Politieke vervolging in Spanje vastgesteld door International Trial Watch

International Trial Watch heeft afgelopen week hun definitieve rapport gepubliceerd over het maxistrafproces dat de Spaanse Justitie heeft gevoerd tegen negen vooraanstaande personen die betrokken zijn geweest bij het referendum over Catalaanse onafhankelijkheid in October 2017 die resulteerde in het uitroepen van de Catalaanse Republiek. Ze hebben waarnemers naar het proces gestuurd en een nauwgezet onderzoek verricht naar de aanklachten, de behandeling en de vonnissing.

The organizations that sign this factual and legal assessment have carried out a monitoring process of the trial before the Spanish Supreme Court with renowned jurists acting as national and international observers during the months of February to June 2019. We have also analysed in depth the legal proceedings and the judgement and we have reached the conclusion that the proceedings and the judgement violate the following principles and rights: principle of legality in criminal law, right to liberty, freedom of expression, freedom of ideology, right to peaceful assembly and the free exercise of representative public office, as well as the right to due process and with all guarantees.”

In de conclusie stellen ze vast dat er inderdaad sprake is van een politieke vervolging. Het woord “politieke gevangenen” mag van de Spaanse overheid weliswaar niet worden gebruikt, maar het feit ervan is ontegenzeggelijk. Ik citeer de conclusie van het rapport: “The great violation of the abovementioned rights and principles caused by the judge- ment and the reasoning within it make it impossible to analyse this judgement from a strictly legal point of view. Any earnest attempt at interpreting the judgement based on technical and legal concepts, such as sedition, uprising, violence or fundamental right becomes unsuccessful. The reason is surely because it is a clearly ideological resolution aimed at replacing the political solution that is needed in the conflict in Catalonia.”

Klare taal. Als de rechtsgang in deze zaken deel uitmaakt van “het echte Spanje”, zoals de politieke leiders van de grote Spaanse regeringspartijen van de laatste jaren het willen (PP, PSOE), dan moeten we volgens mij in EU verband concluderen dat de rechtstatelijkheid van Spanje ernstig tekort schiet. Het lijkt me tijd om een artikel 7 procedure tegen Spanje in te stellen.

Het rapport is hier af te laden.

 

Eindnoot. Het is goed om te weten, in dit verband, dat de Spaanse Staat deze week ook een negatief signaal heeft gekregen met de opinie van de advocaat generaal van het Hof van Justitie van de Europese Unie in Luxemburg, Maciej Szpunar, vanwege de ad hoc maatregelen die genomen zijn om Oriol Junqueras te belemmeren zijn zetel in het Europees Parlement in te nemen. De opinie stelt dat het mandaat van een Europees Parlementslid voortvloeit uit de wil van het electoraat en niet voorwaardelijk kan worden gesteld aan de voltooing van formaliteiten in de afzonderlijke lidstaat –– in dit geval de verplichting om in het Spaanse Parlement eerst nog even trouw te zweren op de Spaanse Grondwet, terwijl de gekozen persoon daar fysiek niet aanwezig kan zijn; het is volgens de advocaat generaal aan het Europees Parlement om te beslissen of een gekozen lid wel of niet immuniteit geniet. Deze opinie (Zaak C-502/19, d.d. 12 November 2019) is inzet voor de zaak waarover het hof later nog zal beslissen. Het zal ook implicaties hebben voor de andere gekozen leden, Carles Puigdemont en Toni Comín.

Voor verdere toelichting en duiding, zie bijvoorbeeld David M. Herszenhorn, “Spain was wrong to impede Catalan candidate from taking MEP seat, says top lawyer. Legal opinion favors Oriol Junqueras seeking immunity from prosecution”, in: Politico, 12 november 2019.

 

Oproep aan de mede-Europeanen in een enorm spandoek prominent op de toegangsbrug van Besalú, een iconisch stadsgezicht dat door veel toeristen zal worden gezien (©2018 Huib J. Lirb).

Oproep aan de mede-Europeanen in een enorm spandoek prominent op de toegangsbrug van Besalú, een iconisch stadsgezicht dat door veel toeristen zal zijn gezien maar dat dan toch slechts weinig mensen kennelijk aan het denken heeft gezet (©2018 Huib J. Lirb).

De opstand van de Messeniërs (464-460 v.C.) en de hardnekkige culturele identiteit van een onderdrukt volk

Ik ben de dag begonnen met een archeologisch feestje. Jay Shah attendeerde me (bedankt!) op een mooie video in de serie BBC Reel over de opgravingen in het terrein van de antieke stad Thouria op de Peloponnesos. Dat riep goede herinneringen op aan mijn tijd in de oudheidkunde toen ik onder meer geïnteresseerd was in de geschiedenis van de Spartanen. Ik had reeds vóór mijn studie, toen ik plaatsvervangend foerier was in de Oranje Nassaukazerne in Amsterdam, en uiteraard ook na aanvang ervan lekker veel tijd doorgebracht met de bestudering van de antieke bronnen (voornamelijk Herodotus, Thucydides, Xenophon, pseudo-Xenophon of “De Oude Oligarch”, Plato, Aristoteles, Plutarchus, Pausanias etc., allemaal in vertaling op de rechterpagina’s met een incidenteel oogje op de linkerpagina in het Grieks op maat) en met de secundaire literatuur van, behalve uiteraard Moses I. Finley, de werken van W.G. Forrest, Koen Stibbe, Paul Cartledge, Anton Powell e.a. Het doet me plezier om al die namen weer op een rijtje te zien en de boeken er even bij te zoeken. Dus nogmaals, Jay, bedankt voor de attentie!

Aanleiding van dit stuk is dus een video van de BBC waar de archeologe Xeni Arapogianni, die de leiding heeft van de opgravingen in Thouria, iets vertelt over de bevindingen van haar team. Mijn uitwerkingen en aanvullingen zijn geboren uit enthousiasme en louter informatief bedoeld, dus niet als een serieuze bijdrage tot de academia. Daarvoor zou ik veel meer tijd moeten nemen en ook een betere toegang moeten krijgen tot de relevante literatuur, gedrukt en online. Die toegang is voor mensen zonder aanstelling helaas niet te betalen. Dat gezegd hebbende, steek ik van wal.

Hoge pas door het Taygetos gebergte. Foto genomen vanuit de bus op een rit van Messenië naar Sparta tijdens een vakantie in 1990 (©1990/2019 Huib J. Lirb)

Hoge Langada pas door het Taygetos gebergte, op de weg Ethniki Odos 82 van Kalamata naar Sparti (37°04’58.3″N 22°09’23.5″E) in de haarspeldbochten vlak voorbij een kerkje (Ναός Άγιος Σώζων). Foto genomen vanuit de bus tijdens een rit van Messenië naar Sparta in 1990 (©1990/2019 Huib J. Lirb)

Thouria lag in Messenië. Deze regio was reeds vroeg veroverd door de buren aan de overzijde van de bergketen Taygetos, de Lakedaimoniërs (ook: Lakoniërs, lees: de Spartanen), in de 8e eeuw v. Chr., en de meeste inwoners zijn sindsdien door hun overweldigende buren gereduceerd tot een absolute onderhorigheid. Deze zogenaamde “heloten” die aldus systematisch waren onderworpen aan alomvattende exploitatie en willekeur waren als het ware “staatsslaven” (Pausanias 3.20.6 “Lakedaimonioon douloi”; Strabo 8.5.4, “tropon tina demosioi douloi”, “staatsslaven, in zekere zin”, of  liever “slaven van de burgerij”). Zij waren de gevangenen van de Spartanen die, op hun beurt en door eigen toedoen, ironisch genoeg daardoor zélf in gijzeling werden gehouden vanwege de dreiging die uitging van deze massa van onderdrukte buren (vanwaar ook het contrast met de latere Romeinen in Polybius Hist. 6.49.1). Het vermaarde militarisme van de Spartanen was, even door een korte bocht, daarvan het resultaat.

Kaart van de Peloponnesos met een paar van de plaatsen die genoemd zijn in de tekst. Componenten zijn rechtenvrij via Wikimedia Commons

De realiteit van die dreiging werd duidelijk in 464 voor Chr. toen de heloten inderdaad massaal in opstand kwamen in de plotselinge ontreddering na een zware aardbeving in Lakonië. Veel jonge mannen zouden zijn verpletterd door de ineenstorting van hun sportcentrum, een lot waaraan de allerjongsten zouden zijn ontsnapt omdat zij nu juist nét naar buiten waren gerend om achter een haas aan te gaan. Waar of niet, er zouden nog maar vijf huizen in Sparta overeind zijn gebleven. De slagkracht van de Spartanen was hoe dan ook in één klap verzwakt aangezien er mogelijk wel tussen de 10.000 en 20.000 mensen kunnen zijn gestorven in de aardbeving met een onmiddellijk reductie van de militaire macht van naar schatting zo’n 12% en met grotere gevolgen op de langere termijn (Stephen Hodkinson, “Inheritance , Marriage and Demography: Perspectives upon the Success and Decline of Classical Sparta” in: Anton Powell, ed., Classical Sparta: Techniques Behind her Success, London 1989, 79-121, op p. 102-104). De Spartanen die de ramp hadden overleefd vielen niettemin onmiddellijk in het gelid dankzij de tegenwoordigheid van geest van een van hun twee koningen, Archidamos, die, toen hij zag dat iedereen probeerde uit het puin te redden wat er te redden viel, luid alarm liet slaan met een trompetgeschal precies om een gelegenheidsaanval af te kunnen slaan. De opstandige heloten trokken daarop terug naar een verdedigbare positie. (En het is denkbaar dat de Lakonische heloten die acuut gevaar vormden dan ook vrijwel meteen zijn teruggedeinsd.) Hoewel de Messenische rebellen geen partij waren voor de Spartaanse phalanx in het open veld, zouden ze met zijn allen toch een heel contingent van 300 man onder leiding van een zekere Arimnestos, tot de laatste man hebben gedood in de slag bij Stenyklaros aan het noordeinde van de Pamisos vallei (Herodotus, Hist. 9.35 en 64; volgens Herodotus vochten de mannen van Arimnestos tegen alle rebellen, dus wellicht ook tegen de perioiken van Thouria en Aithaia; Pausanias 3.11.8 wijst er eeuwen naderhand op dat alleen de  heloten van Messenië in opstand waren gekomen en niet de “oude” dus Lakonische heloten).

Het theater van de stad Messene (die na bevrijding van de heloten door Epaminondas in 369 v. Chr. is gesticht over de ruïnes van de oorspronkelijke nederzetting) met de berg Ithomi en het moderne dorp Mavrommati in het verschiet (Foto 2010 Stefan Artinger, (Wikimedia Commons Public Domain)

Het theater van de stad Messene (die na bevrijding van de heloten door Epaminondas in 369 v. Chr. is gesticht over de ruïnes van de oorspronkelijke nederzetting) met de berg Ithomi en het moderne dorp Mavrommati in het verschiet. Foto 2010 Stefan Artinger (Wikimedia Commons Public Domain)

Daarna hebben de rebellen zich teruggetrokken in de heuvels. Ze hebben tien (of meer waarschijnlijk vier) jaar stand gehouden op de berg Ithomi (die ik in de vorige eeuw overigens heb mogen bezoeken samen met onder meer Jaap Jan Flinterman). De Spartanen waren niet bij machte de versterkte hoogte te bestormen –of wilden het verlies van manschappen niet riskeren – en nodigden daartoe Atheners uit die daarmee meer ervaring hadden. Op de valreep bedachten de Spartanen zich echter, omdat ze misschien toch liever geen Atheense pottekijkers ter plaatse wilden hebben die zich ook wel eens aan de zijde van de Messeniërs zouden kunnen scharen, en ze stuurden het Atheense contingent van generaal Kimon alras weer terug naar huis. Uiteindelijk mochten de Messenische “independentistes” (vergeef me dit geintje) de onneembare posities op de berg na onderhandeling onder vrije aftocht verlaten waarna ze met hun gezinnen op uitnodiging van de verongelijkte Atheners zijn gevestigd in Naupaktos (voor de opstand Herodotus IX.35, 64; Thucydides, I. 101-103; Diodorus Siculus XI.63-64; Plutarchus Kimon 16; Pausanias IV.24.5-7; discussie met bronnenkritiek Paul Cartledge, Sparta and Lakonia. A Regional History 1300-362 BC, London 1979, 215-223; en Nino Luraghi, “Becoming Messenian”, The Journal of Hellenic Studies, Vol. 122 (2002), pp. 45-69, JSTOR). Nu hadden aan de opstand ook de burgers van Thouria en Aithaia (Aethaea) deelgenomen. Deze politieke gemeenschappen waren nimmer gereduceerd geworden tot de stand (status, klasse, wat ieder maar wil) van de heloten. Zij waren de zogenaamde “omwonenden” (perioikoi) van de Spartanen die niet in de onderdrukking van de heloten deelden maar toch ook ondergeschikt ware, met zulke verplichtingen als militaire bijstand en economische afdracht. Het waren autonome gemeenschappen die geen eigen buitenlands beleid mochten voeren, zo zouden we in moderne termen zeggen, maar die voor de Spartaanse samenleving, die in theorie zo notoir gesloten was, wél functioneerden als de “interface” met de buitenwereld in de economische c.q. financiële betrekkingen en natuurlijk ook de circulatie van informatie voor zover die niet verliep via persoonlijke contacten in de diplomatieke “vriendenkringen”. Uit de autonome gemeenschappen van de omwonenden kwamen ook veel zelfgemaakte producten en artikelen voort, zoals het wapentuig van de Spartaanse burgers (Spartiaten, de “Homoioi” ofwel de “Gelijken”) die natuurlijk niet zelf aan de slag gingen, tenzij het een veldslag betrof.

Gezicht op de locatie van Sparta in Eurotas vallei vanafhet klooster Mystras (Foto ©1993/2019 Huib J. Lirb)

Gezicht op de locatie van Sparta in Eurotas vallei vanaf het klooster Mystras (Foto ©1993/2019 Huib J. Lirb)

 

De meeste gemeenschappen van “perioiken” lagen in dezelfde vallei als de dorpen van Sparta, in de Eurotas vallei in de regio Lakonië, maar zoals gezegd hadden sommige centra in Messenië aan de andere kant van het Taygetos gebergte ook diezelfde status gekregen. Uit hun deelname aan de opstand blijkt volgens sommigen dat de Thouriatai (Pausanias  IV.31.1 “Thouriatoon polis”) een verbondenheid met de heloten had behouden, hun naaste buren met wie zij natuurlijk (ooit) een culturele identiteit deelden (zie de discussie in Nino Luraghi, “Becoming Messenian”, The Journal of Hellenic Studies, Vol. 122 (2002), pp. 45-69, JSTOR –– Luraghi betoogt zelf tégen het voortbestaan van een oude Messenische culturele identiteit, zie onder). Dat is ook volgens de Ste. Croix de reden geweest waarom de Spartanen de Atheners die ze eerst hadden uitgenodigd plotseling toch weer terugstuurden: “the ordinary Athenian hoplite … may well have been shocked when he arrived in Messenia and found that the revolting ‘slaves’ of the Spartans were Greeks, the majority of them Messenians, who had never lost consciousness of the fact that their ancestors had been citizens of the polis of Messene, and were now fighting for their freedom and the right to be ‘the Messenians’ once more” (G.E.M. de Ste. Croix, The Origins of the Peloponnesian War, London 1972, 179f, cited by Paul Cartledge, Sparta and Lakonia. A Regional History 1300-362 BC, London 1979, 220-221).

De hoge muren van Messene, de hoofdstad van de herrezen polis der Messeniërs (Foto ©1993/2019 Huib J. Lirb)

De hoge muren van Messene, de hoofdstad van de herrezen polis der Messeniërs (Foto ©1993/2019 Huib J. Lirb)

Na de overwinning van Epaminondas van Thebe op de Spartanen in de slag bij Leuktra in 371 werd Messenië eindelijk bevrijd van het Spartaanse juk. In 369 herrees dit volk en ze vestigden hun nieuwe hoofdstad, Messene,  aan de voet van de berg Ithome. Die berg was hun akropolis en ze zouden het geheel ommuren met de machtigste muren van hun tijd – de geschiedenis mocht zich immers niet herhalen – waarvan de imposante resten nog steeds te zien zijn (voor de bewering dat de Messenische muren de sterkste waren van hun tijd, zie Pausanias III. 31.4-5).  In de beschrijvingen van het herrezen Messenië door Pausanias, veel later in de eerste eeuw na Christus, vinden we een paar aanwijzingen dat de nazaten van de ballingen later weer zijn teruggekeerd  (Pausanias IV.31.7: de Messeniërs van Naupaktos hadden de cultus van Artemis Laphria mee teruggenomen; Pausanias IV. 33.2: standbeeld van Zeus op Ithome, oorspronkelijk gemaakt voor de Messeniërs van Naupaktos).  Het interessante is dus de mogelijkheid dat zich een collectieve identiteit heeft gehandhaafd over een lange periode van zo’n 400 jaar harde onderdrukking (maar let op, dit wordt ook bestreden, waarvoor zie Luraghi 2002 en hieronder in de laatste paar alineas). Ik citeer daartoe graag nog een andere conclusie van de Ste. Croix dienaangaande, eentje die aansluit op zijn observatie dat het niet zozeer de Lakonische heloten waren die rebelleerden als wel de Messenische –– zoals Pausanias ook aangaf (3.11.8) en zoals af te leiden valt uit de prompte reddingsactie van koning Archidamos: “The Messenians were not only a single people: until the late eighth century they had been hoi Messenioi, an autonomous political unit which had recently become, or was in process of becoming, an independent Greek polis, in the very area where they subsequently laboured for their Spartan masters. They had, therefore, a natural feeling of kingship and unity. After Messenia was liberated and became an independent polis again, in 369 B.C., the only Helots left were the Laconian ones, many of whom were liberated subsequently, especially by Nabis in the early second century B.C.” (G.E.M. de Ste. Croix, The Class Struggle in the Ancient Greek World from the Archaic Age to the Arab Conquests, Duckworth: London 1981, 149-150). De Messeniërs op Ithome zijn zoals we hebben gezien met vrije aftocht vertrokken naar Naupaktos en volgens sommigen zou uit de beschrijvingen van Pausanias blijken dat ze hun culturele identiteit ook daar weten te behouden, te verrijken en weer terug te brengen naar het herrezen thuisland (alweer wijs ik erop dat deze conclusie omstreden is, waarvoor zie Luraghi 2002).

Sparta. Olijfboomgaard in de Eurotas vallei met de Taygetos in het verschiet (Foto ©1990/2019 Huib J. Lirb)

Sparta. Olijfboomgaard in de Eurotas vallei met de Taygetos in het verschiet (Foto ©1990/2019 Huib J. Lirb)

 

 Volgens Paul Cartledge zullen er niet heel veel opstandelingen nog in leven zijn geweest na een beleg van zeker vier jaar, maar de berg heeft een waterput vlak bij de top en de militaire dreiging was klaarblijkelijk groot genoeg om de Spartanen met hun bondgenoten jarenlang bezig te houden (Cartledge 1979, 221). De mensen die verantwoordelijk werden geacht voor de opstand en die anderen lijken te hebben gedwongen eraan mee te doen zijn wél gestraft, en geheid met de dood (Diodorus Siculus, 11.84; voor het vermoeden van de doodsstraf: Cartledge 1979, 218). Wat voor straf de twee autonome gemeenschappen van de Spartanen hebben gekregen voor hun betrokkenheid is me niet bekend maar het zou me niet verbazen als de politieke leiders van die gemeenschappen bij de afwikkeling de klos waren. Mogelijk waren deze perioiken degenen die hoopten te profiteren van de plotselinge gelegenheid door zich ook op te werpen als aanvoerders van de heloten. De heloten zullen arme lieden zijn geweest die, afgaande op hetgeen we weten van de structurele repressie, waarschijnlijk scheel keken van de honger en zich permanent geïntimideerd wisten. Het zal moeilijk voor ze zijn geweest om de 300 man van Arimnestos bij Stenykleros in de pan te hakken met louter landbouwwerktuigen, stokken en stenen. We weten van de slag bij Thermopylae wat zo’n contingent van 300 Spartiaten zoal vermocht.  Bij de slag van Stenykleros  waren ongetwijfeld de hoplieten van de Messenische perioiken betrokken geweest.  Als dat zo was dan zullen ook zij en hun familieleden het naderhand zwaar te verduren hebben gekregen. Dit is allemaal speculatie, al meen ik de lijn van de grootste waarschijnlijkheid nog steeds te volgen. Het is echter twijfelachtig of we hier meer over zullen komen te weten door de opgravingen.

 

Hoplieten afgebeeld op votiefreliefs van aardewerk, gevonden in Antheia (op zo'n vier kilometer van Thouria), gedateerd op de 4e eeuw v.Chr. en derhalve beslist relevant voor het huidige verhaal. Archaeological Museum of Messenia, Kalamata. Photo: Dan Diffendale (CC license with attribution)

Hoplieten afgebeeld op votiefreliefs van aardewerk, gevonden in Antheia (op zo’n vier kilometer van Thouria), gedateerd op de 4e eeuw v.Chr. en derhalve beslist relevant voor het huidige verhaal. Archaeological Museum of Messenia, Kalamata. Photo: Dan Diffendale (CC license with attribution). Ze stellen misschien de Dioscouriden voor die door de Spartanen en de perioiken in Lakonië en Messenië op gelijke wijze lijken te zijn geëerd (Luraghi 2002, 56-57).  

Want ik bedenk me wel wat Moses Finley heeft  aangetoond door de combinatie van de archeologie van de berg Hissarlik met de literaire geschiedenis van Troje kritisch te beoordelen: archeologie zal, volgens hem, nooit de veranderingen en ontwikkelingen kunnen documenteren die essentieel zijn voor het narratief van de geschiedenis (Moses I. Finley, The World of Odysseus [1954] 1979), dat wil zeggen, uit materiële objecten alleen zul je geen politieke of institutionele geschiedenis kunnen destilleren (Moses I. Finley, “Archaeology and History” [1971] in: id., The Use and Abuse of History, London 1986, 87-101).  Maar goed, hoezeer de waarschuwing ook nog steeds relevant is, de ontwikkeling van de archeologie heeft in tussenliggende tijd toch ook wel weer bewezen dat dit wellicht veel te minimalistisch gedacht was. Dus ook Finley verjaart?

 

Installatie voor de schapenhouderij op de heuvels om de berg Ithomi. (Foto ©1993/2019 Huib J. Lirb)

Installatie voor de schapenhouderij op de heuvels om de berg Ithomi. (Foto ©1993/2019 Huib J. Lirb)

 Want de archeologie van Lakonië en Messenië geeft ons wel het beeld van voornamelijk overeenkomstigheid en dat is natuurlijk betekenisvol: vondsten uit de cultusplaatsen aan de ene zijde van de Taygetos zijn stilistisch, iconografisch (beschrijving van representaties) en iconologisch (duiding van representaties) nauw verwant aan die van de andere zijde. Datzelfde geldt voor epigrafische vondsten en voor de verspreide vermeldingen in literaire bronnen. Met andere woorden: de Lakoniërs en Messeniërs lijken op grond van linguïstische aanwijzingen, iconografie en iconologie, archeologie in het algemeen, eigenlijk nauwelijks van elkaar te verschillen. Nu ben ik in deze tekst uitgegaan van de mogelijkheid dat zich in Messenië een collectieve identiteit heeft gehandhaafd over een lange periode van zo’n 400 jaar harde onderdrukking, een identiteit die ter plaatse en in den vreemde (Naupaktos) bewaard zou zijn gebleven, zij het met de nodige ontwikkelingen en veranderingen.  Ik heb echter ook al aangestipt dat er discussie is ontstaan over precies de vraag of de Messenische identiteit die na de vestiging van de polis in 369 begon te manifesteren nu een wederopleving was van een bestaande mentaliteit, als een nooit geheel verloren gegaan besef van een “ingebeelde gemeenschap” (denk aan Benedict Anderson), of dat die geëtaleerde “oudheid” eerder vergelijkbaar was met een “verzonnen traditie”  (denk aan Hobsbawm en Ranger) van een pas na de slag bij Leuktra verzonnen ingebeelde gemeenschap. De strijd tussen de “continuists” en de “discontinuist” (van dus de Messenische identiteit) heeft een boel discussie opgeleverd waarvan de historiografie is besproken door Luraghi in voornoemde publicatie. Luraghi betoogt in ieder geval dat er vóór de Spartaanse overheersing van de streek ten westen van de Taygetos geen spoor is van culturele samenhang, dat de aanduidingen van een Messenische voorverleden vaag en voornamelijk laat zijn, en dat de materiële cultuur, de mentaliteiten en de culturele identiteit van de perioiken in Messenië  voor zover wij die kunnen nagaan vergelijkbaar zo niet gelijk waren aan die van hun tegenvoeters in Lakonië aan de oostzijde van de bergketen. Dát er zich na de vestiging van een nieuwe politieke gemeenschap in 369 v. Chr. een Messenische identiteit zou hebben gevormd, met een duidelijke weerslag in latere bronnen zoals Pausanias, zou dan, volgens deze visie, in feite het resultaat zijn geweest van een op dat moment pas geconstrueerde “ingebeelde gemeenschap”, op maat en in een zo sterk mogelijk contrast met die van de buren. Geboren uit de wens tot onafhankelijkheid van de Spartanen, stelt Luraghi. “Messenian identity probably emerged out of the aspirations to autonomy and independence of some perioikoi who lived quite far from the centre of the Spartan State, across the mountains, in a fertile region with well-marked natural borders” (Luraghi 2002, 68).

“Messenian identity probably emerged out of the aspirations to autonomy and independence of some perioikoi who lived quite far from the centre of the Spartan State, across the mountains, in a fertile region with well-marked natural borders” (Luraghi 2002, 68). Bergtop langs de Langada kloof  dichterbij Sparta (de Megali Lagada-kloof) op de weg OE 82 door het Taygetos gebergte tussen Αναρριχητικό Πεδίο Λαγκάδας (in het oosten richting Sparti) en de Ag. Vasilios met het restaurant Silimpobes (in het westen richting Kalamata)
(vermoedelijke coordinaten 37.075428, 22.295221). Foto genomen vanuit de bus op een rit van Messenië naar Sparta tijdens een vakantie in 1990 (©1990/2019 Huib J. Lirb)

Is die wens om vrij te komen van de Spartaanse overheersing, gedeeld door de heloten van Ithome én de perioiken van Thouria en Athaia, dan niet op zich al blijk van een gezamenlijke identiteit die, ondanks de overeenkomsten in de materiële cultuur en de cultische voorstellingen, anders is dan die van de Spartanen? Ligt daarin dan niet de essentie van een verbinding die de basis kan hebben gevormd van een “ingebeelde gemeenschap”. Zoals Nino Luraghi het zelf zegt: ter legitimatie van hun opstand en aansporing tot volharding gebruikten de rebellen de, wat hij beschouwt, fictie van een Messenische verleden en werden ze daardoor als het ware Messeniërs.  “The existence of a Messenian land, and of a political community called the Messenians in olden times, was a necessary presupposition for the claim of the rebels to freedom and independence from Sparta. Whoever they were, only by linking themselves to those Messenians –– by becoming Messenians, as it were –– could they justify their uprising. One could say that it is not so much that they revolted because they were Messenians, as vice versa: Messenian identity and revolt from Spartacan be seen as two sides of the same coin. The paramount importance of the Messenian identity for the rebels explains why they conspicuously and stubbornly clung to it even after the revolt was over.” (Luraghi 2002, 60). Maar hebben we het dan niet toch weer over hetzelfde? De Messenische identiteit wordt nu voorgesteld als een werkelijkheid voor de rebellen die heeft voortgeduurd tot in de eeuwen erna. Maar Luraghi veronderstelt dat die pas ontstond op het moment van rebellie. Is het dan niet waarschijnlijker dat die aspiraties voor onafhankelijkheid en bevrijding, die de kern zouden vormen van de Messenische identiteit, niet al langer bestond, vóór de gelegenheid zich plotseling voordeed na de zware aardbeving van 464 (of 469 zoals Luraghi het wil)? Het streven naar onafhankelijkheid zal niet op stel en sprong zijn ontstaan al zal het misschien inderdaad niet zo oud geweest als de 8e eeuw voor Christus. Om rekening te houden met deze visie van de “discontinuists” zal ik mijn eerdere opmerking over de mogelijkheid dat zich in Messenië een collectieve identiteit heeft gehandhaafd over een lange periode van harde onderdrukking moeten aanpassen door geschatte duur van 400 jaar te schrappen. Maar de essentie van die mogelijkheid blijft gehandhaafd. En als er inderdaad een identiteit was die gericht was op de onafhankelijkheid van het Spartaanse juk en om die reden “Messenische” was, dan kan ik me niet zo gauw indenken welke weerslag die zou kunnen hebben in de archeologie van Messenië. Dat brengt me toch weer terug bij Moses Finley.

Slotwoord

Het is wel erg frappant om te constateren hoezeer deze hele discussie, en de historische werkelijkheid die ermee wordt geobjectiveerd, toch doet denken aan de actuele problematiek van de Catalaanse identiteit die immers ook in sterke mate wordt gevormd en gevoed door het streven naar onafhankelijkheid van een overheersende buur.

Mogelijk wordt mijn verhaal naderhand nog bijgewerkt na raadpleging van meer literatuur over deze kwestie. Dit zet ik toch publiek omdat, laten we eerlijk wezen, dit slechts een persoonlijk weblog is met stukken waarvan sommige vrienden en mogelijk passanten plezier aan beleven en naar eigen inzicht voordeel mee kunnen doen.

Eindnoten
Video BBC Reel: https://www.bbc.com/reel/playlist/hidden-histories?vpid=p07rzrm0
Informatie over de opgravingen van Thouria van de Hellenic Education & Research Center: https://www.herc.gr/thouria-bibliography/ (met beknopte bibliografie)
USA Aanmelding voor veldwerk bij het Archaeological Institute of America: https://www.archaeological.org/fieldwork/excavating-in-ancient-thouria-in-messenia-peloponnese-greece/
Voor de antieke beschrijving van de stad Thouria, met vermelding van de lager gelegen nieuwe stad en de hoger gelegen oude stad met, in de Romeinse tijd, nog de resten van de muur en de tempel gewijd aan de godin van de Syriërs, zie Pausanias, Beschrijving van Griekenland, IV.31.1-2; IV.32.6 voor een tempel gewijd aan Sarapis en Isis in “Romeins” Messenië.
De locatie van Aitaia zou onzeker zijn (Luraghi 2002, 58-59) maar, voor wat het waard is, tegenwoordig ligt een gehucht met precies die naam zo’n twee kilometer ten noorden van het moderne Thouria. Nog eens twee kilometer naar het noorden op dezelfde weg ligt een plaats die Antheia heet. Zie voor dit alles Google Maps.
(Foto ©1993/2019 Huib J. Lirb)

Gemotoriseerde pakezel met nummerplaat van Messenia (Foto ©1993/2019 Huib J. Lirb)

“Alsof de aarde plat was.”

Dit is de tekst van mijn toespraak gehouden op 18 mei 2019 in Amsterdam ter gelegenheid van de Jocs Florals op de Dam, een evenement georganiseerd door Assemblea Nacional Catalana Nederland met onder andere Laura Prat Bertrams en Meritxell Serret, gevolgd door poëzie, muziek (van Cobla Amsterdam) en dans.

De korte versie zoals uitgesproken

“Verontrustend genoeg moet vandaag opnieuw door Catalaanse ballingen een oproep worden gedaan aan de Nederlanders om zich in te spannen voor het herstel van de democratie en rechtsorde in Spanje. Net als in 1974 zijn er Catalaanse ballingen verspreid over Europa. Deze ballingen, zoals mevrouw Meritxell Serret, spannen zich onvermoeibaar in voor de gelding van de politieke rechten van henzelf én van die van hun electorale achterban.

        Zij zijn vrije burgers van de Europese Unie want er staat geen Europees aanhoudingsbevel meer tegen ze uit. De Spaanse Justitie haalde meerdere keren bakzeil bij buitenlandse rechters omdat het delict van rebellie niet werd erkend. Het is voor iedereen, behalve de Spanjaard, immers zonneklaar dat de beklaagden geen gewapende opstand hebben georganiseerd maar gewoon een referendum. 

In het referendum van 1 October 2017 stemde een meerderheid voor de onafhankelijkheid. Dat referendum werd door de Spaanse Staat verboden en zoveel mogelijk gefrustreerd. Daarbij is grof geweld gebruikt. Meer dan duizend mensen hebben medische verzorging gezocht ten gevolge van de verwondingen die de Spaanse politiemensen op die dag hadden toegebracht. De organisatoren van het referendum worden nu strafrechtelijk vervolgd, net als de politici die uitvoering hebben gegeven aan de uitslag door de Catalaanse Republiek uit te roepen. Hetzelfde gebeurt met alle mensen die het referendum hebben gefaciliteerd, zoals de honderden burgemeesters en schooldirecteuren die hebben meegewerkt aan de inrichting van de stembureau’s. En nu wordt ook de directie van de Catalaanse publieke omroep vervolgd wegens lidmaatschap van een criminele organisatie, met een strafeis tot acht jaar, omdat men partijdig verslag zou hebben gedaan van de gebeurtenissen in 2017. 

     Het Spaanse Hooggerechtshof is inmiddels bezig met het eerste strafproces tegen de Catalaanse onafhankelijkheidsbeweging. Draconische straffen tot wel 30 jaar worden geëist tegen mensen die slechts hun democratische en politieke rechten hebben uitgeoefend. En intussen hebben deze beklaagde democraten dan al een jaar tot anderhalf in voorlopige hechtenis gezeten. 

      Internationale waarnemers hebben herhaaldelijk hun twijfels geuit over de rechtvaardigheid, onpartijdigheid en billijkheid van het maxi-strafproces. Zo hebben Spaanse politiemensen verklaringen gegeven die volstrekt ongeloofwaardig zijn in het licht van de talloze documentaire video’s die op die dag zijn gemaakt. De rechter neemt ze niet in beschouwing. En dat levert een ridicule situatie op waarvan het lachen ons snel vergaat. De zaak is onder de rechter? Jawel, onder een rechter die vooral de kunst van het weglaten goed verstaat. Veel vragen van de verdediging worden bruusk gediskwalificeerd. Talloze getuigendeskundigen die door de verdediging zijn voorgesteld, zijn sowieso niet welkom geheten in de poppenkast van het Spaanse Hooggerechtshof. De onontkoombare conclusie is dat het hier gaat om een politieke vervolging.

Dit kan niet worden afgedaan als een interne aangelegenheid van Spanje: de schending van mensenrechten gaat de gehele Europese Unie aan aangezien die een waardengemeenschap zegt te willen zijn. De grote kwestie die hier achter steekt is die van het recht op zelfbeschikking van de Catalanen. Dat recht is door de Verenigde Naties en de Europese Unie bij verdrag gegarandeerd. En via die verdragen is het recht ook geïncorporeerd in de Spaanse grondwettelijke orde. Het is dan ook een misverstand dat het referendum illegaal zou zijn. Niettemin stélt de Spaanse Staat het toch gewoon zo, alsof de aarde plat was, nét als de Spaanse conservatieve media en, met hen, het gros van de buitenlandse journalisten die de zogenaamde kwaliteitskranten volgen. Alsof de aarde plat was.”

De langere versie zoals die was toegesneden op het eerder toegewezen tijdsbudget

“Deze manifestatie is, zoals gezegd, een herhaling van eenzelfde bijeenkomst die Catalaanse ballingen uit alle landen hebben gehouden in october 1974. Toen werd een politieke oproep gedaan aan de Nederlanders om zich in te spannen voor het herstel van de democratie en rechtsorde in Spanje. 

      Verontrustend genoeg hebben we vandaag te maken met een variatie op datzelfde pleit. Want opnieuw zijn er Catalaanse ballingen verspreid over de landen België, Schotland en Zwitserland. Deze ballingen, zoals inderdaad mevrouw Meritxell Serret, de voormalig minister in de regering van de 130e president van de Catalaanse Generalitat, spannen zich onvermoeibaar in voor de gelding van de politieke rechten van henzelf én van die van hun electorale achterban.

        De ballingen zijn gewoon vrije burgers van de Europese Unie want er staat geen Europees aanhoudingsbevel meer tegen ze uit. Die zijn ingetrokken nadat rechters in België en Duitsland het Spaanse verzoek tot uitlevering hadden verworpen. Rechters in Zwitserland en Schotland zouden datzelfde doen. Alleen Spanje gelooft nog in de geldigheid van de aanklacht van rebellie, een delict dat het gebruik van geweld veronderstelt of de gerichte aanstichting daartoe. De Spaanse justitie is inmiddels bezig met de berechting van een groep sleutelfiguren van de Catalaanse onafhankelijkheidsbeweging. Draconische straffen worden geëist tegen mensen die slechts hun democratische en politieke rechten hebben uitgeoefend. Internationale waarnemers hebben herhaaldelijk hun twijfels geuit over de rechtvaardigheid, onpartijdigheid en billijkheid van het maxi-strafproces. De onontkoombare conclusie is dat het hier gaat om een politieke vervolging.

Ik zou hier omstandig uitdrukking willen geven aan mijn verontwaardiging over de schandelijke schending van mensenrechten in het hele proces. Maar het is wellicht nuttiger om te proberen aan de belangstellende toehoorder een paar misverstanden aan te kaarten die aan de basis liggen van de zaak.  

De grote kwestie die hier achter steekt is natuurlijk die van het recht op zelfbeschikking van de Catalanen. Dat recht is door de Verenigde Naties en de Europese Unie bij verdrag gegarandeerd voor ieder volk dat daartoe een democratisch besluit wenst te nemen. Op 1 October 2017 nám het Catalaanse electoraat dat besluit, in een referendum dat door de Spaanse Staat werd verboden en dat zoveel mogelijk werd gefrustreerd. Met grof geweld. Meer dan duizend mensen hebben medische verzorging gezocht ten gevolge van de verwondingen die de Spaanse politiemensen op die dag hadden toegebracht. Ondanks de repressie was de opkomst groot. De uitslag was een overduidelijke overwinning voor de voorstanders van de onafhankelijkheid van Catalonië als republiek. Zoals bekend worden de organisatoren van het referendum nu strafrechtelijk vervolgd, net als de politici die uitvoering hebben gegeven aan de uitslag door de Catalaanse Republiek uit te roepen. Hetzelfde gebeurt met alle mensen die het referendum hebben gefaciliteerd, zoals de honderden burgemeesters en schooldirecteuren die hebben meegewerkt aan de inrichting van de stembureau’s. En afgelopen week is bekend gemaakt dat ook de directie van de Catalaanse publieke omroep zal worden vervolgd wegens lidmaatschap van een criminele organisatie, met een strafeis tot acht jaar, omdat men partijdig verslag zou hebben gedaan van de gebeurtenissen in 2017. 

Maar nu even terug naar de basis. Het is een misverstand dat het referendum illegaal zou zijn. Het recht tot zelfbeschikking, intern of extern, is een fundamenteel mensenrecht gegarandeerd door het Verdrag Inzake Burgerrechten en Politieke Rechten van de Verenigde Naties. Dat hele verdrag is ook geïncorporeerd in de Spaanse grondwettelijke orde. Daarom klopt de bewering niet dat de Spaanse grondwet een dergelijk referendum zou verbieden. Niettemin stélt de Spaanse Staat het toch gewoon zo, alsof de aarde plat was, nét als de Spaanse conservatieve media en, met hen, het gros van de buitenlandse journalisten die de zogenaamde kwaliteitskranten volgen. 

Evenmin is het een interne aangelegenheid van Spanje: de schending van mensenrechten gaat de gehele Europese Unie aan omdat die nu eenmaal is opgericht als een waardengemeenschap. 

Er zijn meer misverstanden die een belemmering vormen voor een beter begrip van de Catalaanse kwestie. Kwade tongen beweren, ten onrechte, dat de Catalaanse taal en cultuur niet authentiek genoeg zouden zijn maar slechts romantische fabricaten van de 19e eeuw. Ook worden de historische aanspraken van Catalanen veelal in twijfel getrokken. Dat Catalonië in 1714 van zijn soevereiniteit is beroofd door de Spaanse Monarchie en vervolgens een culturele en politieke genocide heeft moeten ondergaan, wordt tegenwoordig vrij algemeen beschouwd als “oude geschiedenis”, als “water onder de brug”. Maar wanneer verjaart een annexatie eigenlijk? Wanneer moet men zwijgen over bijvoorbeeld die van Tibet door China? Na 100 jaar? Na 200 jaar? Kijk, als iedereen het vergeten is of het niet belangrijk genoeg meer vindt, ja, dan is de zaak vast afgelopen. Maar wanneer het duidelijk is dat een volk zich honderden jaren lang, hoewel in fases van wisselende intensiteit, maar blijft verzetten tegen de politieke en culturele overheersing van de voormalige buren, dan is het toch niet aan buitenstaanders om te zeggen wanneer het genoeg is geweest?

De geschiedenis van de relaties tussen Catalonië en Spanje in de afgelopen drie- tot vierhonderd jaar wordt gekenmerkt door een voortdurend streven naar de (herwinning) van de Catalaanse onafhankelijkheid. Het is een krachtenspel tussen Catalanen die hun culturele en politieke rechten verdedigen tegen de aanhoudende druk van de overweldigers uit Madrid, de Castilianen, om de Catalaanse samenleving te doen voegen naar de eigen standaard. Het is met andere woorden een eeuwendurend proces van culturele overheersing dat we Castilianisatie kunnen noemen of Spanjolisatie.  Van tijd tot tijd is de repressie van de politieke en culturele rechten zo hevig geweest dat er sprake was van culturele genocide, zoals beslist gezegd mag worden voor de tijd onder het regime van de Nationalisten van Franco. Alleen op een knullig niveau van folklore mocht de Catalaanse identiteit blijven bestaan omdat dat voor de buitenwacht de indruk zou geven van culturele diversiteit en, gelijk de castañetjes en het stierenvechten, de aantrekkingskracht voor toerisme zou verhogen. Het gevaarlijke en destructieve nationalisme dat zo’n problematische rol speelt in de Catalaanse kwestie is dus juist het Spaanse nationalisme, dat vanaf de 17e eeuw onverminderd uitgaat van Madrid, en niet het evenzo veelal genoemde “nationalisme” van de Catalanen die daar ook nu nog op democratische en vreedzame weg aan willen ontkomen.  

Na de dood van de dictator in 1975 werd zijn aangewezen erfopvolger, koning Juan Carlos van Bourbon, de nominale regisseur van de grote Transitie. Het fascistische Spanje zou zich omvormen tot een democratische rechtsstaat om netjes toe te kunnen treden tot de Europese Gemeenschap. Veel van Franco’s ministers en topbestuurders luisterden naar de tijdgeest en ontpopten zich als ware democraten, ogenschijnlijk althans, en men nodigde zelfs de uitgeweken ballingen van linkse zijde uit om aan tafel te komen voor onderhandelingen. Er werd een grondwet opgesteld die in fases werd goedgekeurd door zowel het parlement als de bevolking, bij referendum. Alles leek democratisch piekfijn volgens het boekje te zijn verlopen en het buitenland, dat intussen toch al gewoon zaken had gedaan met Spanje, was blij dat de smet van fascisme daarmee van iedereen was afgegleden. De smet leek extra snel te zijn verdwenen omdat er meteen werd besloten tot een algemeen verbod op het oprakelen van oud zeer.  Met de wet op Amnestie van 1977 werden alle zonden in een klap witgewassen. En veel mensen hebben vandaag nog grote moeite met deze wet van, zogenaamd, Amnestie en Amnesie. De documentaire film “El Silencio de Otros” (“Andermans stilzwijgen”), die afgelopen jaar draaide op het IDFA festival is in dit verband van harte aanbevolen. 

Intussen bestaat er steeds meer twijfel over het welslagen van de transitie. Volgens velen heeft de kliek van Franco zich diep in de staat ingegraven ––in de politiek, het bestuur, het bedrijfsleven en zelfs de rechtspraak–– en heeft deze kliek zich al die tijd weten te verversen met mensen die zich op ouderwetse wijze gedragen als de corrupte en autoritaire Nationalisten van weleer. Dit zou nog steeds zijn weerslag vinden in de gebrekkige staat van de democratie en de rechtsorde. Veel van de Catalanen die streven naar onafhankelijkheid willen zich juist van Spanje afscheiden om eindelijk te ontkomen aan wat zij beschouwen als een gijzeling door de hoeders van de Spaanse grondwet. 

Maar dan komt het volgende misverstand: de Catalanen hebben toch zelf met een overgrote meerderheid vóór de grondwet gestemd? Met de Spaanse grondwet van 1978 zijn inderdaad alle partijen indertijd accoord gegaan. Met de Catalanen die gericht waren op samenwerking voorop, Maar dat accoord werd grotendeels bereikt uit angst voor een terugval tot een openlijke dictatuur, met de hoop gevestigd op de Europese bescherming en met de belofte dat de autonomie van de regio’s in de komende jaren verder zou worden uitgewerkt. 

    Die belofte van interne zelfbeschikking is echter niet waargemaakt. Het Spaanse nationalisme heeft zoals altijd geleid tot de versterking van de nationale eenheid van Spanje, in alle opzichten, ondanks de belofte van de grondwet om regionale eigenheid en verscheidenheid te garanderen. De Spaanse grondwet van 1978 bevat de onmogelijke tegenstelling van een ondeelbare natie die uit verschillende nationaliteiten bestaat. “De Grondwet berust”, volgens het tweede artikel en ik citeer, “op de onlosmakelijke eenheid van de Spaanse Natie, gemeenschappelijk en ondeelbaar vaderland van alle Spanjaarden, en erkent en waarborgt het recht op autonomie van de nationaliteiten en regio’s waaruit zij is samengesteld, alsmede de solidariteit tussen al deze onderling.” 

De duivel zit in de staart. Want die solidariteit is in de praktijk volledige harmonisatie gaan betekenen. Met een wisselende intensiteit heeft de Spaanse Staat homogeniteit afgedwongen, gelijkvormigheid, op Spaanse leest. Want een autonome regio mag best wel een eigen wet aannemen, maar die moet dan op ongeveer gelijke wijze ook door alle andere regio’s worden aangenomen. Anders wordt de wet geheid vernietigd door het Spaans Constitutioneel Hof. En de kans op welslagen is vaak klein voor bijvoorbeeld Catalaanse voorstellen. De meerderheid van de 17 autonome regio’s zal tégen zijn. Dat is niet toevallig. Want er zijn in de Transitie juist zoveel regio’s in het leven geroepen, om de historische nationaliteiten van de Basken, Catalanen en Galiciërs tot een minderheid te reduceren. Het gewicht van Castilië weegt altijd zwaarder en het Constitutioneel Hof zal altijd leunen. Dát is de “harmoniserende” uitwerking van het beroemde “rondje koffie voor iedereen”.

En zo zijn na de verwerping van het Catalaanse Statuut van Autonomie door het Constitutioneel Hof in  2010 vrijwel alle besluiten van de autonome Catalaanse regio teruggedraaid. Hierbij ging het om zulke zaken als: 

  1. subsidies voor schone energie en maatregelen ter reductie van de CO2 uitstoot;
  2. bijzondere bijstand voor arme huishoudens die de energierekening niet kunnen betalen;
  3. een voorziening voor arbitrage ter voorkoming van huisuitzetting bij betalingsachterstanden van huur of hypotheek;
  4. een eigen wet ter bevordering van de gelijke behandeling van mannen en vrouwen;
  5. een aparte belasting op leegstaande woningen ter bevordering van sociale woningbouw;
  6. het voeren van de Catalaanse taal naast de Castiliaanse in het onderwijs;
  7. het verbod op het houden van stierenvechten.

Het voorbeeld van het stierenvechten raakt de kern van het Spaanse staatsnationalisme. Men zal het stierenvechten in alle regio’s moeten blijven faciliteren. Ook in Catalonië. En daarbij moet de stier dan ook wel écht worden gedood. De Balearen hadden in 2017 namelijk geprobeerd het probleem te omzeilen door de stieren in leven te houden, zelfs zonder bloedvergieten. De Spaanse regering heeft daarop onmiddellijk bezwaar aangetekend bij het Constitutioneel Hof.  Er moet en zal immers bloed vloeien want anders is het niet Spaans genoeg. Het is niet voor niets erkend nationaal erfgoed en met trots op de kandidatenlijst van het Unesco Werelderfgoed gezet! En zónder stierenbloed is het volgens het Constitutioneel Hof geen Spaanse cultuur – en daarom moeten de Balearen nu ook weer terug in het geharmoniseerde gelid.   

En zo wordt de feitelijke autonomie van de regio’s door besluiten van het Constitutioneel Hof in Madrid beperkt om alle regio’s zo gelijkmatig mogelijk te “Spanjoliseren”. In Catalonië is aldus het Statuut van Autonomie, dat de behoefte aan zelfbeschikking “intern” had kunnen houden, in de praktijk afgebroken tot een dode letter. 

     Die afbraak op zich is een grove schending van de mensenrechten door de Spaanse Staat. En het is precies vanwege dié systematische beperking van het zelfbeschikkingsrecht van de Catalanen dat de aanhang van de onafhankelijkheidsbeweging de laatste jaren zo sterk is gegroeid. Volgens de Grondwet zou tenminste deze interne zelfbeschikking, de autonomie, gewaarborgd moeten zijn. Maar de Spaanse Staat houdt zich daar niet aan.

Politiek is de uitnodiging om echt de dialoog aan te gaan nog altijd open. De ingrijpende verwerping van het Catalaanse Statuut van Autonomie in 2010 was voor veel Catalanen echter het bewijs dat er met Spanje niet viel samen te werken. Met een dusdanig onwerkbare relatie met Madrid werd het steeds meer mensen duidelijk dat afscheiding de enige uitweg nog was. Dat onafhankelijkheidsstreven neemt nu alleen maar verder toe dankzij de actuele repressie door de Spaanse staat en de opzichtige wederopleving van een Franquistische onderstroom die terug is van nooit weggeweest. Dát is de essentie van de zaak.”

 

De echo van Puig i Cadafalch

Een van de gebouwen van het Caves de Codorníu complex dat ontworpen is door Josep Puig i Cadafalch in Sant Sadurní d'Anoia in de Penedes. Foto ©2019 Huib J. Lirb

Een van de gebouwen van het Caves de Codorníu complex dat ontworpen is door Josep Puig i Cadafalch in Sant Sadurní d’Anoia in de Penedes. Foto ©2019 Huib J. Lirb

In het kader van mijn onderzoek ontdekte ik vandaag de mogelijkheid om gebruik te maken van een citaat van Georges Dwelshauvers uit 1925 over Josep Puig i Cadafalch om, vanwege een paar overeenkomsten, eer te betonen aan President Carles Puigdemont i Casamajó. Eerstgenoemde was behalve geleerde en vermaard modernist architect (zie foto) ook gedeputeerde in Madrid geweest voor de Lliga Regionalista én, vooral, de president van de Unie van Catalonië, “la Mancomunitat de Catalunya”, van 1917 tot 1924. Met deze Unie erkende de Spaanse Staat voor het eerst sinds 1714 de eigenheid van Catalonië als persoonlijkheid (cf. het “fet diferential” van Vicens Vives) en als territoriale eenheid. Puig i Cadafalch werd vervangen door een stroman van de dictator Primo de Rivera die, uiteraard, na de staatsgreep van 13 september 1923 meteen begon met de afbraak van de interne zelfbeschikking die Catalonië die korte tijd mede dankzij Puig i Cadafalch had mogen genieten.

 

Het eerbetoon van Georges Dwelshauvers aan Puig i Cadafalch: “Aan het vertrouwen van zijn medeburgers en zijn kwaliteiten van integriteit, bestendigheid, toewijding aan het collectieve ideaal, was het te danken dat hij meerdere jaren het ambt van hoofdmagistraat van de Unie van Catalaanse provincies mocht bekleden. Hij legde de functie van President van de Mancommuniteit van Catalonië neer op de dag dat het militaire bestuur besloot dat de raadsleden gekozen door het electoraat plaats moesten maken voor mannen die zonder verkiezing zijn benoemd door de Centrale Macht.” (Origineel citaat: “J. Puig i Cadafalch […] dut à la confiance de ses concitoyens et à ses qualités d’intégrité, de fermeté, de dévouement à l’idéal collectif, d’occuper pendant plusieurs années la charge de premier magistrat de l’Union des Provinces Catalanes. [New paragraph.] Il a abandonné les fonctions de Président de la Mancommunauté de Catalogne le jour où le Directoire militaire décida que les conseillers élus par le suffrage populaire devaient céder la place à des hommes nommés, d’autorité et sans élection, par le Pouvoir Central”) (Dwelshauvers 1926, viii)

Door het dictaat van Madrid, met andere woorden, zoals ook het Spaanse grondwet artikel 155 bruusk is gebruikt om een einde te maken aan het democratische bestuur van Catalonië onder leiding van President Carles Puigdemont i Casamajó in 2017.

De politieke betekenis van Puig i Cadafalch is een omgekeerde (want terugkijkend) echo in de geschiedenis van die van de 130e President van de Generalitat die nu in ballingschap werkt aan de verdere ontwikkeling van de Catalaanse Republiek. Maar daar zit dan ook wel weer een belangrijk verschil: Puig i Cadafalch streefde niet een Catalaanse Republiek na en zag, als volksvertegenwoordiger voor de Regionalistische Liga, toch nog de mogelijkheid om binnen het raamwerk van een Spaanse Staat een hoge mate van intern zelfbeschikkingsrecht voor Catalonië te verwezenlijken. Ook Puigdemont en de zijnen hebben jarenlang steevast geprobeerd met het centrale gezag in Madrid te onderhandelen om de autonomie van Catalonië te verwezenlijken en te bestendigen. Maar hoewel die interne zelfbeschikking door de Spaanse grondwet van 1978 is beloofd en althans nominaal gegarandeerd, is de kwaliteit ervan door de praktische werking van het Spaanse Constitutioneel Hof steeds verder geërodeerd. Met de totale opschorting van de Catalaanse autonomie in het najaar 2017 werd uiteindelijk ook de Catalaanse democratie het slachtoffer van Spaanse “lawfare”.
PS. Carles Puigdemont over zijn vruchteloze pogingen om met Madrid in constructief overleg te gaan, in een interview met  Jordi Alemany, gisteren gepubliceerd in El Punt Avui

Diu que “el diàleg, la negociació i el referèndum acordat avui sabem que són fantasies”. No hi ha cap esperança?
Sóc analític i em baso en les evidències que no teníem fa un temps, que ens diuen que l’Estat de cap de les maneres s’avindrà a parlar, ja no negociar, sobre el dret a l’autodeterminació o una versió més suau com el dret a decidit. No és una opinió, són fets. I dic que en siguem conscients. Si volem ser responsables, ens hem de basar en evidències, no en màgia. La màgia diu que l’Estat espanyol un dia, per una raó que desconeixem, s’avindrà a asseure’s a una taula per parlar d’un referèndum, però la realitat diu el contrari. Tenim al davant un estat que en termes de Catalunya no està al segle XXI ni a Europa.

Va creue mai en el diàleg?
Si. És una de els lliçons apreses de l’octubre del 2017. Espanya havia canviat en molts aspectes, però gens en el de la sacrosanta unitat de la pàtria. I va ser una gran decepció. Jo vaig fer absolutament tot per donar una oportunitat al diàleg. Dos anys després hem de ser justos i honestos i dir que no ha canviat absolutament res. I no cal insistir més en aquesta camí, perquè no hi ha sortida.”
(http://www.elpuntavui.cat/politica/article/17-politica/1644785-seria-preocupant-una-deriva-antipartits-a-la-diada.html)

Spaanse veiligheidsdiensten beschuldigd van verzuim om tijdig en adequaat te handelen bij voorkennis van een op handen zijnde aanslag in Catalunya in september 2017

De Spaanse geheime dienst had de Rambla terroristen in het vizier, intensief in onderzoek, daags voor hun aanvallen in Barcelona en Cambrils, maar heeft verzuimd (of is er niet ingeslaagd) tijdig op te treden. Evenmin is de Catalaanse politie ingelicht. Zo blijkt nu uit de recente onthullingen (https://www.elnacional.cat/…/spanish-intelligence-listening…).

Het vermoeden was er eigenlijk al. Op 30 augustus 2017 schreef ik op Facebook” “De Catalaanse politie Mossos D’Esquadra heeft de klopjacht op de terroristen “van Ripoll” in de afgelopen weken heel goed weten uit te voeren ondanks het feit dat deze bij wet afzonderlijk opererende politiedienst van Catalunya van de kant van de natiestaat Spanje géén eigen verbinding heeft gekregen met Europol. De Catalanen hebben echter weer eens bewezen de verantwoordelijkheid van onafhankelijkheid dan toch gewoon goed aan te kunnen.” (nu hier te vinden: http://www.lirb.nl/…/de-catalaanse-troebelen-1-de-held-van…/). Want inderdaad heeft het team van Trapero naderhand goed gepresteerd, ondanks de tegenwerking of tenminste het gebrek aan medewerking vanuit Madrid (https://www.racocatala.cat/…/trapero-denuncia-madrid-obstru…)
De majoor Trapero was de held van de week (http://www.euronews.com/…/josep-lluis-trapero-the-very-cata…), maar dat zou hem later bezuren. De Spaanse Staat is nu al twee jaar bezig de man strafrechtelijk te vervolgen voor rebellie vanwege het faciliteren van het referendum over de Catalaanse onafhankelijkheid. Is dat een rookgordijn? Misschien heeft de verbetenheid waarmee men hem koste-wat-kost in de cel wil krijgen wel eerder te maken met dit geklungel van de Spaanse veiligheidsdiensten die, als dit allemaal klopt, het belangrijker hebben gevonden de Catalanen buiten spel te houden –– in nota bene hun eigen jurisdictie –– om zo te voorkomen dat die de kans zouden krijgen te bewijzen dat ze hun taak goed konden uitvoeren.

Hoe dan ook, “Something’s rotten in the State of Spain”.

Deze affaire rakelt oude geschillen op die ongetwijfeld verband houden met de strijd van de Spaanse Nationalisten tegen de Catalaanse onafhankelijkheidsbeweging. Met als inzet de eer en de effectiviteit van de Catalaanse politie en daarmee natuurlijk de vraag of Catalanen ooit in staat zouden kunnen zijn om de veiligheid van alle burgers en inwoners te garanderen. Die strijd woedt dus al langer. Reeds op 1 september 2017 was er sprake van een beschuldiging van het verzuim om tijdig en adequaat te handelen bij voorkennis van een op handen zijnde aanslag september. Dat was toen juist aan het adres van de Mossos d’Esquadra. De beschuldiging werd door Trapero toen afgewezen als een fabricatie, mogelijk met medewerking van de krant El Periodico, die het falen van juist de Spaanse veiligheidsdiensten moest verhullen. “Trapero, uitte gisteren onmiddellijk al de beschuldiging dat het vermeende CIA bericht een “montage” was die onder de aandacht is gebracht van (zo niet gemaakt zou zijn door – maar dat zegt hij niet) El Periodico in een zoveelste poging om de kwaliteit van de uitvoerende macht van Catalanen in diskrediet te brengen”. Julian Assange heeft zich daar toen nog via de sociale media mee bemoeid (http://www.lirb.nl/…/de-catalaanse-troebelen-2-knoeien-met…/). Dat heeft voor hem ook niet goed uitgepakt.

Update 18 juli 2019

Het Catalaanse recht op zelfbeschikking betreft ook het recht om een parlementair onderzoek in te stellen naar de mogelijke betrokkenheid van geheime staatsdiensten (de Spaanse CNI) met de terroristische aanslagen in Catalonië. De Spaanse politiek heeft zo’n onderzoek tegen weten te houden. Laat Nederlanders ophouden met de bagatel van de kromme vergelijking met Friesland. De Catalaanse eis tot zelfbeschikking (intern of extern), ten koste van het Spaans nationalisme dat volgens velen in meerdere of mindere mate nog steeds een voortzetting is van het Franquisme, gaat echt om zeer ingrijpende en, zoals nu weer blijkt, levensgevaarlijke zaken.
 
Conspiracy theories? Het mogelijk motief van de Spaanse diepe staat indien die inderdaad betrokken zou zijn bij de aanslag gepleegd door de cel van Saty/Satty? Ik dacht eerst alleen aan de poging om te demonstreren dat de Catalanen niet in staat zouden zijn om de veiligheid van inwoners en bezoekers te garanderen; maar vandaag is ook het vermoeden geuit (met dank aan Juanjo Fernandez Collado) dat Spanje mogelijk heeft gezocht naar een voorwendsel om een Spaanse troepenmacht in de Catalaanse jurisdictie geplaatst te krijgen met het doel om naar eigen discretie in te grijpen tegen de activiteiten van de onafhankelijkheidsstrevers. Nogmaals stel ik de vraag: Conspiracy theories? Oké, sta dan het parlementair onderzoek toe. Maar nee, de unionistische partijen (PP, Cs en PSOE) houden dat tegen.
 
Verantwoording.
De onthullingen in feuilleton vanaf 15 juli 2019:
 
https://www.publico.es/politica/exclusiva-iman-ripoll-1-cerebro-masacre-ramblas-confidente-cni-dia-atentado.html
 
https://www.publico.es/politica/iman-ripoll-2-exclusiva-cni-escuchaba-moviles-asesinos-ramblas-cinco-dias-matanza.html
 
https://www.publico.es/politica/iman-ripoll-3-exclusiva-cni-ficho-satty-2014-cambio-no-deportado-le-ayudo-iman-ripoll.html
 
Goede weergave van de onthullingen in het ontwikkelende CNI schandaal: Lex Rietman, “Brein aanslag Barcelona was informant geheime dienst”, Reformatorisch Dagblad, 17 juli 2019 (https://www.rd.nl/vandaag/buitenland/brein-aanslag-barcelona-was-informant-geheime-dienst-1.1582623)
 
Diepe staat nog steeds overmatig Franquistisch:
 
Ramon Cotarelo & José Manuel Roca, La Antitransición. la derecha neofranquista y el saqueo de España (Valencia 2015).
 
Ben Emmerson QC. The Catalan Question and International Law. Video: vimeo.com/302676976. Transcription of Dutch Subtitles: “Catalanen vervolgd door de “Deep State” van Spanje. Ben Emmerson over de Catalaanse kwestie (9 november 2018)” (“http://www.lirb.nl/historia-the-historyliner/ben-emmerson-over-de-schending-van-mensenrechten-in-spanje-vertaling-van-zijn-voordracht-tijdens-het-symposium-over-de-catalaanse-kwestie-in-juridisch-perspectief/)
 
Lluc Salellas i Vilar, Franco Lives On. The inner circle of the dictatorship who have held on to their privileges under democracy (Barcelona 2018)

De 10.000 democraten van Straatsburg

Update 7 juli 2019: zie nu ook de video: vimeo.com/346392958

Beelden van de conferentie en manifestatie te Straatsburg respectievelijk op 1 en 2 juli 2019 (Foto's ©2019 Huib J. Lirb)

Beelden van de conferentie en manifestatie te Straatsburg respectievelijk op 1 en 2 juli 2019. Spelsuggestie: “spot the odd man out” of wel “zoek het buitenbeentje”. (Foto’s ©2019 Huib J. Lirb)

Op 2 juli 2019 kwamen meer dan tienduizend burgers van de EU in Straatsburg bijeen, overwegend Catalanen, om te demonstreren voor het recht van drie gekozen Europarlementariërs om hun zetel in te nemen in het Europees parlement. Carles Puigdemont, Toni Comín en Oriol Junqueras zijn wettelijk gekozen –– en zijn zo ook vermeld in het Spaanse Staatsblad –– maar konden niet persoonlijk verschijnen in Madrid voor de accreditatie. De een zit gevangen en mocht niet weg, de andere twee zouden worden gearresteerd op het moment dat ze zich in de Spaanse hoofdstad zouden melden. En terwijl het ook is voorgekomen, zelfs deze keer naar verluid, dat een gekozen Europarlementairër gewoon in het buitenland naar een notaris is gegaan voor een legalisatie; dat hebben Puigdemont en Comín gedaan, maar het was tevergeefs. De bureaucratische belemmering is een bedrieglijke zet van de Spanjaarden en hun vrindjes.

De Real-Politieke belemmering is opgeworpen door de scheidende president van het Europees Parlement, Antonio Tajani, een netwerk-politicus die bij velen bekend is als de makker van Bunga Bunga Berlusconi en medeoprichter van de partij “Hup Italië” waarmee de “cavaliere” via parlementaire immuniteit aan de Italiaanse justitie is ontkomen. Met de uitsluiting van twee van de drie kandidaten op “bogus” gronden heeft deze meervoudig door de Spaanse koning gedecoreerde Eurocraat de Spaanse Staat wederom een grote dienst bewezen. Spanje kon zelf de derde kandidaat (Junqueras) achter slot en grendel houden. Zo zijn 2.3 miljoen EU burgers beroofd van hun recht om democratisch te worden vertegenwoordigd in het Europees Parlement. Anders gezegd: meer dan twee miljoen Europeanen zijn geen volwaardige burgers meer van de EU omdat ze niet meer kunnen deelnemen aan het democratisch proces. Niemand in Nederland lijkt zich hier druk over te maken. In de Elzas zelf is het niemand ontgaan. “Catalanen in grote getalen voor het parlementsgebouw”, kopte de Dernières Nouvelle D’Alsace de volgende dag. Er vinden dikwijls manifestaties plaats voor het Europees parlement, stelt de krant, maar in vele jaren is er geen geweest die zo groots was opgetuigd (“Les manifestations devant le Parlement européen sont fréquentes, mais aucune n’avait été aussi fournie depuis de nombreuses années. Drapeaux catalans au vent, 10 000 persones ce sont rassemblées ce mardi devant l’institution, pour protester contre le fait que trois Catalans élus aux Européennes de mai dernier soient empêchés de siéger”, Dernières Nouvelle D’Alsace, 3 juli 2019).

De demonstranten moesten zoveel mogelijk uit het zicht blijven van de journalisten, politici, bestuurders en EU burgers die naar Straatsburg waren gekomen om de installatie van het nieuwe parlement te beschouwen en de nieuwe benoemingen te vieren. Daarom zijn ze door de politie in een omschreven gebied gehouden, verspreid over een paar bruggen achter het gebouw. De wereld zou niets mogen zien dat afbreuk zou kunnen doen aan de vermeende glans van de Europese democratie. Daarom werd ook omgeroepen dat men niet met de vlaggen op straat zou moeten gaan en inderdaad hield de politie iedereen die merktekens of vlaggen van de Catalaanse zaak droeg wég van de voorkant van het complex. Toch zou later de gehele binnenstad worden ondergedompeld in een groot Catalaans, ja, volksfeest zou ik bijna zeggen. Maar dan wel een “feest” met een luide boodschap van groot leed.

Tot de sprekers op het podium behoorde ook een groep (verse) Europarlementariërs. Op mij heeft vooral de toespraak van de Ierse Europarlementariër Matt Carthy een grote indruk gemaakt. President Puigdemont was die dag heel dichtbij, net aan de overkant van de Rijn in de Duitse stad Kehl vanwaar hij de menigte toesprak via een videoverbinding. Volgens mijn eigen bron zouden Franse én Spaanse politiemensen hem hebben staan opwachten bij de grens. Frankrijk zou hem (en Toni Comín) mogelijk hebben kunnen uitleveren, krachtens een overeenkomst uit 2003,  zonder tussenkomst van een rechter als zouden de tijden van de Franco-Spaanse samenwerking in de strijd tegen de ETA weer zijn herleefd (cf. https://www.libertaddigital.com/espana/politica/2019-07-02/nuevo-ridiculo-del-independentismo-en-estrasburgo-apartados-por-la-policia-francesa-1276641276/: “Tanto Puigdemont como Comín han participado en ese acto desde la distancia después de negarse a viajar a Estrasburgo. Ambos se han quedado en Alemania, en Kehl, a 5 minutos en coche de la frontera, tras haber valorado con sus abogados el alto riesgo a ser detenidos por agentes de policía española en virtud del acuerdo firmado en 2003 entre España y Francia que permite a nuestro país poder actuar en territorio francés.”).

Ik was erbij, tot mijn geluk, als teamgenoot van Pere Vives en Laura Prat. Laatstgenoemde heeft een krachtige toespraak gehouden op de conferentie van 1 juli en ze heeft ook de dag daarna aandacht gevraagd voor de petitie waarmee duizenden EU burgers de Nederlandse parlementariërs oproepen om alles in werking te stellen de politieke gevangenen in Spanje vrij te krijgen. Let wel, deze petitie is niet gericht op de bewerkstelliging van de Catalaanse onafhankelijkheid maar juist op de handhaving, op het herstel, van de mensenrechten in Spanje. Voor deze petitie, zie www.spanje.cat.

 

PS. d.d. 190704 ca. 22:30u: de overeenkomst tussen Frankrijk en Spanje zou inderdaad gericht zijn op de uitwisseling van Baskische “gezochten” maar zou dateren niet uit 2003 maar uit 2002: https://www.elnacional.cat/en/news/spanish-police-strasbourg-may-arrest-puigdemont_399964_102.html?fbclid=IwAR20mu2BgLnkKf-MaTigjNfaXRLUNcw6b_LLLo7UEnbarBbEsnTW0qzXP8k

De Meivliegers. Een gevreesde machine: de Fokker G1 Jachtkruiser. Verteld door Ed Beekman.

“Nederland bouwt puike vliegtuigen!”

Jaarlijks gedenk ik de mensen die Nederland in de Meidagen van 1940 zo hard en moedig hebben verdedigd tegen de brute overval van Nazi Duitsland door er weer opnieuw over te lezen. Ook deze weken heb ik dat weer gedaan. Nu heb ik ook een oude video van mij opgedoken over de Meivliegers en de lotgevallen van de Fokker G1 jachtkruisers en die verrijkt met nieuwe archiefbeelden. Dat kon en wilde ik doen omdat het gebruik van het materiaal van het NIMH, om te te gedenken en informeren, tegenwoordig in veel gevallen is toegestaan zonder licentie-betalingen. De oorspronkelijke video bevatte alleen maar beeldmateriaal dat ik zelf antiquarisch had aangekocht (en waarop voor zover ik weet verder geen auteursrechten golden) – er staat steeds veel tekst in beeld omdat dat vereist is voor het gebruiksrecht. Een oud monnikenwerkje is aldus “geheractualiseerd”, zogezegd.

Ter ere dus aan de mensen die in de meidagen van 1940 hun leven hebben gegeven om hun naasten te beschermen.

Bekijk de video hier.

Voorletters R.A.F.

Bericht in het Britse tijdschrift Flight van 6 december 1945, p. 601.

Dutch Faith in the R.A.F.

A DUTCH woman, whose son was born on the night of June 11th, 1941, when R.A.F. bombs were falling on a German target so near her home that “everything was shaking and shivering” had the child christened Ronald Adrianus Frans so that his initials should be R.A.F. This, she said in a recent letter to the Air Ministry, was because of the faith she and her husband had in ultimate British victory, and she wanted her boy to have a ” call name” to be proud of. In the letter she asks if, perhaps, the Air Ministry could surprise her little boy, now 4 1/2 years old, with a souvenir — “for instance, a model of one of your bombers.” Apparently even Air Ministry officials have hearts, for we are happy to relate that the little Dutch boy is to have his model of an R.A.F. bomber.

Patriottisme versus Nationalisme onder de hoogspanning van VOLT

 

Facebook stukje naar aanleiding van een interview met de Spaanse woordvoeder van VOLT in El Periodico 14 april 2019.

Eindelijk is er ook voor Nederlanders de mogelijkheid om voor de Europese Verkiezingen te stemmen op een transnationale partij, VOLT, een partij met mooi omschreven doelstellingen die uitgaat primair van een Europese burgerzin in plaats van vooral een nationaal burgerzin. Eindelijk zou zo, hopen ze, de starre politiek van de klassieke grote partijen worden doorbroken. Die oude politiek heeft zo veel mensen vervreemd van de Europese gedachte, zoveel mensen in de democratie teleurgesteld achtergelaten en vaak ook zoveel nepotisme en corruptie gebracht. VOLT brengt een fris perspectief, positief en jeugdig. Mooi. Oké, denk je dan, die partij zal toch wel begrijpen waar het de Catalaanse onafhankelijkheidsbeweging om gaat – de samenleving democratisch doen vrijworstelen van de verstikkende greep van de Spaanse Staat, met zijn autoritaire, corrupte, niet-responsieve, arrogante en gewelddadige eigenschappen, om vervolgens zo snel mogelijk enthousiast door te werken aan de versterking en verrijking van het Europese avontuur. Maar nee. De Europese burgers van VOLT zijn alleen gericht op het geheel en hebben het kennelijk niet zo op aanvullende identiteiten of regio’s. Over Catalonië wordt dan ook geen woord gerept in de programma’s, websites, de Facebook en Twitteraccounts van de verschillende afdelingen. De woordvoerder van de Spaanse afdeling zegt er wel iets over: Julio Guinea acht het het Catalaanse “conflict” een ontwrichtend gevaar voor de EU (“El proyecto debe ser federal ante intereses atlantistas que no quieren Constitución europea y se sirven de armas arrojadizas como el conflicto catalán, un nacionalismo feroz que puede contribuir a fracturar la UE. La cuestion catalana no es un problema interno de España, sino europeo.”). Hij ziet de Catalaanse strijd voor democratische emancipatie als een “woest nationalisme” dat de EU bedreigt en daarmee speelt hij de belangen van de gevestigde staten in de kaart, de klassieke natiestaten die allemaal zijn doordrenkt van hun eigen dominante nationalismes (van Macron’s bloedend hart van Frankrijk tot de verplichting om stieren te bevechten bij de Spaanse nationalisten). Door volkomen voorbij te gaan aan het feit dat mensen met hun naasten in de eigen regio met elkaar zijn verbonden, hoewel niet door “Blut und Boden” dan toch wel door gemeenschappelijke belangen en geschillen die op democratische wijze steeds weer opnieuw moeten worden opgelost. VOLT heeft dus een te hoog voltage voor de regio’s om echt te kunnen werken. En op deze manier is het nationale kader gewoon weer bediend door aanhoudende blindheid. En alles verandert weer eens om hetzelfde te blijven.

De afgelopen jaren blijven we over hetzelfde probleem struikelen: het Grote Misverstand over de term “nationalisme”. Nationalisme is onvermijdelijk. Iedere nationale staat heeft nationalistische trekken. “The nation-state is so dominant today that it seems natural.” (Gideon Rose, “What’s Inside. Nationalism drove some of the greatest crimes in history. Now it’s back with a vengeance.” Foreign Affairs, March/April 2019). En het is juist het soort nationalisme geweest, dat uitgaat van de dominante staat, dat ook impliciet als normaal of gegeven en daarom niet verdacht wordt geacht, waar de meest gevaarlijke historische (veelal fascistische en imperialistische) situaties uit zijn voortgekomen. Want vaak gaan juist die krachten die toewerken naar centralisme en nationale eenheid ten koste van minderheden en/of regio’s. Als die dan beginnen te piepen en te kraken, dan schreeuwt men opeens “nationalisme!” Maar de meeste mensen hebben niet door hoe nationalistisch ze zelf eigenlijk zijn. Is het zo gezond of vanzelfsprekend, bijvoorbeeld, om op de barricade te gaan voor de vermaledijde figuur van Zwarte Piet of voor het behoud van de “negerzoen” als naam van een traditioneel banketbakkersdingetje? “Blijf van onze tradities af!”, schreeuwt de gestreste nationalist. Is het zo gezond of vanzelfsprekend om trots te zijn op de familie van Oranje als u zelf Koekebakker heet? Of om trots op het journaal te verkondigen dat “Nederland” er weer een gouden plak bij heeft omdat het een of andere individu een persoonlijke prestatie heeft “neergezet” op een internationaal sportevenement? Dat is toch eigenlijk ook ridicuul? Want welke eer kan de patatvreter op de bank daar aan ontlenen behalve zijn nationale trots? Ja, zeggen mensen als Macron en Trump dan, maar dat is “patriottisme”. Oké dan, waar houdt patriottisme dan op en begint nationalisme? Als je een uiting of aspect van nationalisme deelt of goedkeurt, dan noemt de meerderheid het al gauw “vaderlandsliefde”. Dat zou waardevrij zijn of liever gezegd positief. Deel je niet in die identiteit, dan noem je het nationalisme. De beschuldiging komt al gauw aan het adres van een minderheid die gebukt gaat onder het nationalism of, sorry, het “patriottisme” van de meerderheid. Het is zinloos om de realiteit van nationalisme aldus te verbloemen of te ontkennen: je kunt er beter voor zorgen dat de eigenschappen en implicaties ervan leiden tot hogere mate van democratisch participatie en inclusiviteit (zoals in het Catalaanse geval volgens mijn mening).

Het thema is uitgebreid aan bod gekomen in voornoemde editie van Foreign Affairs over The New Nationalism. In dat tijdschrift betoogt Andreas Wimmer dat de eigentijdse strijd niet gericht is tegen nationalisme op zich maar voor de bevordering van de inclusieve versies ervan. Volgens Jill Lepore staan we tegenwoordig niet voor de uitdaging “to resist nationalism but to reappropriate it”; Kwame Anthony Appiah bestrijdt de veronderstelling dat nationalisme en cosmopolitanisme elkaar niet zouden verdragen – zoals de mensen van VOLT lijken te denken –– , als een misvatting omdat cosmopolieten (en dus mutatis mutandis ook Europolitieten) ook gewoon geloven in de mogelijkheid van meervoudig genestelde identiteiten (“multiple nested identities”). “What the past few years have witnessed”, betoogt Jan-Werner Müller, “is not the rise of nationalism per se but the rise of one variant of it: nationalist populism.” (Voor al deze verwijzingen en meer, zie dus Foreign Affairs, March-April 2019 issue, The New Nationalism).

Terug naar VOLT. Ook uit een interview met een ander prominent lid van VOLT, Fernando Savater, blijkt de overtuiging dat de Spaanse afdeling van de nieuwe pan-Europese partij zou moeten werken vanuit de sterke eenheid van Spanje. “En este sentido, [Savater] se ha mostrado crítico con las políticas que dividen a la ciudadanía según una de sus múltiples identidades y ha asegurado que “el mejor argumento a favor de una España unida es una Europa unida”. (https://cronicaglobal.elespanol.com/politica/savater-apoya-jovenes-europeistas-parlamento-europeo_236883_102.html). Het gekke is dat ze zodoende aansturen op dezelfde impasse als die veroorzaakt is door de innerlijke discrepantie van de Spaanse grondwet van 1978: Spanje is een ondeelbare eenheid die bestaat uit meerdere nationaliteiten. Zo wordt geprobeerd hetzelfde probleem van de Catalaanse Kwestie op Europees niveau nog eens te reproduceren. In dit geval geven de behaalde resultaten uit het verleden wel een garantie voor de toekomst. En die zijn ronduit slecht.

Voor het gewraakte artikel naar aanleiding waarvan dit stukje is geschreven, zie Víctor Vargas Llamas in gesprek met Julio Guinea, coordinator van Volt in Madrid, “El nacionalismo feroz de Catalunya no es problema de España, sino de Europa. Julio Guinea, coordinador de Volt en Madrid, reivindica el papel del primer partido paneuropeísta ante las amenazas que acechan a la UE” (El Periodico 14 april 2019).

Voor de visie van VOLT, verkiezingsprogramma en standpunten:
https://www.voltnederland.org/standpunten

Het kan zijn dat de mensen van VOLT niet helder genoeg zijn geweest in hun communicatie. Het kan ook zijn dat ze het probleem en de implicaties onvoldoende hebben overwogen. Daarom geef ik ze graag de volgende tips: bekijk bijvoorbeeld onze video met Carles Puigdemont (vimeo.com/327423737) om te vernemen hoe de Catalaanse democraten juist menen een verrijking te kunnen zijn voor de Europese democratie; of lees de uitgeschreven vertaling: http://www.lirb.nl/historia-the-historyliner/een-onafhankelijk-catalonie-college-tour-met-carles-puigdemont-studium-generale-groningen-nederlandse-ondertitels/); of lees zijn boek (Carles Puigdemont, De Catalaanse crisis. Een kans voor Europa. Gesprekken met Olivier Mouton, Lannoo: Tielt 2018).

Misschien hebben de mensen van DIEM25 het beter begrepen. Maar daar kun je in Nederland niet op stemmen.

De onevenwichtige weging van de referenda over de Catalaanse afscheiding en de Britse uittreding

Terwijl men in het Verenigd Koninkrijk politieke gevolgen probeert te verbinden aan de uitslag van het Brexit referendum, accepteren nog maar weinigen dat het referendum over de Catalaanse onafhankelijkheid ook gevolgen zou moeten hebben. En dat terwijl het Catalaanse referendum om meerdere redenen een groter gewicht zou moeten krijgen nog dan het referendum over de uittreding van het VK uit de EU. Dat wil zeggen: indien men de logica en de geest van de democratie volgt.

©2019 Huib J. Lirb

©2019 Huib J. Lirb

Naar aanleiding van de montage van een college dat Clara Ponsatí heeft gegeven aan de VU, heb ik bovenstaand beeld gemaakt dat de vergelijking aangeeft tussen het democratisch gewicht van het Catalaanse referendum van 1 october 2017 en het Brexit referendum van 23 juni 2016. Professor Ponsatí wijst erop dat een groter (of in ieder geval zeer vergelijkbaar) aandeel van het totale Catalaanse electoraat voor de afscheiding van Spanje heeft gestemd dan het aantal Britten dat voor uittreding uit de EU heeft gestemd.  Eerder wees Professor Elisenda Paluzie daar ook al op (in de video “Elisenda Paluzie. The Catalan Question and International Law”, vanaf tijdcode circa 12.58). Net als president Carles Puigdemont (in de video “Een onafhankelijk Catalonië?” Carles Puigdemont in gesprek met Tim Huiskes voor Studium Generale Groningen” vanaf tijdcode 1:01:17 en in vertaling na te lezen in dit artikel).

Dan citeer ik nu een van mijn commentaren in een recente Facebook-discussie, bijna woordelijk, die verband houdt met de weging van de uitslag van het omstreden referendum. Daaruit blijkt meteen de wijze van berekening.

Dat de meerderheid van het Catalaanse electoraat een voorkeur heeft voor de onafhankelijkheid is  in 2017 twee keer bewezen via democratische weg. Met het omstreden referendum van 1 october 2017 was 90% van de stemmen voor de onafhankelijkheid. Van de 5,3 miljoen stemgerechtigden (5.313.564) is in totaal 2,2 miljoen stemmen geteld (2.286.217), waarmee je komt tot een opkomst van 42,6%. Dat is op zich al een hogere of vergelijkbare opkomst op grond waarvan de uitslagen van eerdere referenda in Spanje wél zijn geaccepteerd (zoals het referendum over de zogenaamde grondwet van de EU, het verdrag van Maastricht, met 42,3%). Maar als je ook de naar schatting 700.000 stemmen mee had kunnen tellen die door de Spaanse politie zijn in beslag genomen dan zou de opkomst met 3 miljoen Catalanen maar liefst 57,1 % hebben bedragen. Als ook 90% van de verdonkeremaande stemmen vóór de onafhankelijkheid was – hetgeen redelijk is om aan te nemen – dan zou het aantal “ja” stemmen zijn uitgekomen niet op 2.044.038 (zoals nu de uitslag was) maar op 2.107.038 stemmen.  Daar komt nog bij de veel mensen uit angst of door belemmering überhaupt niet zijn opgekomen. Het is onzinnig om automatisch te veronderstellen dat die mensen allemaal tégen waren. Kortom, een overweldigende meerderheid van 90% is vóór gebleken. Nu zou men kunnen protesteren dat het referendum niet volgens de regels is verlopen. Dat kón ook niet omdat de Spanjaarden dat hebben belemmerd. Daarmee zijn niet de unionisten benadeeld maar juist de mensen die voor de onafhankelijkheid zijn. Overigens hebben die internationale waarnemers die officieus toch kunnen waarnemen gerapporteerd dat de Catalanen naar omstandigheden hun referendum op een aanvaardbare wijze hebben laten verlopen (daartoe behoort ook de Nederlandse waarnemer Daan Everts van het Haagse Centre For Strategic Studies). De tweede keer dat democratisch is gebleken dat de meerderheid van het Catalaanse electoraat voor de onafhankelijkheid is, geschiedde met de uitslag van de algemene verkiezingen van het Catalaanse parlement in december 2017: de pro-onafhankelijkheidspartijen hebben een zetelmeerderheid gewonnen. Nu protesteren mensen dat de “popular vote” (dus de absolute meerderheid van stemmen) nét niet is gehaald. Dat komt door een lichte correctie in de weging van de stemmen om rekening te houden met de relatie tussen stad en platteland. Tegenstanders riepen schande, ook hier in Nederland, maar het systeem van ongelijke weging van districten wordt voor de USA, zogenaamd de grootste democratie van de wereld en het absolute lievelingetje van de Nederlandse pers en politieke commentatoren, gewoon geaccepteerd.

Voor mijn eerdere teksten over de politieke wiskunde rond de uitslagen, zie Catalaanse Troebelen 10b en Catalaanse Troebelen nr. 19