De Hoge Raad inzake de levering van F-35 onderdelen

Spui 29 maart 2025 (©HJLirb)

Elk nadeel hep s’n voordeel, zullen we maar zeggen. In potentie althans gaat dat ook op voor de teleurstellende uitspraak van de Hoge Raad vandaag. Inzet was de volgende vraag: «Mocht de rechter de Staat bevelen uitvoer van F-35-onderdelen naar Israël stop te zetten?» Reden voor een dergelijk bevel zou de ongeldigheid van de vergunning tot wapenlevering zijn vanwege (het risico op) het gebruik van de betrokken goederen voor het plegen van ernstige schendingen van internationaal humanitair recht. De Staat betoogt dat die inschatting niet mag of zelfs kan worden gemaakt door de rechter.
.
Zoals de Staat het wilde: “Op het gebied van (nationale en internationale) veiligheid en buitenlands beleid past de rechter grote terughoudendheid, zeker in kort geding. In deze zaak heeft het hof geoordeeld dat de minister bij de herbeoordeling niet aan het juiste criterium heeft getoetst, en heeft het zelf beoordeeld of een duidelijk risico op ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht bestaat. Daarmee heeft het hof miskend dat de verhouding tussen de minister en de rechter in dit geval meebrengt dat de rechter niet zelf beoordeelt of een duidelijk risico op ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht bestaat, maar dat hij in plaats daarvan de Staat (hier: de minister) opdraagt om, met inachtneming van het oordeel van de rechter, de herbeoordeling van de vergunning opnieuw uit te voeren. De Hoge Raad zal die opdracht alsnog geven.” (https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2025:1435).

.
Ter correctie van het oordeel van het gerechtshof Den Haag van 12 februari 2024 heeft de Hoge Raad nu geoordeeld dat het niet aan de rechter is om te beoordelen of en in hoeverre dat risico bestaat maar juist aan de minister. Het oordeel is dus POLITIEK en niet juridisch.

.
De Hoge Raad stelt voorop “dat de burgerlijke rechter, zeker in kort geding, het handelen van de Staat op het gebied van buitenlands beleid en (nationale en internationale) veiligheid met grote terughoudendheid dient te toetsen. Het beleid van de Staat op deze gebieden hangt in sterke mate af van politieke en andere beleidsmatige afwegingen in verband met de omstandigheden van het geval. Dit betekent dat het niet aan de rechter is om deze afwegingen te maken en dat de rechter zich bovendien terughoudend moet opstellen met betrekking tot de door de Staat gemaakte afwegingen” (Uitspraak van de Hoge Raad van 3 october 2025 in de cassatie van de Nederlandse Staat tegen Oxfam Novib, Pax Nederland en The Rights Forum over de vraag «Mocht de rechter de Staat bevelen uitvoer van F-35-onderdelen naar Israël stop te zetten?» ECLI:NL:HR:2025:1435 = https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2025:1435).

.
De Hoge Raad geeft de minister zes weken de tijd om het risico in te schatten (dat is die “beoordeling” van de vergunning waar steeds sprake van is). Met dit rechtse restantenkabinet, dat nog steeds oostindisch doof is voor de aanklacht van medeplichtigheid aan de Israelische genocide op de Palestijnen, is de “heroverweging” natuurlijk snel gemaakt. Dat is slecht nieuws voor de Palestijnen.

.
Maar nu komt voor mij de crux: er is sprake van de toepassing van het recht “à-la-carte”, selectief,en hoe het de politiek dan ook maar het beste uitkomt. Want zodra het gaat om de vraag naar de verplichtingen die voor de Nederlandse Staat volgen uit de verdragen zoals die blijken uit de de waarschuwingsoordelen (“advisory opinions”) en bevelen (“orders”) van het Internationaal Gerechtshof, verschuilt men zich achter “de rechter”, dat wil zeggen, niet de rechter die ze nét hebben gehoord, maar een hypothetische rechter die in de toekomst misschien nog met een preciezer oordeel komt. “Is er echt sprake van genocide?”, vraagt men zich dan rhetorisch af, waarop men vervolgt met de bewering dat “de rechter” daar eerst nog over moet oordelen. Alle veroordelingen door wetenschappelijk deskundigen, rechtsgeleerden, historici, NGO’s, artsen, journalisten en dissidente politici worden weggeveegd met deze bezem van “de rechter” uit die verre en denkbeeldige toekomst.

.
Maar dient er dan een zaak specifiek voor de rechter die oordeelt dat de wapenleveranties niet mogen geschieden vanwege het risico op betrokkenheid bij schendingen van mensenrechten, dán opeens betoogt de Staat dat die beoordeling, die inschatting, die afweging NIET toekomt aan “de rechter” maar aan de minister. Dan is het opeens de politiek die bepaalt. Het is de politiek –– het kabinet –– die bepaalt wanneer we wél of niet luisteren naar “de rechter”. Dat merken we ook in de klimaatkwestie, in de pogingen om CO2 terug te dringen, in de behandeling van het woningtekort, in de definitie van “terrorisme” enzovoorts.

.
Vandaag wordt “de rechter” door de politiek bejubeld en morgen wordt “de rechter ” misschien weer gewoon verguisd of in ieder geval genegeerd.

.
Wat is dan dat voordeel? Welnu, we hebben nu een sterk argument om te gebruiken tegen bewindspersonen als Schoof en pro-Israel-commentatoren die de kwalificatie van “genocide” willen afwijzen omdat “de rechter” die (nog) niet zou hebben vastgesteld; immers, zo zou je nu kunnen zeggen, het is een POLITIEKE afweging die helemaal niet afhangt van het oordeel van “de rechter”, net zoals nu is geoordeeld door de Hoge Raad. Dat brengt ons terug op de NGO’s, de academici, de rechtsgeleerden, de historici. dissidente politici, verstandige opiniemakers, politicologen etc. En natuurlijk de Speciale Rapporteur van de VN voor de Palestijnse Bezette Gebieden, Francesca Albanese.