Passalacqua

Vandaag schenken we eindelijk weer eens een bijzonder fijne koffie: Passalacqua.

Een vrolijke presentatie van onze Passalacqua souvenirs.   ©2016 Huib J. Lirb

Een vrolijke presentatie van onze Passalacqua souvenirs. ©2016 Huib J. Lirb

Voor een indruk van de geboorteplaats van deze koffie heb ik ook een collage gemaakt van beelden van de zomervacantie van vorig jaar.

©2015-2016 Huib J. Lirb

Vacantie in Napels: Reggia di Caserta (beeldengroep in de vijver en aan de kop van de statige opgang), Vomero (Bar Mexico, Yo Soy Feliz), Quartiere Spagnuolo (metro station Toledo en omgeving tot aan Piazza Dante), Certosa (uitzicht)  ©2015-2016 Huib J. Lirb

 

 

De wonderlijke bloedband van de Napoletanen met hun beschermheilige

 

Wikipedia Creative Commons: Paola Magni - Flickr: Napoli. Il sangue è vivo. (https://it.wikipedia.org/wiki/San_Gennaro#/media/File:Napoli._Il_sangue_è_vivo.jpg)

Kardinaal Crescenzio Sepe voert het vervloeibaringsritueel uit.Wikipedia Creative Commons: Paola Magni – Flickr: Napoli. Il sangue è vivo. (https://it.wikipedia.org/wiki/San_Gennaro#/media/File:Napoli._Il_sangue_è_vivo.jpg)

Het wonder is weer geschied: het bloed van de Heilige Januarius is vloeibaar geworden. En daarmee is ook de spanning opgelost die de aanwezige gelovigen in de dom van Napels gisteren zowat de hele dag in zijn greep had gehouden, vanaf de vroege ochtend tot zo laat als 17:50u. De 16e december is één van de drie dagen in het jaar waarop de (diepgelovige) Napoletanen uitzien naar de oplossing van het bloed van hun beschermheilige dat de rest van de tijd in gestolde vorm bewaard zou zijn gebleven in het vacuüm van de veertiende-en-achttiende eeuwse ampule (zie eindnoot). Deze dag markeert en gedenkt de uitbarsting van de Vesuvius in 1631 die, zo wordt geloofd, nog tijdig werd beëindigd door de miraculeuze weerstand van de relieken van San Gennaro. (De andere twee dagen markeren de naamdag van de heilige – 19 september – en de dag waarop de relieken weer worden teruggezet in de catacomben – de eerste zondag van mei.) Dankzij de tijdelijke oplossing van het gestolde bloed van de heilige is de stad voorlopig weer gevrijwaard van een ramp (of “weet” men althans dat de stad dat is) waardoor hij anders nog zou worden getroffen in de komende termijn die, zo neem ik aan, in dit geval duurt tot de eerste zondag van mei. Het is een prachtig voorbeeld van dwangmagie of “instrumentele magie” – bekende begrippen in de sociologie en antropologie (Malinowski, Levi-Strauss, Mauss, waarbij te denken valt aan het trefwoord “mana”) – waarin door ritueel handelen een eerder (vermeend) wonder opnieuw word afgedwongen (of afgesmeekt). Persoonlijk vind ik het niet iets om te ridiculiseren maar juist te respecteren: laat mensen hun blik maar op het goede vestigen, op hoop, op vertrouwen; en laat ze zich daarbij maar rekenschap geven van hun kwetsbaarheid, afhankelijkheid en onmacht. Dat de verbeelding daarbij wonderlijk is, stoort mij in het geheel niet; sterker nog, de verbeelding kan ook verrijkend werken! De gelovigen van Napels voelen zich in ieder geval weer goed beschermd door hun schutspatroon: de stad is veilig. Want hoe dan ook, zo besluit het artikel op de website Vesuviolive, weten de Napoletanen toch altijd wel oplossingen te vinden voor rampen, zo niet met de handen uit de mouwen dan toch met de handen gevouwen … in gebed.

Eindnoot. In 2010 heeft een moleculair bioloog van de Napoletaanse universiteit Federico II,  Giuseppe Geraci, verklaard er na vier jaar onderzoek en experiment in te zijn geslaagd om de conversie van oud bloed van vaste stof tot vloeibaar en weer terug te reproduceren met behulp van middelen die in de veertiende eeuw bekend en beschikbaar waren; hiertoe is een vergelijkbare oude ampule geopend, eentje uit het klooster Eremo dei Camaldoli die niet meer aan een persoon of precieze context kon worden toegeschreven, en heeft het team eigen bloed gebruikt om de chemische processen te reproduceren  (Il Mattino 5 februari 2010). De ampule bevat dus vrijwel zeker menselijk bloed dat na eeuwen nog steeds vloeibaar kan worden om later weer te stollen weer stollen, door de bewegingen en temperatuurwisselingen die in het ritueel van de inspectie zijn verwerkt. Dit betekent natuurlijk niet dat de bloedresten in de ampule ook echt van de heilige Januarius was. Deze man was een martelaar uit de derde eeuw wiens relieken reeds in de vierde eeuw werden vereerd. De ampule dateert uit de achttiende eeuw met een kern die tenminste zou dateren uit de veertiende eeuw, uit welke eeuw ook de eerste getuigenis van het wonder dateer (voor meer over de dateringen en onderzoeken, zie het Italiaanse Wikipedia artikel over San Gennaro).  Maar hoe wonderlijk of weinig (ver)wonderlijk men de gebeurtenis van de “vervloeibaring” ook zou vinden, iedere keer wordt er toch iets wonderlijks in Napels verricht. “Het werkelijke wonder van Sint Januarius is het geloof zelf dat het vermogen heeft om mensen gerust te stellen. Het is de affectie die de Napoletanen hebben voor hun beschermheilige en zijn relieken”, aldus Geraci (in het geciteerde artikel van Il Mattino: «Il vero miracolo di San Gennaro è la fede che è capace di suscitare. L’affetto dei napoletani per il patrono e per la sua reliquia», gevolgd door de mooie verwijzing van de journalist – mogelijk Michele de Lucia– naar “de zekere bloedband” tussen de stad en zijn patroon: “Legame di sangue, stavolta senza dubbi.” (zie de verwijzing hierboven, naar Il Mattino van 5 februari 2010).

Het Olie-Reservaat van Stellenbosch

Een veelgeprezen olijfolie uit Stellenbosch, Zuid-Afrika, gezet in een Pugliees stilleven met Hollandsche asperges. Mmmm, merkwaardig…..

 Een veelgeprezen olijfolie uit Stellenbosch, Zuid-Afrika, gezet in een Pugliees stilleven.

Een veelgeprezen olijfolie uit Stellenbosch, Zuid-Afrika, gezet in een Pugliees stilleven met asperges.

Deze olie van het Morgenster Estate in Stellenbosch is vorig jaar opgenomen in de lijst met excellente olijfolie van de internationale topoliegids Flos Olei van Marco Oreggia, samen met een Romeinse olie (frantoio romano) in de rubriek “Le azende del cuore”, d.w.z.  in die van de hartstochtelijke olieproducenten (zie bijvoorbeeld, in het Italiaans, vinievino). De fles werd ons onlangs vriendelijk aanbevolen door Dennis Delicious in Badhoevedorp. Vanaf de 1990er jaren wordt het bedrijf van de Morgenster gevoerd door een geëmigreerde Italiaan (Giulio Betrand uit Biella in Piemonte) en sindsdien produceert het, behalve olijfolie, ook wederom wijnen van goede naam. Wederom, want kennelijk is het bedrijf lange tijd in het slop gebleven.

De oude wijngaarden van het Morgenster domein waren in de 1880-er jaren getroffen door de phylloxera, een plaag die zowat alle druivenstokken vernietigde in de oude wereld en blijkbaar ook Zuid-Africa. Alleen een paar valleien, hellingen en eilanden in Europa bleven buiten schot, als bij een wonder van Asterix. Na de ramp moesten overal druivenstokken uit de Nieuwe Wereld worden terug gehaald, gerepatrieerd als het ware, om de rouwende hellingen van de Oude wereld weer opnieuw te bevolken. Dit is in de kringen van historici en van wijnliefhebbers een nog steeds veelbesproken catastrofe.

Wat heeft dit alles met het  gekunstelde stilleven van deze foto te maken? Dat zit zo: op dit moment, eigenlijk in de laatste drie jaar, worden de eeuwenoude olijfboomgaarden van Salento in de hak van Zuid-Italië geteisterd door een “nieuwe” bacterie, de Xylella fastidiosa, die de bomen zichzelf doen uitdrogen tot de dood erop volgt. Deze verwoestende plaag is zo’n drie jaar geleden per ongeluk geïmporteerd vanuit, jawel, de transatlantische Nieuwe Wereld. Het begon met vier besmette koffieplantjes in Gallipoli, een klassiek olijfoliecentrum waar de Nederlanders in de zeventiende en achttiende eeuw, net als de Engelsen en andere Noord-Europeanen, reeds veel van hun olijfolie vandaan haalden. De Italiaanse kranten berichten inmiddels bijna wekelijks over de verwoestende opmars van de Xylella die zich verspreidt als parasiet van mottenlarven en vooral spuugdiertjes. De Europese Unie adviseert (beveelt eigenlijk) nu al enige tijd met klem tot quarantaine met de inrichting van een cordon sanitaire in de vorm van een kaalslag vergelijkbaar met een brandgang die door het bos loopt. Maar de lokale producenten, hun bestuurders en hun omwonenden willen de monumentale boomgaarden die het adembenemend mooie cultuurlandschap zo sterk bepalen – Unesco werelderfgoed –  , niet zomaar opgeven. Zoals een producent het in een video van Sergio Rizzo van de Corriere della Sera het wil: als ik naast mijn moeder’s sterfbed sta dan wil ik haar niet wurgen, ook al lijdt ze, maar dan haal ik álles en iedereen erbij om haar te redden. Ook de “groenen” in Apulië zijn verontwaardigd over de suggestie dat de oude bomen eraan zullen moeten geloven. En zo wordt de beslissing uitgesteld, in ieder geval tot december (Gazzetta del Mezzogiorno 8 mei 2015). Maar ja, het tracée van de voorgestelde brandgang is nu al twee provincies opgeschoven naar het noorden (van Lecce nu ook naar Taranto en Brindisi) en bedreigt binnenkort dus ook de DOC olie-gebieden van de provincie Bari (zoals in het bijzonder Bitonto, Mattinata etc.).

Olijfboom gefotografeerd door mij in de omgeving van Martina Franca in 1991. ©Huib J. Lirb 1991; 2015

Olijfboom gefotografeerd door mij in de omgeving van Martina Franca in 1991. ©Huib J. Lirb 1991; 2015

Nu kom ik terug op mijn merkwaardige stilleven: het is tijd om in actie te komen. Het zal toch hopelijk niet zo ver komen dat de bijbelse plaag van de Xylella Fastidiosa eerst de Italiaanse olijfboomgaarden verwoest en daarna ook nog de Spaanse, Griekse en Franse? Het zal toch niet zover komen dat we uiteindelijk moeten hopen dat er na de verwoesting wortelstokken en scheuten moeten worden gerepatrieerd uit een reservaat in Stellenbosch Zuid-Afrika? En hoe gaat het met de olijfbomen van California? Kunnen zij de Xylella weerstaan? (Bij deze ellende komt nog de evenzeer verontrustende omstandigheid dat ook amandelbomen, kersenbomen en andere vruchtdragende struikachtigen eveneens door deze ziekte worden getroffen.) Dit probleem gaat de hele Europese Unie aan. Ik zal er later wellicht meer over berichten als ik meer duidelijkheid heb gekregen uit de wildgroei van paniekberichten.  Intussen weet ik wel dat ik van vacantie in Italië zal terugreizen met een paar blikken olie, misschien wel uit Salento ….

Nabericht 22 juni 2015. De tekst van mijn Facebook post dienaangaande. 

Op dit moment [22 juni 2015]  is de Groene Europarlementariër Josè Bovè, een Fransman, in Salento (de hak van Italië) bezig met een agronomisch experiment dat misschien van kolossale betekenis zal blijken te zijn. De olijfbomen van Puglia worden bedreigd door de abusievelijk geïmporteerde parasiet Xylella fastidiosa. Het probleem bestaat nu al drie jaar en de plaag verspreidt zich snel. Het vermoeden is nu dat althans één van de olijfboomrassen goed bestand is tegen de ziekte: de Leccino. Op uitnodiging van het Committee “De Stem van de Olijfboom” (Comitato Voce dell’Ulivo), voert de Franse politicus/agronoom nu kennelijk een enting uit van knoppen van het mogelijk resistente ras Leccino op de “Gigant van Allistè”, een monumentale 1500 jaar oude boom van het ras Ogliarola – een van de rassen die ten dode lijken te zijn opgeschreven. Laten we hopen dat het werkt! Link naar de artikelen in het Italiaans: http://it.geosnews.com/…/jos-bov-nel-salento-per-salvare-il…  Of: http://www.lagazzettadelmezzogiorno.it/…/xylella-innestate-…

Vervolgens heeft Francine Texier Hudig mij nader geïnformeerd over José Bové in de commentaren, waarvoor mijn dank.

Zie nu voor foto’s van de operatie in località Cannatare, http://www.lecceprima.it/…/bove-innesto-leccino-ulivo…