“Alsof de aarde plat was.”

Dit is de tekst van de toespraak die Maria Feliciana Coll heeft gehouden op 18 mei 2019 in Amsterdam ter gelegenheid van de Jocs Florals op de Dam, een evenement georganiseerd door Assemblea Nacional Catalana Nederland met sprekers Laura Prat Bertrams, Maria Feliciana Coll en Meritxell Serret, gevolgd door poëzie , muziek (van Cobla Amsterdam) en dans. Voor het videografisch souvenir, zie https://vimeo.com/354656543, vanaf tijdcode 07:15.

Maria Feliciana Coll spreekt tijdens de Jocs Florals van 18 mei 2019 op de Dam

 

De korte versie zoals uitgesproken

“Verontrustend genoeg moet vandaag opnieuw door Catalaanse ballingen een oproep worden gedaan aan de Nederlanders om zich in te spannen voor het herstel van de democratie en rechtsorde in Spanje. Net als in 1974 zijn er Catalaanse ballingen verspreid over Europa. Deze ballingen, zoals mevrouw Meritxell Serret, spannen zich onvermoeibaar in voor de gelding van de politieke rechten van henzelf én van die van hun electorale achterban.

        Zij zijn vrije burgers van de Europese Unie want er staat geen Europees aanhoudingsbevel meer tegen ze uit. De Spaanse Justitie haalde meerdere keren bakzeil bij buitenlandse rechters omdat het delict van rebellie niet werd erkend. Het is voor iedereen, behalve de Spanjaard, immers zonneklaar dat de beklaagden geen gewapende opstand hebben georganiseerd maar gewoon een referendum. 

In het referendum van 1 October 2017 stemde een meerderheid voor de onafhankelijkheid. Dat referendum werd door de Spaanse Staat verboden en zoveel mogelijk gefrustreerd. Daarbij is grof geweld gebruikt. Meer dan duizend mensen hebben medische verzorging gezocht ten gevolge van de verwondingen die de Spaanse politiemensen op die dag hadden toegebracht. De organisatoren van het referendum worden nu strafrechtelijk vervolgd, net als de politici die uitvoering hebben gegeven aan de uitslag door de Catalaanse Republiek uit te roepen. Hetzelfde gebeurt met alle mensen die het referendum hebben gefaciliteerd, zoals de honderden burgemeesters en schooldirecteuren die hebben meegewerkt aan de inrichting van de stembureau’s. En nu wordt ook de directie van de Catalaanse publieke omroep vervolgd wegens lidmaatschap van een criminele organisatie, met een strafeis tot acht jaar, omdat men partijdig verslag zou hebben gedaan van de gebeurtenissen in 2017. 

     Het Spaanse Hooggerechtshof is inmiddels bezig met het eerste strafproces tegen de Catalaanse onafhankelijkheidsbeweging. Draconische straffen tot wel 30 jaar worden geëist tegen mensen die slechts hun democratische en politieke rechten hebben uitgeoefend. En intussen hebben deze beklaagde democraten dan al een jaar tot anderhalf in voorlopige hechtenis gezeten. 

      Internationale waarnemers hebben herhaaldelijk hun twijfels geuit over de rechtvaardigheid, onpartijdigheid en billijkheid van het maxi-strafproces. Zo hebben Spaanse politiemensen verklaringen gegeven die volstrekt ongeloofwaardig zijn in het licht van de talloze documentaire video’s die op die dag zijn gemaakt. De rechter neemt ze niet in beschouwing. En dat levert een ridicule situatie op waarvan het lachen ons snel vergaat. De zaak is onder de rechter? Jawel, onder een rechter die vooral de kunst van het weglaten goed verstaat. Veel vragen van de verdediging worden bruusk gediskwalificeerd. Talloze getuigendeskundigen die door de verdediging zijn voorgesteld, zijn sowieso niet welkom geheten in de poppenkast van het Spaanse Hooggerechtshof. De onontkoombare conclusie is dat het hier gaat om een politieke vervolging.

Dit kan niet worden afgedaan als een interne aangelegenheid van Spanje: de schending van mensenrechten gaat de gehele Europese Unie aan aangezien die een waardengemeenschap zegt te willen zijn. De grote kwestie die hier achter steekt is die van het recht op zelfbeschikking van de Catalanen. Dat recht is door de Verenigde Naties en de Europese Unie bij verdrag gegarandeerd. En via die verdragen is het recht ook geïncorporeerd in de Spaanse grondwettelijke orde. Het is dan ook een misverstand dat het referendum illegaal zou zijn. Niettemin stélt de Spaanse Staat het toch gewoon zo, alsof de aarde plat was, nét als de Spaanse conservatieve media en, met hen, het gros van de buitenlandse journalisten die de zogenaamde kwaliteitskranten volgen. Alsof de aarde plat was.”

De langere versie zoals die was toegesneden op het eerder toegewezen tijdsbudget

“Hartelijk dank aan de organisatoren dat ik mag spreken op deze mooie manifestatie van de Catalaanse culturele en politieke identiteit. Mijn naam is Maria Feliciana Coll. Ik draag u een tekst voor die ik samen met mijn echtgenoot heb opgesteld, Huib Lirb, die daar het evenement nu ook staat te filmen.

    Deze manifestatie is, zoals gezegd, een herhaling van eenzelfde bijeenkomst die Catalaanse ballingen uit alle landen hebben gehouden in october 1974. Toen werd een politieke oproep gedaan aan de Nederlanders om zich in te spannen voor het herstel van de democratie en rechtsorde in Spanje. 

      Verontrustend genoeg hebben we vandaag te maken met een variatie op datzelfde pleit. Want opnieuw zijn er Catalaanse ballingen verspreid over de landen België, Schotland en Zwitserland. Deze ballingen, zoals inderdaad mevrouw Meritxell Serret, de voormalig minister in de regering van de 130e president van de Catalaanse Generalitat, spannen zich onvermoeibaar in voor de gelding van de politieke rechten van henzelf én van die van hun electorale achterban.

        De ballingen zijn gewoon vrije burgers van de Europese Unie want er staat geen Europees aanhoudingsbevel meer tegen ze uit. Die zijn ingetrokken nadat rechters in België en Duitsland het Spaanse verzoek tot uitlevering hadden verworpen. Rechters in Zwitserland en Schotland zouden datzelfde doen. Alleen Spanje gelooft nog in de geldigheid van de aanklacht van rebellie, een delict dat het gebruik van geweld veronderstelt of de gerichte aanstichting daartoe. De Spaanse justitie is inmiddels bezig met de berechting van een groep sleutelfiguren van de Catalaanse onafhankelijkheidsbeweging. Draconische straffen worden geëist tegen mensen die slechts hun democratische en politieke rechten hebben uitgeoefend. Internationale waarnemers hebben herhaaldelijk hun twijfels geuit over de rechtvaardigheid, onpartijdigheid en billijkheid van het maxi-strafproces. De onontkoombare conclusie is dat het hier gaat om een politieke vervolging.

Ik zou hier omstandig uitdrukking willen geven aan mijn verontwaardiging over de schandelijke schending van mensenrechten in het hele proces. Maar het is wellicht nuttiger om te proberen aan de belangstellende toehoorder een paar misverstanden aan te kaarten die aan de basis liggen van de zaak.  

De grote kwestie die hier achter steekt is natuurlijk die van het recht op zelfbeschikking van de Catalanen. Dat recht is door de Verenigde Naties en de Europese Unie bij verdrag gegarandeerd voor ieder volk dat daartoe een democratisch besluit wenst te nemen. Op 1 October 2017 nám het Catalaanse electoraat dat besluit, in een referendum dat door de Spaanse Staat werd verboden en dat zoveel mogelijk werd gefrustreerd. Met grof geweld. Meer dan duizend mensen hebben medische verzorging gezocht ten gevolge van de verwondingen die de Spaanse politiemensen op die dag hadden toegebracht. Ondanks de repressie was de opkomst groot. De uitslag was een overduidelijke overwinning voor de voorstanders van de onafhankelijkheid van Catalonië als republiek. Zoals bekend worden de organisatoren van het referendum nu strafrechtelijk vervolgd, net als de politici die uitvoering hebben gegeven aan de uitslag door de Catalaanse Republiek uit te roepen. Hetzelfde gebeurt met alle mensen die het referendum hebben gefaciliteerd, zoals de honderden burgemeesters en schooldirecteuren die hebben meegewerkt aan de inrichting van de stembureau’s. En afgelopen week is bekend gemaakt dat ook de directie van de Catalaanse publieke omroep zal worden vervolgd wegens lidmaatschap van een criminele organisatie, met een strafeis tot acht jaar, omdat men partijdig verslag zou hebben gedaan van de gebeurtenissen in 2017. 

Maar nu even terug naar de basis. Het is een misverstand dat het referendum illegaal zou zijn. Het recht tot zelfbeschikking, intern of extern, is een fundamenteel mensenrecht gegarandeerd door het Verdrag Inzake Burgerrechten en Politieke Rechten van de Verenigde Naties. Dat hele verdrag is ook geïncorporeerd in de Spaanse grondwettelijke orde. Daarom klopt de bewering niet dat de Spaanse grondwet een dergelijk referendum zou verbieden. Niettemin stélt de Spaanse Staat het toch gewoon zo, alsof de aarde plat was, nét als de Spaanse conservatieve media en, met hen, het gros van de buitenlandse journalisten die de zogenaamde kwaliteitskranten volgen. 

Evenmin is het een interne aangelegenheid van Spanje: de schending van mensenrechten gaat de gehele Europese Unie aan omdat die nu eenmaal is opgericht als een waardengemeenschap. 

Er zijn meer misverstanden die een belemmering vormen voor een beter begrip van de Catalaanse kwestie. Kwade tongen beweren, ten onrechte, dat de Catalaanse taal en cultuur niet authentiek genoeg zouden zijn maar slechts romantische fabricaten van de 19e eeuw. Ook worden de historische aanspraken van Catalanen veelal in twijfel getrokken. Dat Catalonië in 1714 van zijn soevereiniteit is beroofd door de Spaanse Monarchie en vervolgens een culturele en politieke genocide heeft moeten ondergaan, wordt tegenwoordig vrij algemeen beschouwd als “oude geschiedenis”, als “water onder de brug”. Maar wanneer verjaart een annexatie eigenlijk? Wanneer moet men zwijgen over bijvoorbeeld die van Tibet door China? Na 100 jaar? Na 200 jaar? Kijk, als iedereen het vergeten is of het niet belangrijk genoeg meer vindt, ja, dan is de zaak vast afgelopen. Maar wanneer het duidelijk is dat een volk zich honderden jaren lang, hoewel in fases van wisselende intensiteit, maar blijft verzetten tegen de politieke en culturele overheersing van de voormalige buren, dan is het toch niet aan buitenstaanders om te zeggen wanneer het genoeg is geweest?

De geschiedenis van de relaties tussen Catalonië en Spanje in de afgelopen drie- tot vierhonderd jaar wordt gekenmerkt door een voortdurend streven naar de (herwinning) van de Catalaanse onafhankelijkheid. Het is een krachtenspel tussen Catalanen die hun culturele en politieke rechten verdedigen tegen de aanhoudende druk van de overweldigers uit Madrid, de Castilianen, om de Catalaanse samenleving te doen voegen naar de eigen standaard. Het is met andere woorden een eeuwendurend proces van culturele overheersing dat we Castilianisatie kunnen noemen of Spanjolisatie.  Van tijd tot tijd is de repressie van de politieke en culturele rechten zo hevig geweest dat er sprake was van culturele genocide, zoals beslist gezegd mag worden voor de tijd onder het regime van de Nationalisten van Franco. Alleen op een knullig niveau van folklore mocht de Catalaanse identiteit blijven bestaan omdat dat voor de buitenwacht de indruk zou geven van culturele diversiteit en, gelijk de castañetjes en het stierenvechten, de aantrekkingskracht voor toerisme zou verhogen. Het gevaarlijke en destructieve nationalisme dat zo’n problematische rol speelt in de Catalaanse kwestie is dus juist het Spaanse nationalisme, dat vanaf de 17e eeuw onverminderd uitgaat van Madrid, en niet het evenzo veelal genoemde “nationalisme” van de Catalanen die daar ook nu nog op democratische en vreedzame weg aan willen ontkomen.  

Na de dood van de dictator in 1975 werd zijn aangewezen erfopvolger, koning Juan Carlos van Bourbon, de nominale regisseur van de grote Transitie. Het fascistische Spanje zou zich omvormen tot een democratische rechtsstaat om netjes toe te kunnen treden tot de Europese Gemeenschap. Veel van Franco’s ministers en topbestuurders luisterden naar de tijdgeest en ontpopten zich als ware democraten, ogenschijnlijk althans, en men nodigde zelfs de uitgeweken ballingen van linkse zijde uit om aan tafel te komen voor onderhandelingen. Er werd een grondwet opgesteld die in fases werd goedgekeurd door zowel het parlement als de bevolking, bij referendum. Alles leek democratisch piekfijn volgens het boekje te zijn verlopen en het buitenland, dat intussen toch al gewoon zaken had gedaan met Spanje, was blij dat de smet van fascisme daarmee van iedereen was afgegleden. De smet leek extra snel te zijn verdwenen omdat er meteen werd besloten tot een algemeen verbod op het oprakelen van oud zeer.  Met de wet op Amnestie van 1977 werden alle zonden in een klap witgewassen. En veel mensen hebben vandaag nog grote moeite met deze wet van, zogenaamd, Amnestie en Amnesie. De documentaire film “El Silencio de Otros” (“Andermans stilzwijgen”), die afgelopen jaar draaide op het IDFA festival is in dit verband van harte aanbevolen. 

Intussen bestaat er steeds meer twijfel over het welslagen van de transitie. Volgens velen heeft de kliek van Franco zich diep in de staat ingegraven ––in de politiek, het bestuur, het bedrijfsleven en zelfs de rechtspraak–– en heeft deze kliek zich al die tijd weten te verversen met mensen die zich op ouderwetse wijze gedragen als de corrupte en autoritaire Nationalisten van weleer. Dit zou nog steeds zijn weerslag vinden in de gebrekkige staat van de democratie en de rechtsorde. Veel van de Catalanen die streven naar onafhankelijkheid willen zich juist van Spanje afscheiden om eindelijk te ontkomen aan wat zij beschouwen als een gijzeling door de hoeders van de Spaanse grondwet. 

Maar dan komt het volgende misverstand: de Catalanen hebben toch zelf met een overgrote meerderheid vóór de grondwet gestemd? Met de Spaanse grondwet van 1978 zijn inderdaad alle partijen indertijd accoord gegaan. Met de Catalanen die gericht waren op samenwerking voorop, Maar dat accoord werd grotendeels bereikt uit angst voor een terugval tot een openlijke dictatuur, met de hoop gevestigd op de Europese bescherming en met de belofte dat de autonomie van de regio’s in de komende jaren verder zou worden uitgewerkt. 

    Die belofte van interne zelfbeschikking is echter niet waargemaakt. Het Spaanse nationalisme heeft zoals altijd geleid tot de versterking van de nationale eenheid van Spanje, in alle opzichten, ondanks de belofte van de grondwet om regionale eigenheid en verscheidenheid te garanderen. De Spaanse grondwet van 1978 bevat de onmogelijke tegenstelling van een ondeelbare natie die uit verschillende nationaliteiten bestaat. “De Grondwet berust”, volgens het tweede artikel en ik citeer, “op de onlosmakelijke eenheid van de Spaanse Natie, gemeenschappelijk en ondeelbaar vaderland van alle Spanjaarden, en erkent en waarborgt het recht op autonomie van de nationaliteiten en regio’s waaruit zij is samengesteld, alsmede de solidariteit tussen al deze onderling.” 

De duivel zit in de staart. Want die solidariteit is in de praktijk volledige harmonisatie gaan betekenen. Met een wisselende intensiteit heeft de Spaanse Staat homogeniteit afgedwongen, gelijkvormigheid, op Spaanse leest. Want een autonome regio mag best wel een eigen wet aannemen, maar die moet dan op ongeveer gelijke wijze ook door alle andere regio’s worden aangenomen. Anders wordt de wet geheid vernietigd door het Spaans Constitutioneel Hof. En de kans op welslagen is vaak klein voor bijvoorbeeld Catalaanse voorstellen. De meerderheid van de 17 autonome regio’s zal tégen zijn. Dat is niet toevallig. Want er zijn in de Transitie juist zoveel regio’s in het leven geroepen, om de historische nationaliteiten van de Basken, Catalanen en Galiciërs tot een minderheid te reduceren. Het gewicht van Castilië weegt altijd zwaarder en het Constitutioneel Hof zal altijd leunen. Dát is de “harmoniserende” uitwerking van het beroemde “rondje koffie voor iedereen”.

En zo zijn na de verwerping van het Catalaanse Statuut van Autonomie door het Constitutioneel Hof in  2010 vrijwel alle besluiten van de autonome Catalaanse regio teruggedraaid. Hierbij ging het om zulke zaken als: 

  1. subsidies voor schone energie en maatregelen ter reductie van de CO2 uitstoot;
  2. bijzondere bijstand voor arme huishoudens die de energierekening niet kunnen betalen;
  3. een voorziening voor arbitrage ter voorkoming van huisuitzetting bij betalingsachterstanden van huur of hypotheek;
  4. een eigen wet ter bevordering van de gelijke behandeling van mannen en vrouwen;
  5. een aparte belasting op leegstaande woningen ter bevordering van sociale woningbouw;
  6. het voeren van de Catalaanse taal naast de Castiliaanse in het onderwijs;
  7. het verbod op het houden van stierenvechten.

Het voorbeeld van het stierenvechten raakt de kern van het Spaanse staatsnationalisme. Men zal het stierenvechten in alle regio’s moeten blijven faciliteren. Ook in Catalonië. En daarbij moet de stier dan ook wel écht worden gedood. De Balearen hadden in 2017 namelijk geprobeerd het probleem te omzeilen door de stieren in leven te houden, zelfs zonder bloedvergieten. De Spaanse regering heeft daarop onmiddellijk bezwaar aangetekend bij het Constitutioneel Hof.  Er moet en zal immers bloed vloeien want anders is het niet Spaans genoeg. Het is niet voor niets erkend nationaal erfgoed en met trots op de kandidatenlijst van het Unesco Werelderfgoed gezet! En zónder stierenbloed is het volgens het Constitutioneel Hof geen Spaanse cultuur – en daarom moeten de Balearen nu ook weer terug in het geharmoniseerde gelid.   

En zo wordt de feitelijke autonomie van de regio’s door besluiten van het Constitutioneel Hof in Madrid beperkt om alle regio’s zo gelijkmatig mogelijk te “Spanjoliseren”. In Catalonië is aldus het Statuut van Autonomie, dat de behoefte aan zelfbeschikking “intern” had kunnen houden, in de praktijk afgebroken tot een dode letter. 

     Die afbraak op zich is een grove schending van de mensenrechten door de Spaanse Staat. En het is precies vanwege dié systematische beperking van het zelfbeschikkingsrecht van de Catalanen dat de aanhang van de onafhankelijkheidsbeweging de laatste jaren zo sterk is gegroeid. Volgens de Grondwet zou tenminste deze interne zelfbeschikking, de autonomie, gewaarborgd moeten zijn. Maar de Spaanse Staat houdt zich daar niet aan.

Politiek is de uitnodiging om echt de dialoog aan te gaan nog altijd open. De ingrijpende verwerping van het Catalaanse Statuut van Autonomie in 2010 was voor veel Catalanen echter het bewijs dat er met Spanje niet viel samen te werken. Met een dusdanig onwerkbare relatie met Madrid werd het steeds meer mensen duidelijk dat afscheiding de enige uitweg nog was. Dat onafhankelijkheidsstreven neemt nu alleen maar verder toe dankzij de actuele repressie door de Spaanse staat en de opzichtige wederopleving van een Franquistische onderstroom die terug is van nooit weggeweest. Dát is de essentie van de zaak.”