catalaanse publieke omroep zal worden vervolgd wegens lidmaatschap van een criminele organisatie, met een strafeis tot acht jaar, omdat men partijdig verslag zou hebben gedaan van de gebeurtenissen in 2017. 

Maar nu even terug naar de basis. Het is een misverstand dat het referendum illegaal zou zijn. Het recht tot zelfbeschikking, intern of extern, is een fundamenteel mensenrecht gegarandeerd door het Verdrag Inzake Burgerrechten en Politieke Rechten van de Verenigde Naties. Dat hele verdrag is ook geïncorporeerd in de Spaanse grondwettelijke orde. Daarom klopt de bewering niet dat de Spaanse grondwet een dergelijk referendum zou verbieden. Niettemin stélt de Spaanse Staat het toch gewoon zo, alsof de aarde plat was, nét als de Spaanse conservatieve media en, met hen, het gros van de buitenlandse journalisten die de zogenaamde kwaliteitskranten volgen. 

Evenmin is het een interne aangelegenheid van Spanje: de schending van mensenrechten gaat de gehele Europese Unie aan omdat die nu eenmaal is opgericht als een waardengemeenschap. 

Er zijn meer misverstanden die een belemmering vormen voor een beter begrip van de Catalaanse kwestie. Kwade tongen beweren, ten onrechte, dat de Catalaanse taal en cultuur niet authentiek genoeg zouden zijn maar slechts romantische fabricaten van de 19e eeuw. Ook worden de historische aanspraken van Catalanen veelal in twijfel getrokken. Dat Catalonië in 1714 van zijn soevereiniteit is beroofd door de Spaanse Monarchie en vervolgens een culturele en politieke genocide heeft moeten ondergaan, wordt tegenwoordig vrij algemeen beschouwd als “oude geschiedenis”, als “water onder de brug”. Maar wanneer verjaart een annexatie eigenlijk? Wanneer moet men zwijgen over bijvoorbeeld die van Tibet door China? Na 100 jaar? Na 200 jaar? Kijk, als iedereen het vergeten is of het niet belangrijk genoeg meer vindt, ja, dan is de zaak vast afgelopen. Maar wanneer het duidelijk is dat een volk zich honderden jaren lang, hoewel in fases van wisselende intensiteit, maar blijft verzetten tegen de politieke en culturele overheersing van de voormalige buren, dan is het toch niet aan buitenstaanders om te zeggen wanneer het genoeg is geweest?

De geschiedenis van de relaties tussen Catalonië en Spanje in de afgelopen drie- tot vierhonderd jaar wordt gekenmerkt door een voortdurend streven naar de (herwinning) van de Catalaanse onafhankelijkheid. Het is een krachtenspel tussen Catalanen die hun culturele en politieke rechten verdedigen tegen de aanhoudende druk van de overweldigers uit Madrid, de Castilianen, om de Catalaanse samenleving te doen voegen naar de eigen standaard. Het is met andere woorden een eeuwendurend proces van culturele overheersing dat we Castilianisatie kunnen noemen of Spanjolisatie.  Van tijd tot tijd is de repressie van de politieke en culturele rechten zo hevig geweest dat er sprake was van culturele genocide, zoals beslist gezegd mag worden voor de tijd onder het regime van de Nationalisten van Franco. Alleen op een knullig niveau van folklore mocht de Catalaanse identiteit blijven bestaan omdat dat voor de buitenwacht de indruk zou geven van culturele diversiteit en, gelijk de castañetjes en het stierenvechten, de aantrekkingskracht voor toerisme zou verhogen. Het gevaarlijke en destructieve nationalisme dat zo’n problematische rol speelt in de Catalaanse kwestie is dus juist het Spaanse nationalisme, dat vanaf de 17e eeuw onverminderd uitgaat van Madrid, en niet het evenzo veelal genoemde “nationalisme” van de Catalanen die daar ook nu nog op democratische en vreedzame weg aan willen ontkomen.  

Na de dood van de dictator in 1975 werd zijn aangewezen erfopvolger, koning Juan Carlos van Bourbon, de nominale regisseur van de grote Transitie. Het fascistische Spanje zou zich omvormen tot een democratische rechtsstaat om netjes toe te kunnen treden tot de Europese Gemeenschap. Veel van Franco’s ministers en topbestuurders luisterden naar de tijdgeest en ontpopten zich als ware democraten, ogenschijnlijk althans, en men nodigde zelfs de uitgeweken ballingen van linkse zijde uit om aan tafel te komen voor onderhandelingen. Er werd een grondwet opgesteld die in fases werd goedgekeurd door zowel het parlement als de bevolking, bij referendum. Alles leek democratisch piekfijn volgens het boekje te zijn verlopen en het buitenland, dat intussen toch al gewoon zaken had gedaan met Spanje, was blij dat de smet van fascisme daarmee van iedereen was afgegleden. De smet leek extra snel te zijn verdwenen omdat er meteen werd besloten tot een algemeen verbod op het oprakelen van oud zeer.  Met de wet op Amnestie van 1977 werden alle zonden in een klap witgewassen. En veel mensen hebben vandaag nog grote moeite met deze wet van, zogenaamd, Amnestie en Amnesie. De documentaire film “El Silencio de Otros” (“Andermans stilzwijgen”), die afgelopen jaar draaide op het IDFA festival is in dit verband van harte aanbevolen. 

Intussen bestaat er steeds meer twijfel over het welslagen van de transitie. Volgens velen heeft de kliek van Franco zich diep in de staat ingegraven ––in de politiek, het bestuur, het bedrijfsleven en zelfs de rechtspraak–– en heeft deze kliek zich al die tijd weten te verversen met mensen die zich op ouderwetse wijze gedragen als de corrupte en autoritaire Nationalisten van weleer. Dit zou nog steeds zijn weerslag vinden in de gebrekkige staat van de democratie en de rechtsorde. Veel van de Catalanen die streven naar onafhankelijkheid willen zich juist van Spanje afscheiden om eindelijk te ontkomen aan wat zij beschouwen als een gijzeling door de hoeders van de Spaanse grondwet. 

Maar dan komt het volgende misverstand: de Catalanen hebben toch zelf met een overgrote meerderheid vóór de grondwet gestemd? Met de Spaanse grondwet van 1978 zijn inderdaad alle partijen indertijd accoord gegaan. Met de Catalanen die gericht waren op samenwerking voorop, Maar dat accoord werd grotendeels bereikt uit angst voor een terugval tot een openlijke dictatuur, met de hoop gevestigd op de Europese bescherming en met de belofte dat de autonomie van de regio’s in de komende jaren verder zou worden uitgewerkt. 

    Die belofte van interne zelfbeschikking is echter niet waargemaakt. Het Spaanse nationalisme heeft zoals altijd geleid tot de versterking van de nationale eenheid van Spanje, in alle opzichten, ondanks de belofte van de grondwet om regionale eigenheid en verscheidenheid te garanderen. De Spaanse grondwet van 1978 bevat de onmogelijke tegenstelling van een ondeelbare natie die uit verschillende nationaliteiten bestaat. “De Grondwet berust”, volgens het tweede artikel en ik citeer, “op de onlosmakelijke eenheid van de Spaanse Natie, gemeenschappelijk en ondeelbaar vaderland van alle Spanjaarden, en erkent en waarborgt het recht op autonomie van de nationaliteiten en regio’s waaruit zij is samengesteld, alsmede de solidariteit tussen al deze onderling.” 

De duivel zit in de staart. Want die solidariteit is in de praktijk volledige harmonisatie gaan betekenen. Met een wisselende intensiteit heeft de Spaanse Staat homogeniteit afgedwongen, gelijkvormigheid, op Spaanse leest. Want een autonome regio mag best wel een eigen wet aannemen, maar die moet dan op ongeveer gelijke wijze ook door alle andere regio’s worden aangenomen. Anders wordt de wet geheid vernietigd door het Spaans Constitutioneel Hof. En de kans op welslagen is vaak klein voor bijvoorbeeld Catalaanse voorstellen. De meerderheid van de 17 autonome regio’s zal tégen zijn. Dat is niet toevallig. Want er zijn in de Transitie juist zoveel regio’s in het leven geroepen, om de historische nationaliteiten van de Basken, Catalanen en Galiciërs tot een minderheid te reduceren. Het gewicht van Castilië weegt altijd zwaarder en het Constitutioneel Hof zal altijd leunen. Dát is de “harmoniserende” uitwerking van het beroemde “rondje koffie voor iedereen”.

En zo zijn na de verwerping van het Catalaanse Statuut van Autonomie door het Constitutioneel Hof in  2010 vrijwel alle besluiten van de autonome Catalaanse regio teruggedraaid. Hierbij ging het om zulke zaken als: 

  1. subsidies voor schone energie en maatregelen ter reductie van de CO2 uitstoot;
  2. bijzondere bijstand voor arme huishoudens die de energierekening niet kunnen betalen;
  3. een voorziening voor arbitrage ter voorkoming van huisuitzetting bij betalingsachterstanden van huur of hypotheek;
  4. een eigen wet ter bevordering van de gelijke behandeling van mannen en vrouwen;
  5. een aparte belasting op leegstaande woningen ter bevordering van sociale woningbouw;
  6. het voeren van de Catalaanse taal naast de Castiliaanse in het onderwijs;
  7. het verbod op het houden van stierenvechten.

Het voorbeeld van het stierenvechten raakt de kern van het Spaanse staatsnationalisme. Men zal het stierenvechten in alle regio’s moeten blijven faciliteren. Ook in Catalonië. En daarbij moet de stier dan ook wel écht worden gedood. De Balearen hadden in 2017 namelijk geprobeerd het probleem te omzeilen door de stieren in leven te houden, zelfs zonder bloedvergieten. De Spaanse regering heeft daarop onmiddellijk bezwaar aangetekend bij het Constitutioneel Hof.  Er moet en zal immers bloed vloeien want anders is het niet Spaans genoeg. Het is niet voor niets erkend nationaal erfgoed en met trots op de kandidatenlijst van het Unesco Werelderfgoed gezet! En zónder stierenbloed is het volgens het Constitutioneel Hof geen Spaanse cultuur – en daarom moeten de Balearen nu ook weer terug in het geharmoniseerde gelid.   

En zo wordt de feitelijke autonomie van de regio’s door besluiten van het Constitutioneel Hof in Madrid beperkt om alle regio’s zo gelijkmatig mogelijk te “Spanjoliseren”. In Catalonië is aldus het Statuut van Autonomie, dat de behoefte aan zelfbeschikking “intern” had kunnen houden, in de praktijk afgebroken tot een dode letter. 

     Die afbraak op zich is een grove schending van de mensenrechten door de Spaanse Staat. En het is precies vanwege dié systematische beperking van het zelfbeschikkingsrecht van de Catalanen dat de aanhang van de onafhankelijkheidsbeweging de laatste jaren zo sterk is gegroeid. Volgens de Grondwet zou tenminste deze interne zelfbeschikking, de autonomie, gewaarborgd moeten zijn. Maar de Spaanse Staat houdt zich daar niet aan.

Politiek is de uitnodiging om echt de dialoog aan te gaan nog altijd open. De ingrijpende verwerping van het Catalaanse Statuut van Autonomie in 2010 was voor veel Catalanen echter het bewijs dat er met Spanje niet viel samen te werken. Met een dusdanig onwerkbare relatie met Madrid werd het steeds meer mensen duidelijk dat afscheiding de enige uitweg nog was. Dat onafhankelijkheidsstreven neemt nu alleen maar verder toe dankzij de actuele repressie door de Spaanse staat en de opzichtige wederopleving van een Franquistische onderstroom die terug is van nooit weggeweest. Dát is de essentie van de zaak.”

 

De echo van Puig i Cadafalch

Een van de gebouwen van het Caves de Codorníu complex dat ontworpen is door Josep Puig i Cadafalch in Sant Sadurní d'Anoia in de Penedes. Foto ©2019 Huib J. Lirb

Een van de gebouwen van het Caves de Codorníu complex dat ontworpen is door Josep Puig i Cadafalch in Sant Sadurní d’Anoia in de Penedes. Foto ©2019 Huib J. Lirb

In het kader van mijn onderzoek ontdekte ik vandaag de mogelijkheid om gebruik te maken van een citaat van Georges Dwelshauvers uit 1925 over Josep Puig i Cadafalch om, vanwege een paar overeenkomsten, eer te betonen aan President Carles Puigdemont i Casamajó. Eerstgenoemde was behalve geleerde en vermaard modernist architect (zie foto) ook gedeputeerde in Madrid geweest voor de Lliga Regionalista én, vooral, de president van de Unie van Catalonië, “la Mancomunitat de Catalunya”, van 1917 tot 1924. Met deze Unie erkende de Spaanse Staat voor het eerst sinds 1714 de eigenheid van Catalonië als persoonlijkheid (cf. het “fet diferential” van Vicens Vives) en als territoriale eenheid. Puig i Cadafalch werd vervangen door een stroman van de dictator Primo de Rivera die, uiteraard, na de staatsgreep van 13 september 1923 meteen begon met de afbraak van de interne zelfbeschikking die Catalonië die korte tijd mede dankzij Puig i Cadafalch had mogen genieten.

 

Het eerbetoon van Georges Dwelshauvers aan Puig i Cadafalch: “Aan het vertrouwen van zijn medeburgers en zijn kwaliteiten van integriteit, bestendigheid, toewijding aan het collectieve ideaal, was het te danken dat hij meerdere jaren het ambt van hoofdmagistraat van de Unie van Catalaanse provincies mocht bekleden. Hij legde de functie van President van de Mancommuniteit van Catalonië neer op de dag dat het militaire bestuur besloot dat de raadsleden gekozen door het electoraat plaats moesten maken voor mannen die zonder verkiezing zijn benoemd door de Centrale Macht.” (Origineel citaat: “J. Puig i Cadafalch […] dut à la confiance de ses concitoyens et à ses qualités d’intégrité, de fermeté, de dévouement à l’idéal collectif, d’occuper pendant plusieurs années la charge de premier magistrat de l’Union des Provinces Catalanes. [New paragraph.] Il a abandonné les fonctions de Président de la Mancommunauté de Catalogne le jour où le Directoire militaire décida que les conseillers élus par le suffrage populaire devaient céder la place à des hommes nommés, d’autorité et sans élection, par le Pouvoir Central”) (Dwelshauvers 1926, viii)

Door het dictaat van Madrid, met andere woorden, zoals ook het Spaanse grondwet artikel 155 bruusk is gebruikt om een einde te maken aan het democratische bestuur van Catalonië onder leiding van President Carles Puigdemont i Casamajó in 2017.

De politieke betekenis van Puig i Cadafalch is een omgekeerde (want terugkijkend) echo in de geschiedenis van die van de 130e President van de Generalitat die nu in ballingschap werkt aan de verdere ontwikkeling van de Catalaanse Republiek. Maar daar zit dan ook wel weer een belangrijk verschil: Puig i Cadafalch streefde niet een Catalaanse Republiek na en zag, als volksvertegenwoordiger voor de Regionalistische Liga, toch nog de mogelijkheid om binnen het raamwerk van een Spaanse Staat een hoge mate van intern zelfbeschikkingsrecht voor Catalonië te verwezenlijken. Ook Puigdemont en de zijnen hebben jarenlang steevast geprobeerd met het centrale gezag in Madrid te onderhandelen om de autonomie van Catalonië te verwezenlijken en te bestendigen. Maar hoewel die interne zelfbeschikking door de Spaanse grondwet van 1978 is beloofd en althans nominaal gegarandeerd, is de kwaliteit ervan door de praktische werking van het Spaanse Constitutioneel Hof steeds verder geërodeerd. Met de totale opschorting van de Catalaanse autonomie in het najaar 2017 werd uiteindelijk ook de Catalaanse democratie het slachtoffer van Spaanse “lawfare”.
PS. Carles Puigdemont over zijn vruchteloze pogingen om met Madrid in constructief overleg te gaan, in een interview met  Jordi Alemany, gisteren gepubliceerd in El Punt Avui

Diu que “el diàleg, la negociació i el referèndum acordat avui sabem que són fantasies”. No hi ha cap esperança?
Sóc analític i em baso en les evidències que no teníem fa un temps, que ens diuen que l’Estat de cap de les maneres s’avindrà a parlar, ja no negociar, sobre el dret a l’autodeterminació o una versió més suau com el dret a decidit. No és una opinió, són fets. I dic que en siguem conscients. Si volem ser responsables, ens hem de basar en evidències, no en màgia. La màgia diu que l’Estat espanyol un dia, per una raó que desconeixem, s’avindrà a asseure’s a una taula per parlar d’un referèndum, però la realitat diu el contrari. Tenim al davant un estat que en termes de Catalunya no està al segle XXI ni a Europa.

Va creue mai en el diàleg?
Si. És una de els lliçons apreses de l’octubre del 2017. Espanya havia canviat en molts aspectes, però gens en el de la sacrosanta unitat de la pàtria. I va ser una gran decepció. Jo vaig fer absolutament tot per donar una oportunitat al diàleg. Dos anys després hem de ser justos i honestos i dir que no ha canviat absolutament res. I no cal insistir més en aquesta camí, perquè no hi ha sortida.”
(http://www.elpuntavui.cat/politica/article/17-politica/1644785-seria-preocupant-una-deriva-antipartits-a-la-diada.html)

Spaanse veiligheidsdiensten beschuldigd van verzuim om tijdig en adequaat te handelen bij voorkennis van een op handen zijnde aanslag in Catalunya in september 2017

De Spaanse geheime dienst had de Rambla terroristen in het vizier, intensief in onderzoek, daags voor hun aanvallen in Barcelona en Cambrils, maar heeft verzuimd (of is er niet ingeslaagd) tijdig op te treden. Evenmin is de Catalaanse politie ingelicht. Zo blijkt nu uit de recente onthullingen (https://www.elnacional.cat/…/spanish-intelligence-listening…).

Het vermoeden was er eigenlijk al. Op 30 augustus 2017 schreef ik op Facebook” “De Catalaanse politie Mossos D’Esquadra heeft de klopjacht op de terroristen “van Ripoll” in de afgelopen weken heel goed weten uit te voeren ondanks het feit dat deze bij wet afzonderlijk opererende politiedienst van Catalunya van de kant van de natiestaat Spanje géén eigen verbinding heeft gekregen met Europol. De Catalanen hebben echter weer eens bewezen de verantwoordelijkheid van onafhankelijkheid dan toch gewoon goed aan te kunnen.” (nu hier te vinden: http://www.lirb.nl/…/de-catalaanse-troebelen-1-de-held-van…/). Want inderdaad heeft het team van Trapero naderhand goed gepresteerd, ondanks de tegenwerking of tenminste het gebrek aan medewerking vanuit Madrid (https://www.racocatala.cat/…/trapero-denuncia-madrid-obstru…)
De majoor Trapero was de held van de week (http://www.euronews.com/…/josep-lluis-trapero-the-very-cata…), maar dat zou hem later bezuren. De Spaanse Staat is nu al twee jaar bezig de man strafrechtelijk te vervolgen voor rebellie vanwege het faciliteren van het referendum over de Catalaanse onafhankelijkheid. Is dat een rookgordijn? Misschien heeft de verbetenheid waarmee men hem koste-wat-kost in de cel wil krijgen wel eerder te maken met dit geklungel van de Spaanse veiligheidsdiensten die, als dit allemaal klopt, het belangrijker hebben gevonden de Catalanen buiten spel te houden –– in nota bene hun eigen jurisdictie –– om zo te voorkomen dat die de kans zouden krijgen te bewijzen dat ze hun taak goed konden uitvoeren.

Hoe dan ook, “Something’s rotten in the State of Spain”.

Deze affaire rakelt oude geschillen op die ongetwijfeld verband houden met de strijd van de Spaanse Nationalisten tegen de Catalaanse onafhankelijkheidsbeweging. Met als inzet de eer en de effectiviteit van de Catalaanse politie en daarmee natuurlijk de vraag of Catalanen ooit in staat zouden kunnen zijn om de veiligheid van alle burgers en inwoners te garanderen. Die strijd woedt dus al langer. Reeds op 1 september 2017 was er sprake van een beschuldiging van het verzuim om tijdig en adequaat te handelen bij voorkennis van een op handen zijnde aanslag september. Dat was toen juist aan het adres van de Mossos d’Esquadra. De beschuldiging werd door Trapero toen afgewezen als een fabricatie, mogelijk met medewerking van de krant El Periodico, die het falen van juist de Spaanse veiligheidsdiensten moest verhullen. “Trapero, uitte gisteren onmiddellijk al de beschuldiging dat het vermeende CIA bericht een “montage” was die onder de aandacht is gebracht van (zo niet gemaakt zou zijn door – maar dat zegt hij niet) El Periodico in een zoveelste poging om de kwaliteit van de uitvoerende macht van Catalanen in diskrediet te brengen”. Julian Assange heeft zich daar toen nog via de sociale media mee bemoeid (http://www.lirb.nl/…/de-catalaanse-troebelen-2-knoeien-met…/). Dat heeft voor hem ook niet goed uitgepakt.

Update 18 juli 2019

Het Catalaanse recht op zelfbeschikking betreft ook het recht om een parlementair onderzoek in te stellen naar de mogelijke betrokkenheid van geheime staatsdiensten (de Spaanse CNI) met de terroristische aanslagen in Catalonië. De Spaanse politiek heeft zo’n onderzoek tegen weten te houden. Laat Nederlanders ophouden met de bagatel van de kromme vergelijking met Friesland. De Catalaanse eis tot zelfbeschikking (intern of extern), ten koste van het Spaans nationalisme dat volgens velen in meerdere of mindere mate nog steeds een voortzetting is van het Franquisme, gaat echt om zeer ingrijpende en, zoals nu weer blijkt, levensgevaarlijke zaken.
 
Conspiracy theories? Het mogelijk motief van de Spaanse diepe staat indien die inderdaad betrokken zou zijn bij de aanslag gepleegd door de cel van Saty/Satty? Ik dacht eerst alleen aan de poging om te demonstreren dat de Catalanen niet in staat zouden zijn om de veiligheid van inwoners en bezoekers te garanderen; maar vandaag is ook het vermoeden geuit (met dank aan Juanjo Fernandez Collado) dat Spanje mogelijk heeft gezocht naar een voorwendsel om een Spaanse troepenmacht in de Catalaanse jurisdictie geplaatst te krijgen met het doel om naar eigen discretie in te grijpen tegen de activiteiten van de onafhankelijkheidsstrevers. Nogmaals stel ik de vraag: Conspiracy theories? Oké, sta dan het parlementair onderzoek toe. Maar nee, de unionistische partijen (PP, Cs en PSOE) houden dat tegen.
 
Verantwoording.
De onthullingen in feuilleton vanaf 15 juli 2019:
 
https://www.publico.es/politica/exclusiva-iman-ripoll-1-cerebro-masacre-ramblas-confidente-cni-dia-atentado.html
 
https://www.publico.es/politica/iman-ripoll-2-exclusiva-cni-escuchaba-moviles-asesinos-ramblas-cinco-dias-matanza.html
 
https://www.publico.es/politica/iman-ripoll-3-exclusiva-cni-ficho-satty-2014-cambio-no-deportado-le-ayudo-iman-ripoll.html
 
Goede weergave van de onthullingen in het ontwikkelende CNI schandaal: Lex Rietman, “Brein aanslag Barcelona was informant geheime dienst”, Reformatorisch Dagblad, 17 juli 2019 (https://www.rd.nl/vandaag/buitenland/brein-aanslag-barcelona-was-informant-geheime-dienst-1.1582623)
 
Diepe staat nog steeds overmatig Franquistisch:
 
Ramon Cotarelo & José Manuel Roca, La Antitransición. la derecha neofranquista y el saqueo de España (Valencia 2015).
 
Ben Emmerson QC. The Catalan Question and International Law. Video: vimeo.com/302676976. Transcription of Dutch Subtitles: “Catalanen vervolgd door de “Deep State” van Spanje. Ben Emmerson over de Catalaanse kwestie (9 november 2018)” (“http://www.lirb.nl/historia-the-historyliner/ben-emmerson-over-de-schending-van-mensenrechten-in-spanje-vertaling-van-zijn-voordracht-tijdens-het-symposium-over-de-catalaanse-kwestie-in-juridisch-perspectief/)
 
Lluc Salellas i Vilar, Franco Lives On. The inner circle of the dictatorship who have held on to their privileges under democracy (Barcelona 2018)