De tweetaligheid in Catalonië als koloniaal instrument (De Catalaanse Troebelen 29)

De minister van Cultuur in de nieuwe regering van Catalonië, Laura Borràs i Castanyer, heeft deze week ter introductie van haar toetreding het Castiliaans (=Spaans) een “opgelegde taal” genoemd. Het gedwongen gebruik van het Spaans, de “linguistische substitutie”, maakt volgens haar deel uit van het “kolonisatieproces” dat Catalonië heeft moeten ondergaan (https://www.elperiodico.com/es/politica/20180529/laura-borras-consellera-cultura-manifiesto-koine-bilinguismo-6846737). 

Zoals ze eerder had verklaard als mede-ondertekenaar van het manifest van de Grup Koiné op 31 maart 2016 (voor haar ondertekening, zie http://llenguairepublica.cat/prodsite/wp-content/uploads/2016/04/Llista-tancada-de-primers-signants-llegida-al-Paranimf.pdf), vond de gedwongen subsitutie van de endogene taal van Catalonië (dus “van binnen uit ontstaan”) door die van de politieke overheersers plaats vanaf de annexatie van Catalonië in 1714 (voor de tekst van het manifest van de groep Koiné, een verzameling taalkundigen,onderwijsdeskundigen, schrijvers, vertalers en juristen, dat uitdrukkelijk gericht is op de “linguistische normalisatie van het onafhankelijke Catalonië”, in versies van october 2015 en maart 2016, zie http://llenguairepublica.cat; of https://estaticos.elperiodico.com/resources/pdf/3/6/1459435084463.pdf?_ga=2.15948016.795179698.1528356009-2092597051.1501226203)
       

Laura Borràs i Castanyer (foto 15 october 2016 Wikimedia Commons, attr. “Catosfera”)

De Catalaanse taal (en cultuur) heeft de twee eeuwen van Castiliaanse taaloverheersing overleefd, over de gehele duur in de private sfeer en vanaf het midden van de 19e eeuw ook in de publiekelijk zichtbare culturele bovenlaag dankzij een grotendeels clandestiene “wedergeboorte” (de “Renaixença”) zodat die zich gezond en wel kon manifesteren in de vrijheid van de Tweede Spaanse Republiek (1931-1939). Maar daarna werd de taal opnieuw onderdrukt, over de gehele linie vanaf 1939, met de wraakzuchtige ongenadigheid van de Franquistische dictatuur. Ook na de transitie naar een constitutionele parlementaire monarchie in 1978 is de onderschikking van het Catalaans gehandhaafd gebleven. De taalkundige overheersing door het Castiliaans is sindsdien, net als tijdens de periode van Franco, nog in de praktijk verder in de hand gewerkt door de bevordering van de immigratie van Castiliaans-sprekenden als onwillekeurig instrument van de taalkundige kolonisatie (“la utilització d’una immigració arribada de territoris castellanoparlants com a instrument involuntari de colonització lingüística”). Ondanks de wisselende mate waarin de taal politiek en juridisch nog kon worden gewaarborgd, in het regionaal bestuur en het onderwijs, is toch het Catalaans een levende taal gebleven. Die taal is ook nadrukkelijk zuiver gebleven en dus door de praktische “onderdompeling” (“immerció”), als het ware in een Castiliaans badwater, niet gedegradeerd tot een een soort dialect van het Castiliaans.

De Groep Koiné klaagt de politieke ideologie van de “tweetaligheid” van Catalonië aan met de gedachte dat het abnormaal is, en in iedere andere context zal dat ook zo algemeen worden geacht, dat een regering de verdringing zou aanmoedigen van een inheemse taal door de taal van immigranten. De tweetaligheid was en is een instrument van Spaanse overheersing. 

 

Oké, Laura Borràs zet dus mooi de toon voor het beoogde beleid van de nieuwe regering van Qim Torra. Die gaat met de blik gericht op de realisatie van de Catalaanse Republiek binnenkort onderhandelen met een eveneens nieuwe regering van Spanje, waarin de Catalanisten felle tegenstand zullen ondervinden van onder meer minister Josep Borell, Catalaan van geboorte maar een overtuigd unionist en onbehoorlijk aggressief tegenstander van de Catalaanse onafhankelijkheid.  

De tegenvoeter van Laura Borràs in die Spaanse regering is Màxim Huerta. Deze huidige Spaanse minister van Cultuur stelde in 2010 dat hij “al dat Catalaanse gedoe maar heel provinciaal” vond en dat hij “schijt in de sodemieter van de seperatisten” (“A mi todo esto del estatut me parece tan provinciano…”; cf. “Me cago en el puto independentista”, een variatie op de Spaanse zegswijze “ik schijt in de melk van de hoer die jou heeft gebaard”, maar dan nu met een manhoer, dus zonder melk – of zou dat een melkhoer zijn ? – kortom zijn gekwetter is alleszins erg onbeschaafd: http://elmon.cat/politica/nou-ministre-cultura-esborra-piulada-racista-sobre-persones-negres-franca). Ook heeft hij gemeend allerlei xenofobe en racistische kreten te moeten twitteren zodat je begrijpt waarom er nu al wordt geroepen om zijn aftreden (http://elmon.cat/politica/jxcat-demana-que-nou-ministre-cultura-no-prengui-possessio). 

Onthoud die naam: Màxim Huerta. Deze man is duidelijk een aanwinst voor de regeringsploeg van de Spaanse PSOE!

Màxim Huerta op de boekenbeurs van Madrid in 2016 (Wikimedia Commons attr. Dicasto)

Màxim Huerta op de boekenbeurs van Madrid in 2016 (Wikimedia Commons attr. Dicasto)

 

Update 13 juni 2018. Nog maar net geïnstalleerd als minister van Cultuur van Spanje, is Màxim Huerta – de grote belofte van de PSOE – misschien alweer op weg naar buiten. Hij blijkt vorig jaar te zijn veroordeeld voor belastingfraude en daarbij ging het om grote bedragen (https://politica.elpais.com/politica/2018/06/13/actualidad/1528873407_405868.html). (Kun je dan nog een verklaring van goed gedrag krijgen? Waarom wist “men” dat niet? Wordt zoiets verzwegen?) De huidige regering, waar hij dus deel van uitmaakt, kon alleen maar bestaan omdat men de vorige heeft laten vallen vanwege gebleken (en tevergeefs verdoezelde) corruptie in de regeringspartij (PP). Met deze man, die een paar jaar geleden heeft gekwetterd te schijten in [de moedermelk van] de hoeren die de Catalanisten hebben gebaard, probeerde de Spaanse PSOE regering dus de culturele belangen van het land te beheren en te bevorderen. Wat je noemt een shit-cultuur.