Tussen 12 en 29 januari hield het Internationaal Gerechtshof zitting in de zaak van Gambia tegen Myanmar over de vraag of er door Myanmar genocide wordt gepleegd op de Rohingya (https://en.wikipedia.org/wiki/Rohingya_genocide_case). Een groep van derde landen had eerder schriftelijke verklaringen met inhoudelijke overwegingen ingediend. Een van die landen was het onze.
In de conclusie deze zaak lezen we stoere taal die bol staat van juridisch moralisme maar die we toch echt niet van Nederland hebben mogen horen in de applicatie van Zuid-Afrika tegen Israël over de genocide op Palestijnen. Zo benadrukt Nederland c.s dat er sprake kan zijn van genocide ook al zijn de slachtoffers niet groot in aantal; dat de gedwongen verplaatsing van mensen gepaard kan gaan met genocide; dat seksueel geweld en geweld tegen kinderen extra zwaar moet worden mee gewogen. Ik citeer een paragraaf om het verschil.
“72. As outlined in these Written Observations, underlying acts of genocide are not limited to killings and may take the form of sexual and gender-based violence and other acts. Furthermore, the underlying acts of genocide need to be assessed differently when acts are committed against children, bearing in mind the particular impact of such acts on children. Forced displacement can also lead to an underlying act of genocide. Finally, the number of victims killed is not determinative of a State’s specific intent to commit genocide. Rather, when assessing whether specific intent can be inferred, a court or tribunal must assess the evidence available to it comprehensively and holistically. In this regard, the Joint lnterveners contend that sexual and gender-based violence, acts committed against children, and forced displacement play an important role in determining the specific intent required under Article II.”
De conclusie besluit met een paragraaf over het kolossale belang van het juridische oordeel over een instantie van genocide ––genocide is dan ook niet voor niet een plaag (“odious scourge”) die ons allemaal aangaat en waartegen we allemaal moeten optreden om het te verkopen (erga omnes). Kortom, in de zaak tegen Myanmar kan Nederland lekker de mooie sier maken met “juridische zuiverheid” opdat we vergeten hoe hypocriet ons land zich opstelt inzake de Palestijnse genocide.
Citaat van ” Before theInternational Court of Justice Written Observations of Canada, the Kingdom of Denmark, the French Republic, the Federal Republic of Germany, the Kingdom of the Netherlands, and the United Kingdom of Great Britain and Northern Ireland Filed in the Registry of the Court in the case of Application of the Convention on the Prevention and Punishment of the Crime of Genocide (The Gambia v. Myanmar)”, d.d 3 March 2025
https://www.icj-cij.org/sites/default/files/case-related/178/178-20250303-wri-01-00-en.pdf